Rechtbank Midden-Nederland, 22-12-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6765, C/16/449615 / KG ZA 17-829
Rechtbank Midden-Nederland, 22-12-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6765, C/16/449615 / KG ZA 17-829
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 december 2017
- Datum publicatie
- 6 februari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2017:6765
- Zaaknummer
- C/16/449615 / KG ZA 17-829
Inhoudsindicatie
kg. aanbestedingsleidraad bevat een rekenformule. in nvi wordt een rekenvoorbeeld gegeven, gebruikmakend van een daarop lijkende maar net iets andere formule.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/449615 / KG ZA 17-829
Vonnis in kort geding van 22 december 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaten mrs. B. Braat en P.V.M. van Overbeek te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE AMERSFOORT,
zetelend te Amersfoort,
gedaagde,
advocaat mr. M. Mel te Amersfoort,
in welke zaak als tussenkomende partij is toegelaten
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[tussenkomende partij] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
tussengekomen partij,
advocaten mrs. E.J.M. Brenders en M. van den Brink te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] , de Gemeente en [tussenkomende partij] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 10 november 2017, met daarbij 7 producties,
- -
-
de akte overlegging producties van de Gemeente, met daarbij 2 producties,
- -
-
de incidentele conclusie tot interventie van [tussenkomende partij] ,
- -
-
de akte houdende eiswijziging van [eiseres] ,
- -
-
de mondelinge behandeling, gehouden op 19 december 2017,
- -
-
de pleitnota van [eiseres] ,
- -
-
de pleitnota van de Gemeente,
- -
-
de pleitnota van [tussenkomende partij] .
Ter zitting is de incidentele vordering van [tussenkomende partij] om in dit geding te mogen tussenkomen mondeling toegewezen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 22 december 2017 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de schriftelijke uitwerking. Dit is op 12 januari 2018 vastgesteld.
2 De feiten
De Gemeente heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden voor verhuisdiensten.
In de aanbestedingsleidraad is het volgende vermeld:
“1 Begripsbepalingen
|
(...) |
(...) |
|
Nota van Inlichtingen |
Document waarin de antwoorden op vragen van Aanbieders zijn opgenomen. De Nota(‘s) van inlichtingen maakt/maken onderdeel uit van de aanbestedingsleidraad en prevaleert/prevaleren boven het overige deel van deze aanbestedingsleidraad en de daarbij behorende Bijlagen. |
|
(...) |
(...) |
(...)
4 Procedure
Gunningscriteria
(...)
De opdracht wordt gegund aan de Aanbieder die de beste prijs-kwaliteit verhouding heeft behaald, gelet op de onderstaande criteria en weegfactoren:
Prijs 60%
Kwaliteit 40%
- Uitwerking businesscase
TOTAAL 100%
(...)
Prijs en kwaliteit worden gewogen volgens de formule:
P
F = -------------------
(WK/WP)
Q
Waarbij P = prijs (uitgedrukt in euro’s)
Q = kwaliteit (in een bereik van 0 tot 10)
F = Prijs/kwaliteit score
WK = Weegfactor kwaliteit
WP = Weegfactor prijs
In de getoonde machtsfactor (Q ͯ ) wordt de verhouding tussen de weging voor prijs en kwaliteit tot uitdrukking gebracht.
Aan de Aanbieder met de laagste F-score wordt de opdracht gegund. (...)”
In de Nota van Inlichtingen (NvI) is het volgende vermeld:
“44 Vraag
Kunt u de formule nader toelichten? Evt. met een voorbeeld erbij? Deze is nu erg onduidelijk. (...)
Antwoord Vrijgegeven: 20-09-2017
(...) Voorbeeld berekening:
Ingediende prijs is € 75000, gemiddelde score op het onderdeel kwaliteit is een 8.
P = € 75000
Q = 8 (60 = WK / 40 = WP)
P / Q ^ 1,5 (= tot de macht 1,5)
F = 3314,56”
Vier partijen, waaronder [eiseres] en [tussenkomende partij] , hebben ingeschreven op de opdracht.
Bij brief van 23 oktober 2017 heeft de Gemeente het voornemen geuit de opdracht te gunnen aan [tussenkomende partij] . Aan [eiseres] heeft zij het volgende laten weten:
“Bijgaand overzicht geeft inzicht in uw scores ten opzichte van de winnende partij.
|
[tussenkomende partij] |
[eiseres] |
|
|
Ingediende prijs (60%) |
€ 57.359 |
€ 67.200,93 |
|
Score (...) business case (40%) |
7,4 |
8,4 |
|
Behaalde score |
15104,76 |
16262,57” |
Bij brief van 25 oktober 2017 reageerde [eiseres] als volgt:
“In de brief (...) geeft u aan dat [eiseres] 16262,57 punten heeft behaald en [tussenkomende partij] 15104,76.
In de Nota van Inlichtingen van 20 september jl. heeft u in het antwoord bij vraag 44 een rekenvoorbeeld gegeven van de te hanteren formule voor het berekenen van de prijs-kwaliteit verhouding. Na berekening met de door u in de Nota van Inlichtingen gebruikte formule komen wij uit op een door [tussenkomende partij] behaalde score van 2.849,40 punten en door [eiseres] behaalde score van 2.760,30, waarmee wij wel degelijk de beste prijs-kwaliteit verhouding hebben.”
De Gemeente antwoordde op 26 oktober 2017 als volgt:
“In uw brief gaat u ten onrechte uit van het in het rekenvoorbeeld gegeven (verhouding tussen) de weegfactoren en daarmee van een hogere score van [eiseres] dan van de voorlopige winnaar.
In het ‘Aanbestedingsdocument t.b.v. de aanbesteding Verhuisdiensten’ zijn immers in paragraaf 4.18 naast de subgunningscriteria ook de weegfactoren van de twee criteria opgenomen: prijs weegt mee voor 60% en kwaliteit (uitwerking van de businesscase) voor 40% bij het bepalen van de beste prijs-kwaliteitverhouding voor deze aanbesteding.
Dit uitgangspunt is niet gewijzigd door de beantwoording van vraag 44 in de Nota van Inlichtingen. Daar is enkel een voorbeeld berekening opgenomen om de werking van een dergelijke formule als in het aanbestedingsdocument gehanteerd is te verduidelijken. Zowel de prijs, de kwaliteit als de wegingsfactoren in het voorbeeld in dit antwoord zijn fictief en willekeurig gekozen.”
Op 8 november 2017 liet de Gemeente het volgende aan [eiseres] weten:
“(...) wij blijven (...) bij ons standpunt dat [tussenkomende partij] als voorlopige winnaar van deze aanbesteding moet worden aangemerkt.”