Rechtbank Midden-Nederland, 07-07-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6767, C/16/438538 / KG ZA 17-324
Rechtbank Midden-Nederland, 07-07-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6767, C/16/438538 / KG ZA 17-324
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 juli 2017
- Datum publicatie
- 22 februari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2017:6767
- Zaaknummer
- C/16/438538 / KG ZA 17-324
Inhoudsindicatie
Kort Geding Aanbestedingsrecht, motivering gunningsbeslissing.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/438538 / KG ZA 17-324
Vonnis in kort geding van 7 juli 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE VIER GEWESTEN B.V.,
gevestigd te ‘t Harde, gemeente Elburg,
eiseres,
advocaten mrs. A.L. Appelman en J.F. Hoff te Zwolle,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE WOERDEN,
zetelend te Woerden,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE OUDEWATER,
zetelend te Oudewater,
gedaagden,
advocaten mrs. P.B.J. van den Oord en K.M. de Groes te Alphen aan den Rijn,
in welke zaak als tussenkomende partij is toegelaten
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WILLEMSEN-DE KONING GROEP B.V.,
gevestigd te Arnhem,
tussengekomen partij,
advocaten mrs. J.M.E. Yilmaz en C.M.C. Wagemakers te Utrecht.
Partijen zullen hierna DVG, de Gemeenten en WDKG genoemd worden.
1 De procedure
DVG heeft de Gemeenten op 15 mei 2017 gedagvaard in kort geding. Zij heeft bij akte 7 producties in het geding gebracht. WDKG heeft een incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, ingediend.
Bij brief van 16 juni 2017 heeft WDKG de voorzieningenrechter verzocht er bij DVG op aan te dringen om de producties 4 en 7, die door DVG aan WDKG waren onthouden, alsnog aan WDKG te verstrekken. DVG en de Gemeenten hebben zich over dit verzoek uitgelaten. Op 21 juni 2017 heeft de voorzieningenrechter partijen, kort gezegd, laten weten niet genegen te zijn op voorhand te oordelen dat de producties 4 en 7 volledig ter beschikking van WDKG moeten worden gesteld, omdat de inhoud van die producties van wezenlijk belang lijkt voor de bedrijfsvoering van DVG, terwijl WDKG ook zonder specifieke kennis van die inhoud geacht moet worden zich uit te kunnen laten over de gevolgde procedure, over de wijze van beoordelen door de Gemeenten, over de aan de Gemeenten toekomende beoordelingsvrijheid en over het beoordelingskader van de voorzieningenrechter.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden op 28 juni 2017, is de tussenkomst toegewezen. Verder is gebleken dat DVG inmiddels alsnog een deel van productie 7 aan WDKG heeft verstrekt. De voorzieningenrechter heeft ter zitting beslist dat zij verder geen stukken aan WDKG ter beschikking hoeft te stellen. Hij heeft verder beslist dat de zitting voorafgaand aan de tweede spreektermijn zou worden geschorst, opdat WDKG dan haar reactie op hetgeen DVG en de Gemeenten in hun eerste termijn naar voren hadden gebracht, zou kunnen voorbereiden. Partijen hebben zich daarmee akkoord verklaard.
Partijen hebben hun standpunten ter zitting nader toegelicht aan de hand van pleitnota’s, en de griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Gemeenten hebben een Europese openbare aanbesteding gehouden voor Schooltaxivervoer.
In de Offerteaanvraag Schooltaxivervoer 2017 van 2 februari 2017 is het volgende vermeld:
“1. Inleiding
(...)
Het schooltaxivervoer betreft (zittend) vervoer van leerlingen van een vast woonadres naar een school van (speciaal) basis- en (speciaal) voortgezet onderwijs in diverse plaatsen vice versa, evenals het vervoer van leerlingen in het voorgezet speciaal onderwijs naar- en van stageadressen. (...)
De opdracht bestaat uit 2 percelen en wordt per perceel gegund. De percelen zijn:
Perceel A: Gouda, Oudewater, Woerden en Utrecht c.a.
Schooltaxivervoer van leerlingen uit de gemeenten Oudewater en Woerden, naar bestemmingen gelegen in de gemeenten De Ronde Venen, Gouda, Krimpenerwaard, Lopik, Montfoort, Nieuwkoop, Oudewater, Stichtse Vecht, Woerden of Utrecht.
Perceel B: Overige bestemmingen
(...)
(...)
4 Gunningscriteria
Gunning vindt plaats aan de niet-uitgesloten inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs / kwaliteit heeft geoffreerd.
De gunningscriteria worden niet in samenhang, maar afzonderlijk van elkaar beoordeeld. De criteria kennen een wegingsfactor. Deze wegingsfactor geeft het belang tussen de criteria aan. Per gunningscriterium kunnen vervolgens punten worden gescoord op basis van de methodiek:
|
Gunningscriteria: |
Wegingsfactor |
|
1. Inschrijfprijs (per perceel) |
75 |
|
2. Extra kwaliteit dienstverlening (per perceel) |
20 |
|
3. Social return (per perceel) |
5 |
(...)