Home

Rechtbank Midden-Nederland, 14-03-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1116, C/16/439415 / HA ZA 17-431

Rechtbank Midden-Nederland, 14-03-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1116, C/16/439415 / HA ZA 17-431

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 maart 2018
Datum publicatie
5 april 2018
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:1116
Zaaknummer
C/16/439415 / HA ZA 17-431

Inhoudsindicatie

incidentele vordering ex artikel 843a afgewezen. Fishing expeditie. Contractsvrijheid overheid bij privaatrechtelijke aanbod tot verkoop van haar grond. Geen schending gelijkheidsbegisel of zorgvuldigheidsbeginsel.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/439415 / HA ZA 17-431

Vonnis van 14 maart 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseressen,

advocaat mr. A.H.J. Cornelissen te Huissen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DRONTEN,

zetelend te Dronten,

gedaagde,

advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres sub 1] c.s. en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 26 juli 2017,

-

de conclusie van eis in het incident tot vordering van bescheiden ex artikel 843a Rv. van [eiseres sub 1] c.s.,

-

de conclusie van antwoord in het incident,

-

de akte ten behoeve van de mondelinge behandeling van de gemeente, met producties,

-

de brief van [eiseres sub 1] c.s. van 13 november 2017 met producties,

-

de brief van [eiseres sub 1] c.s. van 16 november 2017 met producties,

-

de brief van [eiseres sub 1] c.s. van 21 november 2017 met producties,

-

het proces-verbaal van comparitie van 30 november 2017,

-

de brief van [eiseres sub 1] c.s. van 15 december 2017, die wordt geacht aan het proces-verbaal te zijn gehecht.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres sub 1] is een onderneming die actief is in de groothandel in brandstoffen en overige minerale olieproducten. [eiseres sub 2] is een dochter van [eiseres sub 1] . Zij exploiteert 18 brandstofverkooppunten, waarvan vijf in de gemeente Dronten. In navolging van partijen zal de rechtbank hierna vooralsnog geen onderscheid maken tussen [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] .

2.2.

Bij brief van 19 maart 2010 heeft [eiseres sub 1] c.s. bij de gemeente kenbaar gemaakt dat zij geïnteresseerd is in de verplaatsing van een door haar geëxploiteerd brandstofverkooppunt naar de nieuwe aansluiting op de [...] bij de [straatnaam] . In de periode 6 juli 2010 tot en met 11 februari 2014 hebben tussen [eiseres sub 1] c.s. en de gemeente besprekingen plaatsgevonden.

2.3.

In het kader van deze besprekingen heeft [eiseres sub 1] c.s. op 6 juli 2010 een toekomstvisie aan de gemeente gepresenteerd, waarin zij een “packagedeal” voorstelt. De packagedeal omvat voorstellen over - zeer kort samengevat -:

- het handhaven/sluiten/verplaatsen van bestaande tankstations van [eiseres sub 1] c.s.,

- verkoop van een perceel grond van [eiseres sub 1] c.s. aan de gemeente,

- afzien van de optie van vestiging van een tankstation aan de [straatnaam] bij de [...]

- het realiseren van een nieuw hoogwaardig tankstation op de nieuwe van de gemeente te verwerven locatie [naam locatie]

- het verplaatsen van het hoofdkantoor van [eiseres sub 1] c.s. naar de nieuwe locatie [naam locatie] .

2.4.

Bij brief van 8 november 2010 heeft de gemeente aan [eiseres sub 1] c.s. verzocht om het “masterplan” verder uit te werken, omdat de gemeente op basis van de aangereikte gegevens niet in staat was een goede afweging te maken. [eiseres sub 1] c.s. heeft op 12 april 2011 het door haar opgestelde masterplan, met daarin een uitwerking van de packagedeal inclusief voorstellen voor de financiële afwikkeling ervan bij de gemeente gepresenteerd. De packagedeal is op 15 september 2011 en 16 januari 2012 besproken tussen [eiseres sub 1] c.s. en gemeente.

2.5.

De gemeente heeft onderzoeksbureau [naam onderzoeksbureau] in september 2010 een (markt)onderzoek laten doen naar de markt voor motorbrandstoffen in de gemeente. In een rapport van 10 november 2011 heeft [naam onderzoeksbureau] de grondwaarde van een nieuw uit te geven tankstation op de [naam locatie] (in het rapport aangeduid als de rotonde [...] te Dronten) vastgesteld op € 900.000,00.

2.6.

Op 16 januari 2012 heeft de gemeente aan [eiseres sub 1] c.s. een voorstel gedaan voor een packagedeal. Onderdeel van het voorstel was onder meer een grondruil.

De locatie voor het benzineverkooppunt op de [naam locatie] was daarbij gewaardeerd op een bedrag van € 500.000,00 (excl. BTW).

2.7.

Bij brief van 23 mei 2013 heeft de gemeente het volgende aan [eiseres sub 1] c.s. geschreven:

“(...)

Op 16 januari 2012 hebben wij met elkaar gesproken over een package deal met betrekking tot [eiseres sub 1] benzine verkooppunten in Dronten en een grondruil.

U was daarbij blij verrast met het concrete voorstel van de gemeente binnen relatief korte tijd. Het voorstel zou intern worden besproken en zodra mogelijk zou een reactie hierop volgen aan de gemeente.

In juni 2012 heeft de projectleider (de heer [A] ) bij u telefonisch aangedrongen op een spoedig reactie, aangezien wij voor het benzineverkooppunt in de [naam locatie] ook andere gegadigden hebben,.

In de zomer en najaar 2012 hebben wij de reactietermijn in stappen verlengd tot 1 januari 2013, in verband met ernstige ziekte van één uw directieleden.

Recent hebben wij de reactietermijn wederom verlengd, nu tot 1 juli 2013.

Er is een overleg tussen de gemeente en de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] bv gepland op 10 juli a.s.

Vooruitlopend op dit overleg verwachten wij van u een duidelijke reactie op ons voorstel van januari 2012.

Wij hopen een voorspoedig traject met u in te kunnen zetten, anders moeten wij in juli a.s. concluderen dat het de gemeente weer geheel vrij staat om met andere partijen in overleg te treden over de verkoop van het benzineverkooppunt in de [naam locatie] .

(...).”

2.8.

Bij brief van 26 juni 2013 heeft [eiseres sub 1] c.s. aan de gemeente meegedeeld dat zij op een andere lijn zit dan door de gemeente wordt voorgesteld. [eiseres sub 1] c.s. geeft in deze brief aan dat er een andere opzet gekozen moet worden voor de deal en geeft een aantal voorzetten voor de bespreking op 10 juli 2013. In het overleg van 10 juli 2013 is een voorstel van [eiseres sub 1] c.s. besproken. De gemeente heeft op een aantal punten om verduidelijking verzocht en er zijn afspraken gemaakt over de voortgang van de besprekingen.

2.9.

Op 11 december 2013 heeft wederom een bespreking plaatsgevonden tussen de gemeente en [eiseres sub 1] c.s. Het verslag van deze bijeenkomst, opgesteld door de projectleider van de gemeente, de heer [A] , vermeldt:

“ (...)

De [achternaam ivm eiseressen-(groep)] begint mondeling informatie te verstrekken over het huurcontract met [B] . Dit zou gestart zijn per 1 september 2011 en aflopen op 1 september 2016. Waarbij [B] waarschijnlijk niet de intentie zou hebben om het huurcontract te verlengen. De gemeente geeft aan de gevraagde informatie graag op papier te ontvangen als onderdeel van een concreet voorstel en onderbouwd met stukken.

De [achternaam ivm eiseressen-(groep)] heeft met Gulf gesproken en met hen denkt men er uit te kunnen komen over een verplaatsing van het takstation naar [straatnaam] bij de [straatnaam] . De “supertank” van de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] zou dan Gulf of TinQ worden.

Probleem is echter nog dat [C] een afkoopbedrag ter hoogte van € 400.000 tot € 500.000 zou willen hebben om geen tankstation meer te voeren op de op de oude locatie. De [achternaam ivm eiseressen-(groep)] wil dit (financiële) probleem bij de gemeente neerleggen.

Gemeente geeft aan dat niet zo maar privaatrechtelijk of financieel op te kunnen lossen en wijst ook op de belangen van Gulf en de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] (sanering van een benzineverkooppunt in een “volle” markt).

De [achternaam ivm eiseressen-(groep)] vraagt om de pacakage deal los te laten en volg tijdelijk te gaan handelen. [achternaam ivm eiseressen-(groep)] wil het benzineverkooppunt op [naam locatie] kopen en een bedrijfskavel maar die hoeft geen 9000m2 meer te zijn, graag minder gezien de huidige bedrijfsplannen van de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] . Daarna praten over verkoop van panden aan [straatnaam] en over sanering/verplaatsing Gulf.

Gemeente geeft aan dit niet te willen, de enige reden om exclusief met de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] te praten is de package deal. Verder wordt gewezen om de noodzakelijke afronding van deze onderhandelingen met een deal of geen deal.

De huidige besprekingen duren te lang en zijn volgens de gemeente niet concreet genoeg.

Gemeente wil het benzineverkooppunt op [naam locatie] in de markt kunnen zetten. Kavel ligt te lang braak op deze wijze en gemeente loopt inkomsten mis.

Afgesproken wordt dat de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] uiterlijk op 1 februari 2014 een concreet uitgewerkt voorstel bij de gemeente indient

(...)”

2.10.

In een e-mail van 10 februari 2014 aan [eiseres sub 1] c.s. heeft [A] gerefereerd aan de op 11 december 2103 gemaakte afspraak dat [eiseres sub 1] c.s. uiterlijk 1 februari 2014 een concreet voorstel bij de gemeente zou indienen, maar dat hij nog geen voorstel heeft ontvangen. Hij heeft daaraan toegevoegd:

“Eind deze week is er een stuurgroep vergadering Hanzekwartier, dan wil ik de stand van zaken met betrekking van voorstel van de [achternaam ivm eiseressen-(groep)] ter informatie voorleggen.

Zoals bekend wil de gemeente voortgang met de uitgifte van het benzineverkooppunt op de [naam locatie]

(...)”

2.11.

Bij e-mail van 13 februari 2014 heeft [eiseres sub 1] c.s. aan de gemeente geschreven:

“(...)

Wij hebben deze week zeer intensief overleg gevoerd. Helaas heeft dat geleid tot het besluit dat wij de komende maanden nog geen beslissing kunnen nemen over de plaatsing van een tankstation aan [naam locatie] en/of eventuele ruiltransacties.

Zeer belangrijke interne zaken en beslissingen, waarbij ook externe partijen een cruciale rol spelen moeten eerst hun beslag krijgen. De achtergrond hiervan is bij jullie in kleine kring bekend.

Indien ons standpunt jullie strategie en koers zou verstoren en verder uitstel niet mogelijk is, zullen wij jullie reactie hoe dan ook respecteren.

Het zal duidelijk zijn dat wij er alles aan doen om in het belang van het bedrijf en voor onze positie in de gemeente Dronten deze interne zaken met de meest mogelijke spoed af te wikkelen.

Voor zover de zorgvuldigheid dat toelaat en dat voor jullie wenselijk zou zijn houd ik jullie op de hoogte van de voortgang

(...)”

2.12.

In een rapport van 5 september 2014, uitgebracht op verzoek van de gemeente heeft [naam onderzoeksbureau] de grondwaarde van het tankstation locatie [naam locatie] geactualiseerd en vastgesteld op een bedrag van € 500.000,00.

2.13.

Op 4 februari 2016 heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met [D] en [E] (hierna gezamenlijk [achternaam van D en E] genoemd), waarbij de gemeente op de locatie [naam locatie] een perceel bouwgrond heeft verkocht aan [achternaam van D en E] van 1.500m2. Voorts is - onder meer - overeengekomen dat op de bouwgrond een onbemand tankstation wordt gerealiseerd.

3 Het geschil in de hoofdzaak

3.1.

[eiseres sub 1] c.s. vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

1. voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig ten opzichte van [eiseres sub 1] c.s. heeft gehandeld,

2. de gemeente veroordeelt een schadevergoeding te betalen van € 1.966,400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2016 en

3. de gemeente veroordeelt in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres sub 1] c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de gemeente heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel en/of het gelijkheidsbeginsel en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [eiseres sub 1] c.s. Zij stelt daartoe dat de gemeente, nadat haar op grond van het tweede rapport van [naam onderzoeksbureau] van 5 september 2014 was gebleken dat de uitgangspunten voor de bepaling van de waarde van een vergunning voor de vestiging van een brandstofverkooppunt op de [naam locatie] ingrijpend waren gewijzigd, deze informatie niet aan [eiseres sub 1] c.s. heeft meegedeeld en niet opnieuw met [eiseres sub 1] c.s. in overleg is getreden over deze vestiging. De gemeente wist immers dat [eiseres sub 1] c.s. zeer geïnteresseerd was in de mogelijkheid een brandstofverkooppunt op de [naam locatie] te vestigen. [eiseres sub 1] c.s. had in de e-mail van 13 februari 2014 aangegeven dat die interesse ook in de toekomst bleef bestaan. Door zeer relevante informatie aan [eiseres sub 1] c.s. te onthouden, heeft de gemeente [eiseres sub 1] c.s. de mogelijkheid onthouden om op basis van gelijkwaardigheid mee te dingen naar vestiging van een brandstofverkooppunt op de [naam locatie] en daarmee de belangen van [eiseres sub 1] c.s. veronachtzaamd. Door met [achternaam van D en E] een overeenkomst aan te gaan op basis van voorwaarden die ingrijpend afwijken van de voorwaarden die zij aan [eiseres sub 1] c.s. had gesteld, heeft de gemeente voorts gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Volgens [eiseres sub 1] c.s. had de gemeente partijen gelijke kansen moeten bieden en dus aan haar dezelfde voorwaarden moeten stellen als zij aan [achternaam van D en E] heeft gesteld. [eiseres sub 1] c.s. stelt dat zij als gevolg van het onrechtmatig handelen van de gemeente schade heeft geleden. Indien de gemeente [eiseres sub 1] c.s. wel de gelegenheid had geboden om op dezelfde voorwaarden als [achternaam van D en E] een overeenkomst te sluiten, was volgens haar de kans zeer groot geweest dat [eiseres sub 1] c.s. de beste bieding zou hebben gedaan en een vergunning zou hebben gekregen om een brandstofverkooppunt op de [naam locatie] te exploiteren. [eiseres sub 1] c.s. heeft de schade als gevolg van het gestelde onrechtmatig handelen begroot door de situatie waarin zij zich nu bevindt te vergelijken met de hypothetische situatie dat zij een brandstofverkooppunt zou exploiteren op de [naam locatie] . De schade bestaat daarbij volgens haar uit gederfde winst op het brandstofverkooppunt en de verkoopwaarde van het brandstofverkooppunt.

3.3.

De gemeente heeft betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [eiseres sub 1] c.s. Zij stelt daartoe in de kern genomen dat haar contractsvrijheid als eigenaar van de grond op de locatie [naam locatie] voorop staat, dat er gedurende een aantal jaren met [eiseres sub 1] c.s. onderhandelingen zijn gevoerd, maar dat door het verstrijken van de tijd de voorstellen van [eiseres sub 1] c.s. steeds minder aantrekkelijk waren voor gemeente. Nadat de onderhandelingen regelmatig en met wederzijds goedvinden waren beëindigd, hadden beide partijen hun handen weer volledig vrij. De gemeente had daarom de vrijheid om, op basis van nieuwe feiten en omstandigheden die haar na het beëindigen van de onderhandelingen met [eiseres sub 1] c.s. waren gebleken, te kiezen voor nieuwe onderhandelingen met een andere partij. De gemeente heeft benadrukt dat aan [eiseres sub 1] c.s. niet een recht van eerste koop of een andere voorkeurspositie was gegeven. Na beëindiging van de onderhandelingen met [eiseres sub 1] c.s. was [eiseres sub 1] c.s. in dezelfde positie ten opzichte van de gemeente als ieder ander. Zij betwist onzorgvuldig jegens [eiseres sub 1] c.s. of in strijd met het gelijkheidsbeginsel te hebben gehandeld. De gemeente betwist voorts de door [eiseres sub 1] c.s. gestelde schade alsmede het causaal verband met het gestelde onrechtmatig handelen.

4 De incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv

5 De beoordeling in de hoofdzaak

6 De beslissing