Rechtbank Midden-Nederland, 25-04-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1723, 16/265040-16 (P)
Rechtbank Midden-Nederland, 25-04-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1723, 16/265040-16 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 25 april 2018
- Datum publicatie
- 25 april 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:1723
- Zaaknummer
- 16/265040-16 (P)
Inhoudsindicatie
Een 59-jarige journalist uit IJsselstein die in 2014 opnames maakte van een telefoongesprek tussen twee personen had dit niet mogen doen. De vrouw heeft zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, maar de rechtbank Midden-Nederland legt haar geen straf op.
De vrouw is werkzaam bij de lokale krant Zenderstreeknieuws. In 2014 was zij op bezoek bij een journalist van een ander medium. Die journalist voerde een telefoongesprek, op luidsprekerstand, met een raadslid uit IJsselstein. Het raadslid wist niet dat de vrouw meeluisterde en beide personen wisten niet dat zij het gesprek met haar mobiele telefoon heeft opgenomen. De journalist heeft verklaard dat zij het opnemen is begonnen als privépersoon omdat het raadslid een conflict met haar had. In het verleden zou het raadslid haar redactie al met brieven en telefoontjes hebben lastiggevallen.
Tijdens het telefoongesprek kwam na verloop van tijd de benoeming van de waarnemend burgemeester van IJsselstein ter sprake. De vrouw is vanuit een persoonlijk belang begonnen met opnemen. Ze heeft hiermee geen wezenlijk maatschappelijk belang of een ernstige misstand aan de orde willen brengen. Dat het gesprek op een gegeven moment een andere wending kreeg – met de burgemeestersbenoeming - maakt dit niet anders. Voor het delen van de informatie wordt de vrouw niet veroordeeld omdat er een belang was om de informatie te delen, namelijk schending van de geheimhouding van de benoemingscommissie.
Met de opname heeft de vrouw een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het raadslid. Personen die een telefoongesprek voeren moeten er in principe op kunnen vertrouwen dat het gesprek niet door derden wordt opgenomen. De rechtbank vindt net als de officier van justitie dat kan worden volstaan met de constatering dat de vrouw een strafbaar feit heeft begaan en dat ze daarvoor strafbaar is. Er wordt dus geen straf of maatregel opgelegd.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/265040-16 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 april 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] te [postcode] [woonplaats] .
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 april 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en mr. T. Roest Crollius, advocaat te Woerden, alsmede de advocaat van de benadeelde partij mr. W. Tijsseling naar voren hebben gebracht.
De tenlastelegging is als bijlage A aan dit vonnis gehecht.
2 TENLASTELEGGING
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1: zich op 8 november 2014 te IJsselstein schuldig heeft gemaakt aan het zonder toestemming met een mobiele telefoon opnemen van een telefoongesprek; en
Feit 2: zich in de periode van 8 november 2014 tot en met 27 maart 2015 te IJsselstein schuldig heeft gemaakt aan het zonder toestemming gebruik maken van dat opgenomen gesprek door de opname aan derden te laten horen.
3 VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.