Rechtbank Midden-Nederland, 30-05-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2380, NL17.11870
Rechtbank Midden-Nederland, 30-05-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2380, NL17.11870
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 mei 2018
- Datum publicatie
- 5 juni 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:2380
- Zaaknummer
- NL17.11870
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het om de vraag of de toestemming die de aanbestedende dienst heeft gegeven (na inschrijving maar voor definitieve gunning) om in de inschrijving genoemde partijen te vervangen, strookt met het gelijkheids- en transparantiebeginsel.
Uitspraak
VONNIS
_
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: NL17.11870
Vonnis van 30 mei 2018 in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HEIGO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Elst,
eiseres van de vordering, verweerster op de tegenvordering, hierna te noemen: Heigo,
advocaten G. Verberne en P.W. Juttmann te Amsterdam, tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE UTRECHT,
zetelend te Utrecht, verweerster op de vordering, eiseres van de tegenvordering,
hierna te noemen: De Gemeente, advocaat S.C. Brackmann.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de procesinleiding met producties (17),
- -
-
het verweerschrift met een tegenvordering met producties (10),
- -
-
het verweerschrift op de tegenvordering,
- -
-
de brief van 9 april 2018 van Heigo,
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 12 april 2018,
- -
-
de pleitnota van Heigo,
- -
-
de pleitnota van de Gemeente,
- -
-
de reactie op 30 april 2018 van de Gemeente op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling,
- -
-
de reactie op 2 mei 2018 van Heigo op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Gemeente heeft een Europese aanbestedingsprocedure gevoerd voor ‘Kleding inclusief reiniging en schoeisel’. De opdracht is verdeeld in twee percelen. Perceel 1 betreft kleding inclusief reiniging. Het kledingpakket bevat ongeveer 65 verschillende soorten kledingstukken. Het gaat om bedrijfskleding, representatieve kleding, veiligheidskleding en sportkleding. De verwachte afname voor dit perceel bedraagt € 160.000,00 voor kleding en
€ 120.000,00 voor reiniging.
Perceel 2 betreft schoeisel.
De Gemeente heeft aangegeven dat zij veel waarde hecht aan duurzaam inkopen. Paragraaf 1.4 van de Inschrijvingsleidraad luidt als volgt:
"De gemeente wil een duurzame stad zijn die economische ontwikkeling, een gezond milieu en een sociaal hart op een duurzame wijze met elkaar weet te verknopen. De gemeente stuurt in haar rol als opdrachtgever, inkoper van producten, actief op haar ambities voor een groene en duurzame stad. Samen zijn we op weg naar een klimaatneutrale stad in 2030. Duurzaam inkopen levert een belangrijke indirecte bijdrage aan het verminderen van de CO2-uitstoot van de gemeente.
De gemeente neemt deel aan de diverse convenanten en samenwerkingsverbanden. Zo zijn het Klimaatakkoord, FSC-convenant (Forest Stewardship Council, Raad voor Goed Bosbeheer) en het Manifest professioneel duurzaam inkopen ondertekend en is de gemeente een Fair Trade gemeente. Onlangs heeft de gemeente de Green Deal Circulair lnkopen ondertekend. In de circulaire economie Concerninkoop worden materialen en producten na gebruik weer opnieuw ingezet in de economie. Hierdoor worden spullen niet meer weggegooid of vernietigd, maar hergebruikt in de nieuwe economie. Indien u in deze opdracht kansen ziet voor circulair inkopen die de gemeente niet heeft gezien, gebruikt u dan alstublieft de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Al deze convenanten hebben tot doel de milieu-impact van de eigen gemeentelijke bedrijfsvoering sterk te reduceren. Ook wordt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen gestimuleerd. Dit betekent dat u naast het streven naar winst (profit) ook rekening houdt met het effect van uw activiteiten op het milieu (planet) en dat u oog heeft voor menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf (people) (. . .)."
In de Inschrijvingsleidraad staat verder onder meer het volgende:
“(...)
Procedure van verificatie, afstemming en contractsluiting
(...)
Blijkt tijdens de bespreking met de inschrijver dat in de inschrijving onjuiste informatie is verstrekt of dat op andere punten onoverkomelijke bezwaren bestaan, dan zal de betreffende inschrijver alsnog afvallen.
(...)”
De Gemeente heeft voorgeschreven dat inschrijvers op de aanbesteding ten minste twee kledingstukken (de winterjas HV en het winterpilotjack HV uit de serie veiligheidskleding) aanbieden die volledig ontworpen zijn volgens ‘circulaire principes’.
De Nota van Inlichtingen, vraag en antwoord 89 luidt als volgt:
“Eis 153: Kunt u aangeven wat u verstaat onder circulaire principes en wat u wel en niet hoogwaardige recycling vindt? Gebruikte kleding dat uiteindelijk bankvulling of poetslap wordt, zien wij niet als een circulair principe terwijl anderen dat mogelijk wel zo vinden.
Antwoord
In uw plan van aanpak “duurzaam en circulaire bedrijfskleding” (onderdeel van de gunningscriteria) kunt u uw visie op wat u verstaat onder circulaire bedrijfskleding met ons delen, en uw plan toelichten hoe u de retourstroom gaat verwerken. Hierbij kunt u aangeven “of, hoe en welk percentage van de kleding/schoenen geschikt is voor re-use, repair/refurbish, remanufacturing en recycling”. Uiteraard geldt dat kleding die volledig recyclebaar is tot nieuwe kleding, hierbij hoger scoort dan kleding die in een andere keten hergebruikt wordt.”
Het gunningscriterium dat op dit onderdeel ziet, luidt als volgt:
“IV.2.1) Gunningscriteria
Economisch meest voordelige inschrijving, gelet op de onderstaande criteria
Criterium: Prijs
(...)
Criterium: Plan van aanpak 'Duurzame en circulaire bedrijfskleding'
Beschrijving: U schrijft een plan van aanpak voor 'duurzame en circulaire bedrijfskleding' van maximaal 1500 woorden. U werkt de aspecten in uw plan van aanpak volgens de SMART methodiek uit (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden) en u komt met concrete voorstellen. U gaat hierbij minimaal in op volgende punten: Waardebehoud ontwerp en ontwerp circulaire kledingstukken.
De manier waarop het ontwerp van de door u te leveren circulaire kledingstukken (zie eis 153) borgt dat waardevernietiging zoveel mogelijk wordt voorkomen (bijvoorbeeld door materiaalkeuze, eenvoudig te scheiden onderdelen):
Het percentage gebruikt/gerecycled materiaal waarvan de circulaire kledingstukken zijn gemaakt.
De mogelijkheid om meer dan twee kledingstukken circulair te maken, direct bij aanvang of tijdens de looptijd van het contract, het percentage gebruikt/gerecycled materiaal en de eventuele kostenconsequenties hiervan. Maximale waardebehoud van het product tijdens en na gebruik.
Beschrijf hoe u de retourstroom van kleding/ schoenen gaat organiseren en verwerken, en met welke partijen, gelet op: • Of, hoe en welk % van de kleding /schoenen geschikt zijn voor re-use, re-pair/re- furbish, re-manufacturing en re-cycling.• Geef aan welke waarde de retourstroom van kleding voor u vertegenwoordigt en hoe u deze waarde verrekent (in de prijs, in de vorm van statie- of retourpunten in de webshop, verdisconteert in de prijs van de circulaire kledingstukken, of een andere door u gekozen vorm). De rol die u gaat nemen als regievoerder op de kringloop. Toon ons actief aan hoe u de regie op de kringloop gaat voeren gelet op bovenstaande punten, oa: • Borging (o.a. borgen dat kleding retour wordt genomen, uw rol in de communicatie hierover richting de medewerkers) • Rapportering en wijze van aantonen van behaald resultaat • Risicobeheersing (o.a. borgen dat kleding met logo van gemeente Utrecht niet vermist raakt) • verdeling verantwoordelijkheden en risico's • transparantie • keten- samenwerking. Hoe meer SMART uw maatregelen voor het realiseren van bovengenoemde punten zijn hoe beter u scoort. Let op dat u hierbij niet meer dan 1500 woorden gebruikt, volgens de SMART methodiek werkt en met concrete voorstellen komt. Vereisten: Plan van aanpak Duurzame en circulaire bedrijfskleding. Van toepassing op: Perceel nr 1
Weging: 20”
Heigo heeft een inschrijving ingediend. Naast Heigo waren er drie andere inschrijvers, waaronder de firma [firma 1] (hierna [firma 1] ).
Op 15 november 2016 heeft De Gemeente aan Heigo meegedeeld dat zij voornemens is om perceel 1 te gunnen aan [firma 1] . Heigo is op de tweede plaats
geëindigd. Op een totaal van 100 punten (als eindscore) heeft Heigo 89 punten gekregen tegenover [firma 1] 92. Heigo heeft wel perceel 2 (schoenen) gegund gekregen.
In de toelichting die De Gemeente aan Heigo heeft gegeven voor de beslissing met betrekking tot perceel 1 staat het volgende:
“(...)Uw score op gunningscriterium 2 ‘Plan van aanpak Duurzame en circulaire bedrijfskleding’ is minder goed beoordeeld ten opzichte van de hoogst scorende inschrijving op dit criterium. (...) Ten opzichte van de hoogst scorende mist gemeente Utrecht hierin de beschrijving van de kledingstukken die niet gewassen worden. In uw beschrijving ligt de nadruk op het recyclen buiten de textielketen, met name verwerking tot [naam 1] . Ten opzichte van de hoogst scorende gaat u minder concreet in op re-use of re-pair. Verder zijn de circulaire kledingstukken 8 maal te recyclen, en niet oneindig zoals bij de hoogst scorende inschrijving op dit criterium. Als positief punt werd benoemd dat een groot deel van uw collectie circulair te maken is.(...)”
De hoogst scorende op het gunningscriterium 2 was de firma [firma 2] . [firma 2] had in haar inschrijving aangegeven de opdracht te gaan doen met [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna [bedrijfsnaam 1] ) en [bedrijfsnaam 2] B.V. (hierna [bedrijfsnaam 2] ).
[firma 1] heeft in haar plan van aanpak [bedrijfsnaam 3] genoemd als partij met wie zij de opdracht zou uitvoeren. Ter onderbouwing van haar plan van aanpak heeft zij twee circulaire jassen van [firma 3] (hierna [firma 3] ), de winterjas HV en het winterpilotjack HV, getoond aan de Gemeente.
Op 22 november 2016 heeft [firma 3] De Gemeente als volgt bericht:
“ (...) [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] , dealer(s) van [firma 3] , heeft van ons, [firma 3] , een offerte gekregen aangaande uw Aanbesteding Gemeente Utrecht. En hierin worden zoals u weet 2 circulaire jassen beschreven in HighVis waarop punten zijn te scoren in uw Aanbesteding. Daar waar velen nog de mond vol hebben van circulaire werkkleding maar in de praktijk hiervan niets waarmaken is het meer dan prijzenswaardig dat de Gemeente Utrecht hierin wel concrete stappen zet. U als gemeente neemt haar verantwoordelijkheid en bent een van de innovators op dit gebied. Zaak is het dan wel dat u, wat ons betreft zeker daar waar u [firma 3] producten met daaraan gekoppeld de circulaire oplossingen van [bedrijfsnaam 3] geoffreerd krijgt, dan volledig en vakkundig hierover wordt geïnformeerd door de betreffende dealer. En daar moet dan door de dealer in ieder geval zijn voldaan aan bovenstaande eisen en voorwaarden. Eerder zullen wij normaliter ook geen circulaire producten offreren aan onze dealer, kunnen ze dan nog niet participeren in het [naam 2] concept... en van deze uitgangspunten is onze dealer vooraf door [firma 3] op de hoogte gebracht.
Zonder in verdere details te willen treden want het is met name een kwestie tussen [firma 3] en [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] wil ik u wel op de hoogte brengen van het feit dat wij als [firma 3] onze offerte vwb de Aanbesteding van uw gemeente aan [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] in zijn geheel hebben ingetrokken. Wij hebben na achteraf blijkt hen de offerte doen toekomen op basis van onjuiste informatie. Dat past totaal niet bij de wijze waarop wij als [firma 3] in de markt actief willen zijn, en waarop wij vinden dat een partnership ingevuld moet worden. En dat hebben wij afgelopen vrijdagmiddag dan ook aan [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] duidelijk kenbaar gemaakt.
Nu is het zo dat onze dealers zo ook [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] , altijd bij diverse marktpartijen hun offertes kunnen opvragen. En aan u dus circulaire producten en circulaire oplossingen kunnen zijn gepresenteerd door [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] die geen betrekking hebben op datgene dat wij aan hen hadden geoffreerd. Dat kunnen wij niet beoordelen want wij waren niet aanwezig bij de presentatie. Wat we in ieder geval wel weten is dat
[firma 1] / [bedrijfsnaam 4] van ons geen samples heeft ontvangen van de 2 circulaire Highvis jassen om aan u te presenteren; samples dus gemaakt in het circulaire doek 'Infinity'.
Kortom; daar waar [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] u producten en circulaire oplossingen heeft geboden die niet uit de koker van [firma 3] en [bedrijfsnaam 3] komen dan is bovenstaande voor u slechts ter kennisgeving. Maar de markt kennende en de mogelijkheden en onmogelijkheden met name op het gebied van circulaire kleding en circulaire oplossingen inschattende zou het heel wel mogelijk zijn dat [firma 3] en [bedrijfsnaam 3] voorbij zijn gekomen in de presentatie van [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] . We kunnen gezien al het bovenstaande dan niet instaan voor het dan aan u gepresenteerde daar waar het zou gaan over [firma 3] en [bedrijfsnaam 3] . En daar waar u dan begrijpelijkerwijs zou verwachten dat in uw vervolgtraject de circulaire producten, service en know how van [firma 3] met [bedrijfsnaam 3] zouden kunnen worden ingebracht dan moet ik u teleurstellen. Dat zal wat ons betreft via [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] niet gaan gebeuren. (...)”
Ook [bedrijfsnaam 3] heeft de Gemeente op 22 november 2016 laten weten dat haar concept voorbehouden is aan deelnemers van haar partnerconcept en dat [firma 1] geen partnerovereenkomst met haar heeft gesloten, wat met zich brengt dat [firma 1] geen artikelen kan aanbieden en leveren vanuit dit concept.
Bij brief van 2 december 2016 heeft Heigo bij de Gemeente bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen gunning aan [firma 1] . Heigo heeft het volgende aangegeven:
“Zoals bij gemeente Utrecht bekend heeft [firma 1] in haar inschrijving artikelen van het [naam 2] - programma van [bedrijfsnaam 3] / [firma 3] aangeboden als invulling van gunningscriterium 2 plan van aanpak "duurzame en circulaire bedrijfskleding". Het [naam 2] -programma, in combinatie met het bijbehorende contentmanagementsysteem, maakt onderdeel uit van een partnerconcept waar [firma 1] geen deelnemer van is. Deze informatie was bij [firma 1] voorafgaand aan de inschrijving bekend en is sinds vorige week ook bij de gemeente Utrecht bekend.
Het concept is voorbehouden aan bedrijven die een partnerovereenkomst met [bedrijfsnaam 3] hebben gesloten en die de afgelopen jaren in het concept hebben geïnvesteerd. Voor de duidelijkheid alleen partners die een partnerovereenkomst met [bedrijfsnaam 3] hebben zijn geautoriseerd om over dit concept met eindgebruikers te communiceren en dit aan te bieden. Concreet betekent dit dat [firma 1] op dit moment geen artikelen kan aanbieden en leveren vanuit dit concept.
Vorige week bent u tevens door [A] van [bedrijfsnaam 3] en [firma 3] geïnformeerd over het feit dat binnen dit concept van [bedrijfsnaam 3] bedrijfskleding maximaal 8 keer circulaire her te gebruiken is. Het is bij gemeente Utrecht bekend dat [firma 1] op basis van dit concept in haar inschrijving heeft gecommuniceerd dat dit meer dan 8 keer is, echter dit is te allen tijde maximaal 8 keer.
Nu vast staat dat [firma 1] een concept heeft aangeboden waar vooraf bij hen bekend is dat ze dit niet konden leveren, plus het feit dat in de inschrijving van [firma 1] informatie staat die onjuist is, en sterker nog volstrekt niet waar te maken is, kan de gemeente Utrecht de opdracht niet aan [firma 1] gunnen. (...)”
Op 5 december 2016 heeft De Gemeente geantwoord dat zij niet op haar voorgenomen tot gunning terugkomt. Daarbij heeft zij het volgende opgemerkt.
“(...) Tijdens de verificatiegesprekken die tot nu toe met [firma 1] / [bedrijfsnaam 4] hebben plaatsgevonden, is het de
gemeente gebleken dat genoemde combinatie zijn inschrijving, waaronder het plan van aanpak, kan waarmaken.
De gemeente kan in dat verband geen inhoudelijke informatie verstrekken, omdat verstrekking van die informatie de rechtmatige commerciële belangen van de combinatie zou kunnen schaden.”
[firma 1] heeft met toestemming van de Gemeente haar inschrijving gewijzigd in die zin dat zij [bedrijfsnaam 3] en [firma 3] heeft vervangen door [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 2] .
Op 12 december 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Heigo en de Gemeente.
Bij dagvaarding van 23 december 2016 heeft Heigo een kort geding procedure aanhangig gemaakt. In het vonnis van 15 februari 2017 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Heigo niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. Overwogen wordt als volgt:
“4.7. (...) De voorzieningenrechter concludeert dat Heigo uiterlijk op 5 december 2016 tot dagvaarding over had kunnen en moeten gaan. Dat had anders kunnen zijn in geval van relevante feiten en omstandigheden die Heigo niet eerder dan na 6 december 2016 wist en ook niet eerder had kunnen weten en die voor het in rechte aanvechten van de voorlopige gunning van beslissende aard zijn. Dat daarvan sprake is, is echter niet aannemelijk geworden. Weliswaar is ter zitting gebleken dat de Gemeente [firma 1] heeft toegestaan om na de voorlopige gunningsbeslissing van onderaannemer te wisselen, nadat [firma 3] haar offerte aan [firma 1] had ingetrokken, maar wat daar aanbestedingsrechtelijk ook van zij en mogelijk ook gezegd kan worden, ook dit is te herleiden tot het reeds in de brief van 2 december 2016 geuite bezwaar van Heigo dat [firma 1] haar inschrijving niet kon nakomen zodat de Gemeente haar inschrijving terzijde had moeten leggen. (...)”
Heigo heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis van de rechtbank van
15 februari 2017. Dit heeft zij ingetrokken nadat haar was gebleken dat de Gemeente de uitkomst van de procedure niet wilde afwachten en een overeenkomst had gesloten met [firma 1] .
De advocaat van Heigo heeft een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend bij de Gemeente om documenten die betrekking hebben op de aanbestedingsprocedure van de Gemeente. Het gaat om de volgende documenten:
a. Alle documenten waaruit blijkt dat [firma 1] de Gemeente verzocht heeft haar toestemming te verlenen om voor een deel van de opdracht, te weten de recycling van de afgedragen (circulaire en niet- circulaire) kleding c.a., [bedrijfsnaam 1] B.V. in te mogen schakelen, evenals alle daarmee samenhangende documenten.
b. Alle documenten betreffende het onderzoek van de deskundige op het gebied van duurzaamheid van de Gemeente dat heeft uitgewezen dat [bedrijfsnaam 1] , net als [bedrijfsnaam 3] , uitvoering kan geven aan de opdracht op de wijze als verwoord in het plan van aanpak van [firma 1] , evenals alle daarmee samenhangende documenten (waaronder, maar niet uitsluitend, interne correspondentie (waaronder e- mails)).
c. Alle documenten waaruit blijkt dat de deskundige op het gebied van duurzaamheid van de Gemeente deskundig is, zoals een curriculum vitae van deze deskundige.
d. Alle documenten waaruit blijkt dat de Gemeente de door [firma 1] gevraagde toestemming heeft verleend, maar niet uitsluitend, onderzoeksverslagen en/of rapporten en interne correspondentie (waaronder e-mails).
De Gemeente heeft bij besluit van 5 april 2018 (hierna het Wob-besluit) aangegeven dat zij de volgende documenten heeft gevonden:
-
verslag verificatiegesprek [firma 1] ,
-
e-mail gemeente Utrecht over de mogelijkheid andere samenwerkingen,
-
curriculum vitae ambtenaar 2010.
Over de documenten wordt onder andere vermeld:
(in verband met informatieverzoek a) dat uit het verslag van het verificatiegesprek met [firma 1] blijkt dat [firma 1] mondeling een verzoek heeft gedaan voor het vervangen van een leverancier en dat de Gemeente dat verzoek mondeling heeft gehonoreerd. En verder (in verband met informatieverzoek b) dat het onderzoek op het gebied van duurzaamheid niet schriftelijk gedocumenteerd is, maar dat de adviseur duurzaam inkopen, die het onderzoek heeft uitgevoerd, haar bevindingen mondeling besproken heeft met de aanbestedingsjurist.
Ten slotte wordt vermeld dat de toestemming als bedoeld in informatieverzoek c mondeling is gegeven.
De Gemeente heeft besloten de gevraagde documenten (1 tot en met 3) niet openbaar te maken. Ten aanzien van de documenten onder 1. en 2. heeft de Gemeente vermeld dat deze informatie bevatten, “die door ondernemers als vertrouwelijk is verstrekt, die op grond van de Wob openbaarmaking in de weg staat”.
3 Het geschil op de vordering
Heigo vordert om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- -
-
a) voor recht te verklaren dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens Heigo;
- -
-
b) de Gemeente te veroordelen tot betaling aan Heigo van een bedrag van EUR 191.145,00, althans een in goede justitie door uw Rechtbank te betalen bedrag, aan schadevergoeding nu Heigo door het onrechtmatig handelen van de Gemeente perceel 1 van de opdracht 'Kleding inclusief reiniging en schoeisel' ten onrechte niet gegund heeft gekregen;
- -
-
c) de Gemeente te veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 2.686,45 (EUR 875 + 1% over (hoofdsom van EUR 191.145,00 - EUR 10.000)) aan buitengerechtelijke incassokosten, met inbegrip van de wettelijke rente die vanaf de datum van indiening van deze procesinleiding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, is verschuldigd;
- -
-
d) de Gemeente te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis, wettelijke rente is verschuldigd;
- -
-
e) de Gemeente te veroordelen tot betaling van de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv: een bedrag van EUR 131,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd.
In haar “verweerschrift ten aanzien van de tegenvordering” heeft Heigo in aanvulling op de procesinleiding gesteld dat de Gemeente op grond van artikel 85 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alle documenten moet overleggen waarop zij zich
heeft beroepen. Subsidiair heeft Heigo verzocht om de Gemeente op grond van artikel 22 Rv te bevelen deze documenten te overleggen en heeft zij aangekondigd om een incidentele vordering ex artikel 843a Rv in te stellen als de Gemeente hiertoe niet overgaat.
Heigo stelt ter onderbouwing van haar vorderingen dat [firma 1] heeft ingeschreven met een door [bedrijfsnaam 3] ontwikkeld concept, en dat zij daarbij [firma 3] heeft opgevoerd als onderaannemer, maar deze inschrijving niet kan waarmaken omdat zij geen partner is (geworden) van [bedrijfsnaam 3] en als gevolg daarvan de aangeboden [firma 3] producten niet kan leveren. De producten van [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 2] zijn niet gelijkwaardig, aldus Heigo.
Heigo beroept zich er daarnaast op dat [firma 1] bewust met onjuiste informatie heeft ingeschreven. Gebleken is dat [firma 1] pas contact heeft gezocht met [bedrijfsnaam 3] met een verzoek om aansluiting en om een dealer-overeenkomst te bewerkstelligen met [firma 3] nadat aan haar het gunningsvoornemen bekendgemaakt was gemaakt. [firma 1] wist op voorhand dat zij de inschrijving niet zou kunnen waarmaken, aldus Heigo.
Heigo is van mening dat De Gemeente de inschrijving van [firma 1] om voormelde redenen ongeldig had moeten verklaren en de opdracht – na verificatie – aan haar moeten gunnen.
Volgens Heigo heeft De Gemeente bovendien door met [firma 1] te onderhandelen over haar bieding en [firma 1] in de gelegenheid te stellen haar inschrijving te wijzigen en met [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 2] aan te bieden, aanbestedingsrechtelijke beginselen (het gelijkheids- en het transparantiebeginsel) geschonden en ook in strijd met haar eigen procedurevoorschriften, zoals vermeld in de inschrijvingsleidraad, gehandeld.
De Gemeente heeft bestreden dat sprake is geweest van onrechtmatig handelen. Er is volgens haar niet onderhandeld met [firma 1] over de inhoud van de inschrijving. De Gemeente is van mening dat de enige relevante vraag is of het plan van aanpak van [firma 1] , ook na vervanging van [bedrijfsnaam 3] en [firma 3] , tegemoet komt aan het gunningscriterium. Deze vraag kan volgens haar bevestigend worden beantwoord.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
op de tegenvordering
De Gemeente vordert - samengevat - veroordeling van Heigo tot betaling van het bedrag van € 21.000,00 inclusief btw, verhoogd met de kosten die de Gemeente nog moet maken in de onderhavige juridische procedure na indiening van het verweerschrift, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met de aantekening dat als niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis aan deze veroordeling is voldaan daarover een wettelijke rente verschuldigd is, een en ander met veroordeling van Heigo in de kosten het geding met betrekking tot de tegenvordering.
Heigo voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.