Home

Rechtbank Midden-Nederland, 05-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2815, 6637654 UT VERZ 18-2961

Rechtbank Midden-Nederland, 05-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2815, 6637654 UT VERZ 18-2961

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 juli 2018
Datum publicatie
11 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:2815
Zaaknummer
6637654 UT VERZ 18-2961

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Art. 4:194a lid 2 BW. Kantonrechter ontheft 4 erfgenamen, die zuiver hebben aanvaard, van de verplichting om een schuld van erflater uit hun eigen vermogen te voldoen.

Uitspraak

Bewindsbureau

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6637654 UT VERZ 18-2961

Beschikking van 5 juli 2018

Inzake het verzoek van

[verzoeker 1] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [verzoeker 1],

[verzoeker 2] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [verzoeker 2],

[verzoeker 3] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [verzoeker 3],

[verzoeker 4] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [verzoeker 4],

[verzoeker 1], [verzoeker 2], [verzoeker 3] en [verzoeker 4] hierna samen ook te noemen: verzoekers,

advocaat mr. M.S. Haas.

betreffende de nalatenschappen van:

[erflater] , overleden op [2015], geboren op [geboortedatum] 1933, laatste woonplaats [woonplaats], hierna te noemen: erflater,

en

[erflaatster] , overleden op [2015], geboren op [geboortedatum] 1935, laatste woonplaats [woonplaats], hierna te noemen: erflaatster,

erflater en erflaatster hierna samen te noemen: erflaters.

Belanghebbende:

[belanghebbende] ,

gevestigd in [vestigingsplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende],

gemachtigde mr. J.A. van den Bogert, werkzaam bij Juridisch Advies- en Incassobureau Incasso Result B.V..

1 Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 6 februari 2018.

De zaak is behandeld ter zitting van 14 juni 2018. Hierbij zijn verschenen:

-

verzoekers met hun advocaat;

-

mevrouw [A], echtgenote van [verzoeker 2];

-

de heer [B], echtgenoot van [verzoeker 3];

-

de heer [C] namens [belanghebbende], met zijn gemachtigde.

Mr. Haas heeft ter zitting pleitnotities overhandigd.

2 Feiten

2.1.

Erflater en erflaatster waren gehuwd in voor beiden eerste en enige echt. Hun huwelijk is ontbonden door het overlijden van erflater. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren, te weten verzoekers en [D] (hierna te noemen: [D]). [D] is in 2016 geëmigreerd. Zijn adres is onbekend.

2.2.

Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Erflaatster en zijn vijf kinderen zijn zijn erfgenamen. Erflaatster heeft ook niet bij testament over haar nalatenschap beschikt. Haar vijf kinderen zijn haar erfgenamen.

2.3.

Verzoekers hebben geen schriftelijke verklaring afgelegd over de wijze van aanvaarding van de nalatenschappen van erflaters. Zij hebben de nalatenschappen niet verworpen. Verzoekers hebben na het overlijden van erflaatster onder andere betalingsregelingen getroffen voor betaling van de facturen van de beide uitvaarten, zij hebben de in de woning van erflater aangetroffen post meegenomen en doorgenomen, openstaande rekeningen voldaan uit hun eigen vermogen en de vervuilde en verwaarloosde huurwoning leeggeruimd. Zij hebben zich daarmee gedragen als zuiver aanvaard hebbende erfgenamen, resulterend in zuivere aanvaarding.

2.4.

Uit een vonnis van de kantonrechter te Utrecht van 25 september 2013 blijkt dat erflater is veroordeeld om aan [belanghebbende] een bedrag van € 19.225,34 (hierna te noemen: de schuld) te betalen. Verder blijkt uit dat vonnis het volgende. [belanghebbende] drijft een autobedrijf en erflater handelde tot begin 2012 in auto’s. Erflater had tweedehands auto’s van [belanghebbende] gekocht, maar de koopprijs niet volledig voldaan. Erflater heeft erkend de door [belanghebbende] gevorderde hoofdsom verschuldigd te zijn aan [belanghebbende], maar vanwege een brand in zijn bedrijfspand, zijn hoge leeftijd en slechte gezondheid in betalingsonmacht te verkeren.

3 Verzoek en verweer

3.1.

Verzoekers hebben de kantonrechter primair op grond van artikel 4:194a lid 2 Burgerlijk Wetboek (verder: BW) verzocht om hen te ontheffen van de verplichting om de schuld uit hun eigen vermogen te voldoen. Subsidiair hebben verzoekers de kantonrechter op grond van artikel 4:194a lid 1 BW verzocht om hen te machtigen de nalatenschappen van erflaters alsnog beneficiair te aanvaarden. Een en ander met veroordeling van [belanghebbende] in de kosten van onderhavige procedure.

3.2.

[belanghebbende] verzoekt de kantonrechter verzoekers niet-ontvankelijk te verklaren, omdat zij het verzoek niet hebben ingediend binnen drie maanden na ontdekking van de schuld. Indien de kantonrechter het verzoek wel ontvankelijk acht, verzoekt [belanghebbende] het verzochte af te wijzen.

4 Beoordeling

5 Beslissing