Rechtbank Midden-Nederland, 25-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3624, 6992656
Rechtbank Midden-Nederland, 25-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3624, 6992656
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 25 juli 2018
- Datum publicatie
- 13 augustus 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:3624
- Zaaknummer
- 6992656
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige inname leaseauto tijdens ziekte. Gebruik auto door verloop van tijd arbeidsvoorwaarde geworden. Geen eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarde mogelijk. Vordering inzage en kopie personeelsdossier op grond van AVG toegewezen.
Uitspraak
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 6992656 UV EXPL 18-173 LT/33864
Kort geding vonnis van 25 juli 2018
inzake
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [eiser] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. L. Tielenius Kruythoff
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V. tevens h.o.d.n. [handelsnaam],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij.
1 De procedure
Het verloop van de procedures blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding met aangehechte productie 1 t/m 10,
- -
-
de mondelinge behandeling van 11 juli 2018, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De vaststaande feiten
[eiser] is op 11 februari 2002 in dienst getreden bij [gedaagde] . [eiser] is voor onbepaalde tijd in dienst, laatstelijk in de functie van office manager. Zijn laatstgenoten salaris bedraagt € 4.318,25 bruto per maand te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.
Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg van toepassing, verder te noemen de CAO. Artikel 7.4.a van de CAO luidt als volgt:
Artikel 7
Verplichtingen van de werknemer
“(...)
4.a. Ten aanzien van door de werkgever aan de werknemer in bruikleen gegeven zaken zoals voertuigen, werktuigen en/of gereedschappen is hij verplicht:
(...)
deze zorgvuldig te gebruiken en te bewaren;
vermissing of beschadiging ervan onmiddellijk aan zijn directe chef te melden;
deze terug te geven wanneer hij deze voor zijn dienst niet meer nodig heeft dan wel wanneer hij door of vanwege de werkgever om teruggave wordt verzocht.”
[eiser] heeft zich op 5 maart 2018 ziekgemeld.
In de brief van 2 mei 2018 schrijft [gedaagde] aan [eiser] – onder meer – het volgende:
“U heeft van uw werkgever [gedaagde] B.V. een voertuig en telefoon in bruikleen gekregen die u thans – u bent sinds 5 maart dit jaar 100% arbeidsongeschikt – voor werkzaamheden niet meer nodig heeft. Wij hebben dit voertuig dringend nodig mede in verband met een recente overname van een ander koeriersbedrijf.
Conform artikel 6 [ [gedaagde] heeft hiermee artikel 7 bedoeld] lid 4a van de CAO dient u ter beschikking gestelde goederen terug te geven indien u deze niet meer nodig heeft danwel wanneer de werkgever om teruggave verzoekt.
Wij hebben u reeds eerder hiertoe verzocht, helaas zonder resultaat, en hebben noodgedwongen een voertuig moeten huren voor € 40 per dag. Mocht deze aansporing niet resulteren in de teruggave van het bedrijfsvoertuig en de telefoon uiterlijk 7 mei aanstaande, dan doen wij aangifte van diefstal en gaan wij tevens het huurbedrag en de telefoonkosten op u verhalen.”
Uit de salarisspecificatie van de maand mei 2018 blijkt dat [eiser] recht heeft op € 2.664,04 netto aan loon en € 2.059,54 netto aan vakantietoeslag. Op 25 mei 2018 heeft [eiser] een betaling van € 2.664,04 van [gedaagde] op zijn bankrekening ontvangen.
Hierop heeft [eiser] [gedaagde] bij e-mail van 28 mei 2018 gesommeerd het op de salarisspecificatie vermelde vakantiegeld van € 2.059,54 alsnog aan hem over te maken.
Op 31 mei 2018 heeft [eiser] een nabetaling van [gedaagde] ontvangen van € 1.309,54 netto op zijn bankrekening.
Bij e-mail van 8 mei 2018 heeft [eiser] aan [gedaagde] – voor zover relevant – het volgende kenbaar gemaakt:
“Zoals de heer Tielenius Kruythoff in zijn e-mail van 1 mei jl. duidelijk heeft aangegeven, zijn cliënt de auto en telefoon voor privégebruik beschikbaar gesteld en kunt u deze niet eenzijdig invorderen. Vandaag heeft cliënt moeten vaststellen dat zijn tankpas en zijn telefoon zijn geblokkeerd (...).”
Op 31 mei 2018 deelt [eiser] onder meer het volgende per e-mail aan [gedaagde] mee:
“Ik heb u meegedeeld dat cliënt een bedrag van € 1309,54 ontvangen met omschrijving ‘salaris mei 2018’. Dit is niet het volledige vakantiegeld. U bevestigde dat er inderdaad een inhouding heet plaatsgevonden vanwege de huur van een vervangende auto.”
3 Het geschil
[eiser] vordert [gedaagde] , bij wege van voorlopige voorziening, te veroordelen tot:
a. betaling van het resterende vakantiegeld van in totaal € 760,00 netto te vermeerderen met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente;
b. afgifte van het volledige personeelsdossier van [eiser] op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag;
c. betaling van de door [eiser] geleden schade ten gevolge van de onrechtmatige invordering door [gedaagde] van de leaseauto ten bedrage van € 40,00 per dag vanaf 5 juni 2018;
d. betaling van de brandstofkosten ten bedrage van € 160,00 per 4 weken vanaf 7 mei 2018 te vermeerderen met de wettelijke rente;
e. betaling van de door [eiser] geleden schade ten gevolge van de onrechtmatige invordering door [gedaagde] van het telefoonabonnement ten bedrage van € 20,00 per maand vanaf 8 mei 2018 te vermeerderen met de wettelijke rente;
e. de buitengerechtelijke incassokosten;
f. de proceskosten.
Ter onderbouwing van de vordering stelt [eiser] dat het gebruik van de auto, de tankpas en het mobiele telefoonabonnement door het bestendig gebruik daarvan is verworden tot een arbeidsvoorwaarde. [gedaagde] heeft die voorwaarde eenzijdig gewijzigd door de auto in te nemen en de tankpas en het abonnement te blokkeren. Aangezien [gedaagde] niet bevoegd is tot eenzijdige wijziging, handelt hij in strijd met het goed werkgeverschap en is [gedaagde] schadeplichtig. Daarnaast maakt [gedaagde] aanspraak op afgifte van zijn personeelsdossier op grond van de op 25 mei 2018 in werking getreden Algemene Verordening Gegevensbescherming, verder te noemen de AVG. [gedaagde] maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten nu [gedaagde] in verzuim is geraakt, respectievelijk [eiser] de vordering uit handen heeft moeten geven.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de inhoud daarvan zal hierna - voor zover van belang - worden ingegaan.