Rechtbank Midden-Nederland, 04-09-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4268, 16/652477-18 (P)
Rechtbank Midden-Nederland, 04-09-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4268, 16/652477-18 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 4 september 2018
- Datum publicatie
- 4 september 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:4268
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2021:1427, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 16/652477-18 (P)
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich gedurende vier jaren schuldig gemaakt aan het heimelijk filmen van zijn jongere huisgenotes. Hij deed dit door een telefoon met camera verstopt op te stellen in de badkamer. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 31 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 100 uur. De rechtbank verbindt algemene en bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf, waaronder reclasseringstoezicht en een behandeling bij De Waag of soortgelijke zorgverlener. Daarnaast legt de rechtbank een contact- en locatieverbod op met de aangeefsters.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/652477-18 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 september 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1983] te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
[adres] , [woonplaats] .
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 augustus 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. T. Tanghe, en van hetgeen verdachte en mr. C. Lammers, advocaat te Utrecht, alsmede van wat door mr. P. van der Geest, advocaat te Utrecht, namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar voren is gebracht.
2 TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1 zich in de periode van 22 mei 2013 tot en met 22 mei 2018 te [woonplaats] meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan belaging van [slachtoffer 3] ,
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;
feit 2 zich in de periode van 1 september 2010 tot en met 18 mei 2018 te [woonplaats] schuldig heeft gemaakt aan het met een verborgen camera in een woning vervaardigen van beeldmateriaal van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en
[slachtoffer 2] .
3 VOORVRAGEN
Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Onder 2. is aan verdachte heimelijk filmen ten laste gelegd. Dit feit is bij artikel 139f van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld als een misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden is gesteld. Als gevolg van artikel 70, eerste lid, aanhef en onder 2° van het Wetboek van Strafrecht geldt er voor dit delict een verjaringstermijn van zes jaren. Tussen de onder verdachte in beslaggenomen digitale gegevens is één filmpje van aangeefster [slachtoffer 1] aangetroffen met daarop aangegeven de datum 4 april 2011. Uit de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat gedurende zes jaren daaropvolgend enige daad van vervolging is verricht. Het recht tot strafvordering is ten aanzien van het heimelijk filmen van [slachtoffer 1] met ingang van 5 april 2017 vervallen.
De rechtbank zal de officier van justitie ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren.
Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is – met uitzondering van het hiervoor genoemde onderdeel - ontvankelijk in de vervolging van verdachte en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.