Home

Rechtbank Midden-Nederland, 03-10-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5020, C/16/466579 / KG ZA 18-547

Rechtbank Midden-Nederland, 03-10-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5020, C/16/466579 / KG ZA 18-547

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 oktober 2018
Datum publicatie
16 oktober 2018
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:5020
Zaaknummer
C/16/466579 / KG ZA 18-547

Inhoudsindicatie

BKR registratie, AVG, ongeoorloofde roodstand, registratie voldoet aan beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verzoek tot verwijdering achterstandsmelding en herstelmelding uit het CKI afgewezen.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/466579 / KG ZA 18-547

Vonnis in kort geding van 3 oktober 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. H.F.A. Notenboom te Rotterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

DE VOLKSBANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. A. van der Grift te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en De Volksbank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met productie 1 tot en met 32;

-

de producties 1 tot en met 28 van De Volksbank;

-

de producties 33 tot en met 45 van [eiser] ;

-

de mondelinge behandeling;

-

de pleitnota van [eiser] ;

-

de pleitnota van De Volksbank.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in 2007 bij SNS Bank (thans: de Volksbank) een betaalrekening geopend met de mogelijkheid om rood te staan tot een bedrag van € 6.200,00.

2.2.

In januari 2017 heeft de bank [eiser] bericht dat de rekening niet onder dezelfde voorwaarden (met die kredietlimiet) kon worden voortgezet. Het saldo diende voor eind april 2017 aangevuld te worden tot - € 2.500,00 en het saldo diende eens per kwartaal positief te zijn.

2.3.

[eiser] heeft met de Volksbank overlegd over een betalingsregeling. In oktober 2017 zijn [eiser] en de Volksbank overeengekomen dat [eiser] € 50,00 per maand zou betalen gedurende drie maanden.

2.4.

De Volksbank heeft achterstand in de betaling van de vordering op [eiser] gemeld bij het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR. Met ingang van 25 juli 2017 is een achterstandscodering A en een bijzonderheidscode 2 opgenomen.

2.5.

Uiteindelijk heeft [eiser] de vordering op 24 juni 2018 in één keer voldaan. Met ingang van 26 juni 2018 is daarom een herstelmelding (H) doorgeven aan het BKR.

2.6.

De Volksbank heeft de bijzonderheidscode 2 inmiddels verwijderd, omdat bleek dat die ten onrechte was geregistreerd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – verwijdering van de achterstandsmelding (A) en herstelmelding (H) uit het CKI, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag en met veroordeling van de Volksbank in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] dat zijn belang bij het verwijderen van de meldingen zwaarder weegt dan het belang van de Volksbank bij instandhouding van de meldingen. [eiser] stelt dat hij op dit moment geen hypotheek kan krijgen doordat de meldingen in het CKI staan. [eiser] acht verwijdering redelijk omdat zijn huidige financiële situatie stabiel is, er sprake is geweest van goed betaalbedrag omdat hij heeft betaald wat hij kon via de betalingsregeling en hij de vordering in één keer heeft voldaan toen hij weer een baan had.

3.3.

De Volksbank is van mening dat de vordering van [eiser] afgewezen dient te worden. Allereerst omdat de procedure te laat aanhangig is gemaakt en er geen sprake is van een spoedeisend belang. De Volksbank is van mening dat de persoonsgegevens van [eiser] terecht zijn geregistreerd bij het BKR en dat er geen zwaarwegende en concrete omstandigheden zijn die de belangenafweging in het voordeel van [eiser] moeten doen uitvallen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing