Home

Rechtbank Midden-Nederland, 16-10-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5048, NL17.10909

Rechtbank Midden-Nederland, 16-10-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5048, NL17.10909

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 oktober 2018
Datum publicatie
18 oktober 2018
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:5048
Zaaknummer
NL17.10909

Inhoudsindicatie

Pauliana en verrekening; verkoop activa en betaling koopprijs door verrekening; vernietiging van alleen de verrekening met beroep op pauliana is niet mogelijk.

Uitspraak

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

zaaknummer: NL17.10909

Vonnis van 16 oktober 2018

in de zaak van

MR. MARNIX MOS,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijfsnaam 1] B.V.,wonende te Nieuwegein,eiser, hierna: de Curator,advocaat mr. P.Q. Winkens-Besems te Uden,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[gedaagde sub 1] B.V.,(hierna: [gedaagde sub 1] )

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],(hierna: [gedaagde sub 2] )wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],(hierna: [gedaagde sub 3] )wonende te [woonplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[gedaagde sub 4] B.V.,(hierna: [gedaagde sub 4] )

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[gedaagde sub 5] B.V.,(hierna: [gedaagde sub 5] )

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verweerders sub 1 t/m 5 zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als: [gedaagde sub 2] c.s. of gedaagden,advocaat mr. E.A.M. Claassen te Zwolle.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de procesinleiding met 12 bewijsstukken

-

het verweerschrift met 23 bewijsstukken

-

de mondelinge behandeling op 24 april 2018

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) is op 29 december 2006 opgericht. [gedaagde sub 4] is aandeelhouder en bestuurder van [bedrijfsnaam 1] . Tegelijk met de oprichting van [bedrijfsnaam 1] is de statutaire naam van [gedaagde sub 4] (die sinds haar oprichting in maart 2002 [bedrijfsnaam 1] B.V. was geheten) gewijzigd in [gedaagde sub 4] . [gedaagde sub 4] is ook aandeelhouder en bestuurder van (onder meer) [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 5] . [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn bestuurders van [gedaagde sub 4] .

2.2.

[bedrijfsnaam 1] exploiteerde een cateringbedrijf, was fabrikant van maaltijden en runde een party- en thuisbezorgservice van maaltijden. Medio 2016 heeft [gedaagde sub 4] besloten om de activiteiten van [bedrijfsnaam 1] te beëindigen per 15 november 2016 en de vennootschap te liquideren.

2.3.

In verband met de voorgenomen liquidatie heeft [gedaagde sub 4] het ertoe geleid dat alle haar bekende schuldeisers van [bedrijfsnaam 1] zijn betaald. Verder heeft [bedrijfsnaam 1] op of rond 28 november 2016 (motor)voertuigen en inventaris aan haar groepsvennootschappen verkocht. De koopsommen zijn niet in contanten aan [bedrijfsnaam 1] betaald, maar zijn verrekend met vorderingen die de groepsvennootschappen op [bedrijfsnaam 1] hadden. Een vordering van een voormalig werknemer van [bedrijfsnaam 1] is onbetaald gebleven.

2.4.

[bedrijfsnaam 1] is op 10 januari 2017 op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard met benoeming van de Curator tot curator.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing