Rechtbank Midden-Nederland, 21-02-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:718, C/16/453240 / KG ZA 18-21
Rechtbank Midden-Nederland, 21-02-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:718, C/16/453240 / KG ZA 18-21
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 februari 2018
- Datum publicatie
- 28 februari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:718
- Zaaknummer
- C/16/453240 / KG ZA 18-21
Inhoudsindicatie
kort geding, vordering tegen bank tot doen verwijderen A2-codering bij BKR afgewezen
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/453240 / KG ZA 18-21
Vonnis in kort geding van 21 februari 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. P.W. van Kooij te Alphen aan den Rijn.
Partijen zullen hierna [eiser] en Rabobank genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 18 januari 2018 met producties 1 tot en met 11,
- -
-
het faxbericht van mr. De Boorder van 25 januari 2018 met vier producties,
- -
-
de brief van mr. Van Kooij van 26 januari 2018 met producties 1 tot en met 12,
- -
-
het faxbericht van mr. De Boorder van 1 februari 2018 met twee producties,
- -
-
de mondelinge behandeling van 5 februari 2018 waarbij partijen vrijwillig zijn verschenen,
- -
-
de pleitnota van [eiser] ,
- -
-
de pleitnota van Rabobank.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] heeft op 15 januari 2015 een overeenkomst voor een rekening-courantrekening bij (een filiaal van) Rabobank afgesloten met contractnummer [contractnummer] .
In juni 2015 heeft [eiser] een ongeoorloofde debetstand laten ontstaan op deze rekening. Ondanks meerdere schriftelijke verzoeken van Rabobank tot aanvulling van het saldo heeft [eiser] de debetstand verder laten oplopen.
Op 14 januari 2016 heeft Rabobank bij Stichting Bureau Kredietregistratie (BKR) gemeld dat bij [eiser] met contractnummer [contractnummer] (overige obligo’s) per
1 oktober 2015 sprake is van achterstand (code A) en dat per 1 november 2015 de (restant)vordering geheel opeisbaar is (code 2). Deze gegevens zijn door het BKR opgenomen in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI).
Begin 2017 heeft [eiser] contact opgenomen met Rabobank en een betalingsregeling getroffen voor het aflossen van de (toen onverminderd) openstaande schuld.
Op 4 augustus 2017 heeft [eiser] het laatste deel van de schuld afbetaald.
Rabobank heeft dit gemeld bij BKR. In het CKI is 7 augustus 2017 als einddatum vermeld.
Op 27 november 2017 heeft [eiser] Rabobank verzocht over te gaan tot verwijdering van de registratie in het CKI. In een brief van 7 december 2017 heeft Rabobank aan [eiser] bericht dat en waarom zij na belangenafweging heeft besloten tot afwijzing van zijn verzoek.
3 Het geschil
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Rabobank veroordeelt om de registratie in het CKI met contractnummer [contractnummer] onverwijld, doch uiterlijk binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, te (doen) verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00, met veroordeling van Rabobank in de proceskosten.
Rabobank voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.