Home

Rechtbank Midden-Nederland, 25-01-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:245, C/16/470268 / KG ZA 18-706

Rechtbank Midden-Nederland, 25-01-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:245, C/16/470268 / KG ZA 18-706

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 januari 2019
Datum publicatie
31 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:245
Zaaknummer
C/16/470268 / KG ZA 18-706

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Niet aannemelijk dat de winnende partij een irreële inschrijving heeft ingediend. Motivering gunningsbeslissing is in dit geval voldoende. Bedrijfsvertrouwelijke informatie hoeft niet bekend te worden gemaakt.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/470268 / KG ZA 18-706

Vonnis in kort geding van 25 januari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,

advocaat mr. O.F.J. Moorman van Kappen te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRORAIL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,

advocaat mr. S. Saric te Utrecht,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLKERRAIL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Vianen,

verzoekster in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] , ProRail en VolkerRail worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de producties van de zijde van [eiseres]

-

de producties van de zijde van ProRail

-

de producties van de zijde van VolkerRail

-

de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van VolkerRail

-

de mondelinge behandeling van 10 januari 2019

-

de pleitnota van [eiseres]

-

de pleitnota van ProRail

-

de pleitnota van VolkerRail.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het incident

2.1.

Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Het belang van

VolkerRail is evident, nu ProRail voornemens is de opdracht aan haar te gunnen en [eiseres] zich hiertegen verzet. [eiseres] en ProRail hebben ter zitting ook geen bezwaar gemaakt tegen deze interventie. De voorzieningenrechter heeft daarom ter zitting beslist dat de interventie is toegestaan.

2.2.

Of het om een tussenkomst of voeging gaat is aan de rechter om te beoordelen. Niet de kwalificatie die de interveniërende partij zelf aan haar processuele hoedanigheid heeft gegeven (voeging of tussenkomst), maar de beoordeling van haar processuele positie door de rechter aan de hand van haar opstelling in het geding is beslissend voor haar processuele hoedanigheid (HR 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9067).

Een gevoegde partij heeft overigens het recht om zelfstandig in hoger beroep te komen van de uitspraak (HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549). In zoverre behoeft een interveniënt zich niet te laten weerhouden van de keuze voor voeging in plaats van tussenkomst.

2.3.

VolkerRail vordert tussenkomst, subsidiair voeging aan de zijde van ProRail. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is materieel sprake van een gewenste voeging. Hieraan doet niet af dat VolkerRail een eigen (voorwaardelijke) vordering heeft ingesteld. Uit de vordering, de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat VolkerRail hetzelfde verlangt als ProRail, namelijk gestanddoening van het oorspronkelijke gunningsvoornemen. VolkerRail wordt daarom als voegende en niet als tussenkomende partij aangemerkt en toegelaten. De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

3 De feiten

3.1.

VolkerRail heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven onder de naam “Regio Zuid - Realisatie BBV 2019 M-004550” voor vernieuwing van verouderde en versleten infrastructuur op een aantal spoortrajecten.

3.2.

Blijkens hoofdstuk IV.2.1 van de uitnodiging tot inschrijving van 2 juli 2018 geldt als gunningscriterium de beste prijs-kwaliteitsverhouding. De inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding betreft de aanbieding met de laagste evaluatieprijs. De evaluatieprijs wordt berekend door de inschrijfsom te verminderen met een drietal te behalen fictieve kortingen voor de onderdelen ‘Veilig bewust certificaat’, ‘Kwaliteitswaarde CO2-Prestatieladder’ en ‘Kwaliteitswaarde Duurzaam Materiaalgebruik’.

3.3.

Het gaat in deze zaak om de fictieve korting voor ‘Kwaliteitswaarde Duurzaam Materiaalgebruik’. Hierover is in paragraaf 2.3 van het document ‘ Aanvullingen op de leidraad’ van 3 september 2018 het volgende bepaald:

2.3 Duurzaam Materiaalgebruik

2.3.1

Toelichting

(...)

Voor het reduceren van de negatieve milieueffecten van materiaal- en grondstofgebruik is DuboCalc het instrument om de milieueffecten te berekenen. De milieueffecten worden gemonetariseerd in één uitkomst: de Milieu KostenIndicator (MKI). De hoogte van de MKI-waarde is een maat voor de milieubelasting van een GWW-werk gedurende de gehele levenscyclus;

(...)

Met het rekenprogramma DuboCalc (...) kunnen inschrijvers de MKI-waarde als gevolg van materiaalkeuzes en werkwijzen berekenen. DuboCalc bevat een bibliotheek waarin de levenscyclusanalyses (LCA’s) van een groot aantal materialen en grondstoffen zijn opgenomen. Door de juiste keuzes van type materialen, hoeveelheden en transportafstanden kan een optimale MKI-waarde berekend worden.

ProRail heeft op basis van het referentieontwerp zelf een DuboCalc berekening uitgevoerd, de zogenaamde referentie MKI.

De inschrijver kan een fictieve korting op het inschrijfbedrag krijgen wanneer de door inschrijver aangeboden MKI lager is dan de referentie MKI. Het is niet toegestaan om in te schrijven met een waarde hoger dan de referentie MKI. De aangeboden waarde wordt na gunning een contracteis. (...)

2.3.2

In te dienen documenten

De MKI-waarde waarmee wordt ingeschreven dient te worden genoteerd op het inschrijfbiljet. Deze MKI-waarde dient overeen te komen met de waarde uit de DuboCalc-berekening. Indien er echter sprake is van aanvullende projectspecifieke LCA’s voor materialen die niet in DuboCalc zijn opgenomen, dienen desbetreffende MKI-waarden te worden opgeteld bij de MKI-waarde uit de DuboCalc-berekening (...).

De MKI-waarde op het inschrijfbiljet dient de totale MKI-waarde te zijn van zowel de MKI-waarde uit de DuboCalc-berekening als de MKI-waarde uit de LCA-berekening (indien van toepassing).

Indien gebruik gemaakt wordt van projectspecifieke LCA’s dient op het inschrijfbiljet verklaard te worden dat aan de genoemde voorwaarden uit bijlage 7 is voldaan, namelijk: het toepassen van de Bepalingsmethode Milieuprestaties Gebouwen en GWW Werken onder vermelding van de naam van de erkende LCA Adviseur die dit heeft bevestigd.

De inschrijver dient de volgende stukken in te dienen:

1) Projectenoverzicht beknopt in PDF (standaard uitdraai uit DuboCalc)

2) Indien materialen worden toegepast die niet in DuboCalc zijn opgenomen:

 Projectspecifieke LCA voor alle levenscyclus fasen (Cradle to Grave) van het desbetreffende materiaal.

 De schriftelijke bevestiging van de erkende LCA Adviseur (zoals vermeld op het inschrijvingsformulier) dat de LCA is opgesteld volgens de Bepalingsmethode Milieuprestaties Gebouwen en GWW Werken.

2.3.3

Beoordeling

Een inschrijver krijgt een fictieve korting op het inschrijfbedrag indien het ingediende MKI van de inschrijver lager is dan de referentie MKI.

De MKI-waarde van het referentieontwerp is vastgesteld op € 405.000,-. De MKI-streefwaarde (de MKI-waarde waarmee maximaal gunningsvoordeel behaald kan worden) is vastgesteld op € 162.000,-. Het maximale gunningsvoordeel dat door een inschrijver behaald kan worden is vastgesteld op € 831.000,-. De fictieve korting wordt berekend aan de hand van een lineaire verdeling tussen de MKI-referentiewaarde en de MKI-streefwaarde volgens onderstaande formule:

Fictieve korting = x maximaal gunningsvoordeel

Als de gegeven waarden worden ingevuld, ziet de formule er als volgt uit:

Fictieve korting = x € 831.000

Aangaande de formule en de beoordeling gelden de volgende uitgangspunten:

- Een inschrijving met een MKI-waarde hoger dan de referentie-MKI is ongeldig en wordt derhalve ter zijde gelegd.

- Indien de MKI-inschrijfwaarde lager is dan de MKI-streefwaarde dient als MKI inschrijfwaarde € 162.000,- ingevuld te worden in de formule. Daarmee kan de fictieve korting nooit hoger zijn dan het maximale gunningsvoordeel van € 831.000,-.

(...)”

3.4.

[eiseres] en VolkerRail hebben op deze aanbesteding ingeschreven. ProRail heeft [eiseres] op 11 oktober 2018 meegedeeld dat [eiseres] als tweede in de rangorde is geëindigd en dat zij voornemens is de opdracht aan VolkerRail te gunnen. ProRail heeft in de voorlopige gunningsbeslissing een tabel opgenomen met een overzicht van de inschrijving van [eiseres] en de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van VolkerRail. Hieruit blijkt dat [eiseres] en VolkerRail hebben ingeschreven met dezelfde inschrijfsom en met dezelfde CO2-bewustkorting en Veiligheidsbewustkorting. [eiseres] heeft echter ingeschreven met een MKI-korting van € 720.559, terwijl VolkerRail de maximale MKI-korting van € 831.000 heeft behaald. Het gevolg hiervan is dat het evaluatiebedrag van de inschrijving van VolkerRail lager uitvalt dan het evaluatiebedrag waarmee [eiseres] heeft ingeschreven, waardoor de inschrijving van VolkerRail de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft.

3.5.

[eiseres] heeft op 15 oktober 2018 bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing. Zij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de inschrijving van VolkerRail ten aanzien van de MKI-korting irreëel is en dat de voorlopige gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd.

3.6.

Het Klachtenmeldpunt van ProRail heeft het bezwaar van [eiseres] bij schrijven van 25 oktober 2018 ongegrond verklaard. Daarbij is onder meer overwogen dat de verschillen in MKI-inschrijfwaardes zijn te verklaren door optimale keuzen in bijvoorbeeld materiaaltype en transportafstanden en dat VolkerRail ProRail ervan heeft overtuigd dat zij een geldige en reële aanbieding heeft gedaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

5 De beslissing