Home

Rechtbank Midden-Nederland, 02-08-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3621, C/16/482855 / KG ZA 19-404

Rechtbank Midden-Nederland, 02-08-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3621, C/16/482855 / KG ZA 19-404

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 augustus 2019
Datum publicatie
3 september 2019
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:3621
Zaaknummer
C/16/482855 / KG ZA 19-404

Inhoudsindicatie

Verstrekking afschrift medisch dossier van erflater aan testamentair erfgenaam op grond van zwaarwegend belang

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/482855 / KG ZA 19-404

Vonnis in kort geding van 2 augustus 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. J.H.J. Rijntjes te Rotterdam,

tegen

de stichting

STICHTING INOVUM,

gevestigd te Loosdrecht,

gedaagde,

advocaat mr. P.J. klein Gunnewiek te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Inovum genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 17;

-

de mondelinge behandeling op 17 juli 2019, waarvan aantekening is gehouden door de griffier;

-

de pleitnota van [eiseres] ;

-

de pleitnota van Inovum.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De heer [A] (hierna te noemen: erflater), geboren op [geboortedatum] 1932, is op [overlijdensdatum] 2016 op 84-jarige leeftijd overleden. Vanaf medio januari 2015 tot de dag van zijn overlijden is erflater woonachtig geweest in [naam locatie] , een zorginstelling die geëxploiteerd wordt door Inovum.

2.2.

Bij testament, verleden op 10 maart 2016, heeft erflater [eiseres] benoemd tot enig erfgenaam.

2.3.

In een bodemprocedure, in behandeling bij deze rechtbank onder zaaknummer C/16/436705), wordt dit testament aangevochten door de heer [A] (hierna te noemen: neef [A] ).

2.4.

Bij tussenvonnis van 27 juni 2018 in de bodemprocedure heeft de rechtbank een deskundigenbericht gelast. Dr. [B] , neuroloog in Tilburg, is benoemd tot deskundige. In die procedure is onder meer de status van het behandeldossier in [naam locatie] aan de orde geweest. In het tussenvonnis is in verband daarmee in rechtsoverweging 2.38. onder meer het volgende opgenomen:

“...

Naar het oordeel van de rechtbank heeft neef [A] een rechtens te respecteren belang dat het dossier beschikbaar wordt gesteld maar kan dit belang in voldoende mate worden gediend indien de te benoemen deskundige inzage krijgt in het medisch dossier van erflater, zonder dat aan partijen zelf inzage in het dossier wordt gegeven.

...”

2.5.

Op 27 december 2018 heeft dr. [B] een concept-deskundigenrapport uitgebracht.

2.6.

Bij e-mail van 28 december 2018 heeft [eiseres] aan dr. [B] verzocht om het onderliggende medische/zorg-dossier over erflater in afschrift ter beschikking te stellen van de medisch adviseur van [eiseres] . Op 3 januari 2019 heeft dr. [B] deze vraag voorgelegd aan de rechtbank.

2.7.

Bij brief van 30 april 2019 heeft de rechtbank het volgende – voor zover relevant – bericht aan dr. [B] :

“...

Ik ga ervan uit dat [naam locatie] bereid zal zijn om op grond van de bovengenoemde argumenten ermee in te stemmen dat het medisch dossier ter inzage wordt gegeven aan de medisch adviseurs van partijen (uiteraard door rechtstreekse toezending aan die medische adviseurs). Wilt u [naam locatie] dienovereenkomstig benaderen?

...”

2.8.

Dr. [B] heeft in zijn definitieve deskundigenrapport van 10 mei 2019 onder meer het volgende vermeld:

“Dertig April volgde nog een antwoord op eerder gestelde vragen aan de rechter, mr. P. Krepel. Deze gaat er van uit dat [naam locatie] ermee in zal stemmen het medisch dossier ter inzage te geven aan de medisch adviseur van mr. Rijnjes. Ik neem aan dat mr. Rijntjes dit verzoek dan direct zal indienen bij [naam locatie] . Het verzoek aan mij om [naam locatie] daarover te benaderen is naar mijn mening niet noodzakelijk en ook niet zinvol.”

2.9.

Op 17 mei 2019 heeft [eiseres] aan Inovum verzocht om het medische / zorg dossier over erflater in afschrift te verstrekken aan haar medisch adviseur.

2.10.

Op 27 mei 2019 heeft Inovum hierop afwijzend gereageerd.

2.11.

Op het verzoek van [eiseres] om dit standpunt te heroverwegen heeft Inovum afwijzend gereageerd. Inovum heeft haar standpunt nader toegelicht in aan schrijven aan de rechtbank van 3 juni 2019. In dit schrijven staat onder meer het volgende:

“...

Kort en goed. Er is geen aanleiding voor Inovum om nogmaals haar beroepsgeheim te doorbreken. De brief van de rechtbank van 30 april 2019 aan de medisch deskundige is daartoe voor ons in ieder geval onvoldoende.

Het zou zeer spijtig zijn als voor het verkrijgen van de medische informatie een procedure bij de voorzieningenrechter wordt gestart. Inovum verzoekt uw rechtbank dan ook, ondanks dat zij zich realiseert dat zij geen partij is in deze procedure, om de belangen en het beroepsgeheim van Inovum in ogenschouw te houden. Slechts in de situatie dat uw rechtbank van mening is dat er op geen enkele andere manier duidelijkheid kan worden verkregen, zou een zwaarwegend belang kunnen gelden. Als daarvan sprake is dan wordt een gemotiveerd oordeel daartoe van uw rechtbank graag verkregen.

...”

2.12.

Bij e-mail van 4 juli 2019 stuurt de advocaat van [eiseres] een bericht aan de rechtbank, waarin onder meer het volgende staat:

“...

Vandaar de vraag of de rechtbank (behandelend rechter, mr. Krepel) in het licht van ook de correspondentie van Inovum nog een mogelijkheid ziet voor een instructie richting Inovum opdat het medische / zorg dossier over wijlen de heer [A] spoedig in afschrift verstrekt wordt aan (de medisch adviseur van) [eiseres] en waardoor een kort geding vermeden kan worden.

...”

2.13.

Bij brief van 5 juli 2019 heeft de rechtbank in een brief, gericht aan Inovum, verzocht haar standpunt te heroverwegen.

2.14.

Op 8 juli 2019 heeft Inovum telefonisch aangegeven dat het kort geding toch gevoerd moet worden. Inovum is niet bereid het dossier alsnog in afschrift te verstrekken.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – veroordeling van Inovum om binnen één week na betekening van dit vonnis aan haar, althans aan de door haar aan te wijzen medisch adviseur(s), afschriften te verstrekken van het medische / zorgdossier over erflater, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Inovum in de kosten van deze procedure.

3.2.

Inovum voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing