Home

Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4581, C/16/486873 / KG ZA 19-561

Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4581, C/16/486873 / KG ZA 19-561

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 september 2019
Datum publicatie
2 oktober 2019
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:4581
Zaaknummer
C/16/486873 / KG ZA 19-561

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Geen Grosmann, geen voldoende belang bij beoordeling van klacht over motivering gunningsbeslissing, bij beoordeling niet buiten criteria en gunningssystematiek getreden, scope opdracht duidelijk, voldoende informatie om inschrijving te doen, geen onrechtmatige kennisvoorsprong, geen ongeoorloofde prijsmanipulatie, afwijzing vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/486873 / KG ZA 19-561

Vonnis in kort geding van 27 september 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RIVEZ ASSURANTIËN & RISICOBEHEER B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Helmond

eiseres

hierna te noemen: Rivez

advocaat mr. A.L. Stegeman

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CEDRIS

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht

gedaagde

hierna te noemen: Cedrisadvocaat mr. G. Verberne

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAETSHEREN VAN ORDEN B.V.

gevestigd te Alkmaar

tussenkomende partij

hierna te noemen: Raetsheren van Orden

advocaat mr A.H. Klein Hofmeijer

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de producties 1 tot en met 14

-

de productie van Cedris

-

de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst, subsidiair houdende een verzoek tot voeging van Raetsheren van Orden

-

de producties 1 tot en met 10 van Raetsheren van Orden

-

de mondelinge behandeling van 12 september 2019

-

de pleitnota van Rivez

-

de pleitnota van Cedris

-

de pleitnota van Raetsheren van Orden.

1.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen verteld dat er een vonnis zal komen.

2 Waar gaat de zaak tussen Rivez en Cedris over?

In deze zaak staat een door Cedris georganiseerde openbare Europese aanbestedingsprocedure voor het contracteren van een verzekeringsmakelaar centraal.

Het gaat daarbij om twee deelopdrachten, namelijk:1. het ten behoeve van de leden (kort gezegd, sociale werkplaatsen) van Cedris houden van aanbestedingen om collectieve verzekeringen van Cedris af te sluiten, waaronder een brandverzekering, bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, wagenparkverzekering en werkmaterieelverzekering en andere verzekeringen zoals een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

2. het fungeren als vaste tussenpersoon van Cedris en het beheren van de totale verzekeringsportefeuille voor oude en nieuwe verzekeringen die deelnemer zijn in een bepaalde collectief aanbestede verzekering.

Het gunningscriterium is dat van de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Die wordt bepaald op basis van de laagste prijs per punt. De prijs per punt wordt verkregen door de inschrijfprijs te delen door de totaalscore van vijf kwaliteitscriteria (K1 tot en met K5). Hiervoor kunnen maximaal 100 punten worden behaald.

Rivez, Raetsheren van Orden en AON hebben op deze aanbesteding ingeschreven.

Bij brief van 9 augustus 2019 is aan Rivez bericht dat zij als derde is geëindigd en dat Raetsheren van Orden de winnaar van de aanbesteding is. Rivez kan zich hierin niet vinden en heeft daarom dit kort geding aanhangig gemaakt. Zij wil met dit kort geding bereiken dat:- de voorlopige gunningsbeslissing wordt ingetrokken- er geen definitieve gunning aan Raetsheren van Orden plaatsvindt- de opdracht wordt heraanbesteed

- er door Cedris schadevergoeding aan haar wordt betaald.

3 De beoordeling in het incident

3.1. Tijdens de mondelinge behandeling is het Raetsheren van Orden toegestaan om mee te doen aan de procedure tussen Rivez en Cedris. Er is nog niet beslist of dit op grond van tussenkomst of voeging zal zijn, dat zal nu worden beslist. De primair door Raetsheren van Orden gevorderde tussenkomst zal, zoals hierna zal worden uitgelegd, worden toegestaan. Een partij kan op grond van artikel 217 Rv in een aanhangig geding vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden (zie Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768).

4 De beoordeling in de hoofdzaak

5 De beslissing