Home

Rechtbank Midden-Nederland, 04-12-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5901, C/16/489232 / KG ZA 19-644

Rechtbank Midden-Nederland, 04-12-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5901, C/16/489232 / KG ZA 19-644

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 december 2019
Datum publicatie
11 december 2019
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:5901
Zaaknummer
C/16/489232 / KG ZA 19-644

Inhoudsindicatie

Aanbesteding voor verwerking, overslag en transport van afval. Bezwaren tegen opzet aanbesteding ongegrond. Clustering opdracht niet disproportioneel. Geen kunstmatige beperking mededinging.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/489232 / KG ZA 19-644

Vonnis in kort geding van 4 december 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EEW ENERGY FROM WASTE DELFTZIJL B.V.,

gevestigd te Delftzijl en kantoorhoudende te Farnsum,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot voeging,

advocaat mr. S.S. Schouten te Deventer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AFVAL VERWIJDERING UTRECHT,

zetelend te Soest,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot voeging,

advocaat mr. E.E. Zeelenberg te Nijmegen,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ATTERO B.V.,

gevestigd te Wijster,

verzoekster in het incident tot voeging,

advocaat mr. A.L. Appelman te Zwolle.

Partijen zullen hierna EEW, AVU en Attero genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

EEW heeft op 10 oktober 2019 een dagvaarding aan AVU laten betekenen en aan de rechtbank toegestuurd. Zij heeft de voorzieningenrechter bij brief van 6 november 2019 verzocht de mondelinge behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. AVU heeft zich bij brief van 7 november 2019 tegen dit verzoek verzet. EEW heeft daar op haar beurt bij brief van 7 november 2019 op gereageerd. De rechtbank heeft partijen vervolgens bij e-mailbericht van 8 november 2019 meegedeeld dat ter zitting op het verzoek van EEW zou worden beslist.

1.2.

EEW heeft op 13 november 2019 een nadere akte met producties ingediend en heeft ook bij akte van 15 november 2019 en bij een drietal faxberichten van 19 november 2019 nadere producties ingediend.

1.3.

AVU heeft op 15 november 2019 een conclusie van antwoord met producties ingediend en op 18 november 2019 nog nadere producties.

1.4.

Attero heeft op 19 november 2019 een incidentele vordering tot voeging en nadere producties ingediend.

1.5.

EEW heeft haar eis bij akte van 19 november 2019 gewijzigd.

1.6.

Op 20 november 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waar EEW haar eis nogmaals heeft gewijzigd. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnota’s nader toegelicht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek van EEW tot behandeling achter gesloten deuren afgewezen en het verzoek van Attero om zich in deze procedure te mogen voegen aan de zijde van AVU toegewezen. Deze beslissing zal in paragraaf 2 en 3 worden toegelicht. De voorzieningenrechter heeft ook het bezwaar van Attero tegen de toelating van de vordering tot heraanbesteding en het bezwaar van AVU tegen het toelaten van de nieuwe subsidiaire vorderingen onder III en IV en productie 39 afgewezen, omdat niet is gebleken dat Attero en AVU hierdoor in hun processuele belangen zijn geschaad. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bepaald dat op 4 december 2019 vonnis zal worden gewezen.

2 Het verzoek tot behandeling achter gesloten deuren

2.1.

EEW stelt ter onderbouwing van dit verzoek dat haar standpunt in deze procedure is dat de huidige opzet van de aanbesteding de mededinging kunstmatig beperkt. Om dit standpunt te kunnen onderbouwen, zal zij moeten toelichten hoe zij vanuit haar (markt)positie tegen deze aanbesteding aankijkt, zowel qua inschrijfmogelijkheden, geschiktheidseisen als gunningscriteria. Het is dan onvermijdelijk dat zij concurrentiegevoelige, bedrijfsvertrouwelijke informatie zal (moeten) gebruiken en een deel van haar marktstrategie zal (moeten) prijsgeven. De aanwezigheid van concurrenten bij de mondelinge behandeling zou haar recht om haar zaak vrijuit te bepleiten en op te komen voor haar belangen te zeer beperken.

2.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat het uitgangspunt dat een mondelinge behandeling in beginsel in het openbaar plaatsvindt zwaar weegt en, zoals ook door AVU is gesteld, het juist van belang is dat de discussie over de opzet van de aanbesteding in het openbaar wordt gevoerd, zodat niet alleen EEW maar ook andere (potentiële) inschrijvers van deze discussie kennis kunnen nemen. De suggestie van EEW om hen nadien een korte samenvatting van het verhandelde op de zitting te doen toekomen, acht de voorzieningenrechter onvoldoende om tegemoet te komen aan het gebrek aan transparantie waartoe een behandeling achter gesloten deuren zou leiden. EEW heeft daarnaast onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij haar standpunt dat de opzet van de aanbesteding niet deugt niet in algemene bewoordingen kan onderbouwen en waarom het voor haar nodig is hiervoor concurrentiegevoelige en bedrijfsvertrouwelijke informatie prijs te geven. De voorzieningenrechter heeft EEW de mogelijkheid geboden om tijdens haar mondelinge toelichting alsnog concreet aan te geven als zij volgens haar bedrijfsvertrouwelijke informatie denkt te moeten gebruiken om haar standpunt te onderbouwen. De voorzieningenrechter heeft in het vooruitzicht gesteld dat dan mogelijk de deuren worden gesloten voor wat uitsluitend dat onderdeel betreft. EEW heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Dat bij een openbare behandeling strijd met het mededingingsrecht zal ontstaan, acht de voorzieningenrechter tot slot niet aannemelijk.

3 Het incident

3.1.

Attero vordert haar toe te staan zich te voegen aan de zijde van AVU in dit kort geding tussen EEW en AVU, met veroordeling van EEW in de kosten van dit incident, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

AVU heeft aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen de verzochte voeging. EEW heeft hiertegen echter wel bezwaar gemaakt. Haar bezwaar ziet in de eerste plaats op de mogelijke kennisname door Attero van concurrentiegevoelige informatie. Dit bezwaar ligt in het verlengde van haar verzoek om de behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden en zal om dezelfde redenen worden afgewezen.

3.3.

EEW stelt verder dat Attero haar verzoek tot voeging te laat heeft ingediend en dat zij onvoldoende de gelegenheid heeft gehad zich hierop voor te bereiden. Ook dit bezwaar wordt verworpen. De vordering van Attero tot voeging is op de wet gegrond en zij heeft haar verzoek tijdig, binnen de termijn die hiervoor in het Procesreglement staat, ingediend. Attero heeft ter onderbouwing van haar verzoek gesteld dat zij erg tevreden is over de wijze waarop AVU de aanbesteding in de markt heeft gezet en dat zij op de aanbesteding wil inschrijven. Haar belang om in deze procedure te voegen aan de zijde van AVU is daarom evident. De vordering tot voeging is daarom toegewezen.

3.4.

EEW zal als de ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Attero in het incident worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 543,00 voor salaris advocaat. De proceskosten tussen AVU en Attero zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

4 Het geschil in de hoofdzaak en de beoordeling daarvan

5 De beslissing