Home

Rechtbank Midden-Nederland, 30-01-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:729, C/16/467238 / HA RK 18-282

Rechtbank Midden-Nederland, 30-01-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:729, C/16/467238 / HA RK 18-282

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30 januari 2019
Datum publicatie
8 maart 2019
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2019:729
Zaaknummer
C/16/467238 / HA RK 18-282

Inhoudsindicatie

verzoek om persoonsgegevens in het CKI van het Bureau Krediet Registratie te verwijderen. Verzoek is toegewezen omdat niet vast is komen te staan dat verweerder op goede gronden tot registratie van verzoeker in het CKI over kon gaan.

Uitspraak

beschikking

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/467238 / HA RK 18-282

Beschikking van 30 januari 2019

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker]

verzoeker,

advocaat mr. M. de Boorder,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VESTING FINANCE SERVICING B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen VFS,

verweerster,

gemachtigde mr. [gemachtigde] , [functie van gemachtigde] bij Vesting Finance Incasso B.V.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft op 18 september 2018 een verzoekschrift met producties 1 tot en met 13 ter griffie van deze rechtbank ingediend. Daarbij is, kort samengevat, verzocht VFS te bevelen de persoonsgegevens van [verzoeker] in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna: CKI) van het Bureau Krediet Registratie (hierna: BKR) te verwijderen op straffe van een dwangsom.

1.2.

[verzoeker] heeft bij brieven van 10,13 en 14 december 2018 de producties 14 tot en met 21 toegestuurd.

1.3.

Partijen zijn door de griffier opgeroepen voor de terechtzitting van 17 december 2018.

1.4.

Ter zitting van 17 december 2018 zijn verschenen:

-

mr. M. De Boorder,

-

de heer [verzoeker] ,

-

mr. [gemachtigde] namens VFS.

1.5.

Ten slotte is de uitspraak bepaald.

2 Feiten

2.1.

Op 12 januari 2012 is een betalingsachterstand van [verzoeker] inzake [bedrijfsnaam] .com (hierna [bedrijfsnaam] ) bij het BKR gemeld. Het BKR heeft de melding per 12 januari 2012 met Code A (Achterstand) en bijzonderheidscode 2 ((Restant)vordering geheel opeisbaar) in het CKI geregistreerd (hierna: de BKR-registratie)

2.2.

De vordering van [bedrijfsnaam] is per 26 juni 2014 aan VFS verkocht.

2.3.

Op 31 mei 2018 is namens [verzoeker] een verzoek tot kennisneming verstuurd op grond van artikel 15 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). [verzoeker] heeft daarbij VFS verzocht de registratie bij het BKR toe te lichten.

2.4.

Bij brief van 4 juni 2018 heeft VFS onder andere gemeld dat de registratie geplaatst is door [bedrijfsnaam] .

2.5.

Bij brief van 23 juli 2018 is namens [verzoeker] bezwaar gemaakt tegen de registratie van zijn persoonsgegevens in het CKI.

2.6.

Bij brief van 7 augustus 2018 heeft VFS onder andere bericht dat zij niet zal overgaan tot verwijdering van de BKR-registratie.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank VFS te veroordelen om de registratie in het CKI van het BKR met contractnummer [...] , dan wel alle coderingen op voornoemde registratie, te (doen laten) verwijderen met veroordeling van VFS in de kosten van de procedure, bij niet nakoming binnen 7 dagen van de in deze zaak te wijzen beschikking op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek – samengevat – ten grondslag dat hij op het moment van de BKR-registratie niet op de hoogte was van deze registratie. [verzoeker] ontkent dat hij (ooit) een contract met [bedrijfsnaam] heeft afgesloten. Ook stelt hij dat hij geen vooraankonding van de BKR-registratie heeft ontvangen. Op het moment dat [verzoeker] op de hoogte raakte van de BKR-registratie heeft hij een betalingsregeling getroffen. De vordering is in oktober 2015 geheel afbetaald. [verzoeker] voert verder aan dat hij door de BKR-registratie wordt belemmerd in het krijgen van een financiering voor de aankoop van een woning. Hij licht toe dat hij momenteel bij zijn broer woont, maar dat hij een eigen woning nodig heeft om de omgangsregeling met zijn kind vorm te kunnen geven. Verder heeft hij nog toegelicht en onderbouwd dat hij financieel stabiel is.

3.3.

VFS voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van het verzoek. In de eerste plaats stelt VFS dat zij er zeker van is dat [verzoeker] een overeenkomst is aangegaan met [bedrijfsnaam] . In de brief van 23 juli 2018 zou [verzoeker] deze overeenkomst hebben erkend. Ook zou de betaling van de volledige vordering door [verzoeker] , zonder protest, bevestigen dat deze overeenkomst er is. VFS stelt verder dat zij een vooraankondiging heeft verstuurd. Zij licht toe dat, indien deze vooraankondiging niet ontvangen zou zijn, dit nog niet betekent dat om die reden de registratie moet worden verwijderd. Zij verwijst hiervoor naar eerdere rechtspraak.

VFS voert ten slotte aan dat de persoonsgegevens van [verzoeker] ten aanzien van de betalingsachterstand terecht en correct zijn verwerkt en de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit daarbij in acht zijn genomen. De belangen van [verzoeker] tot doorhaling van de registratie wegen onvoldoende op tegen het belang (van de deelnemers aan het CKI) om de registratie te handhaven.

4 De beoordeling

5 De beslissing