Rechtbank Midden-Nederland, 06-05-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1818, UTR 19/1315
Rechtbank Midden-Nederland, 06-05-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1818, UTR 19/1315
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 mei 2020
- Datum publicatie
- 12 mei 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:1818
- Zaaknummer
- UTR 19/1315
Inhoudsindicatie
WOZ Gecorrigeerde vervangingswaarde, resterende technische levensduur
Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde aan de hand van de GVW niet te hoog is vastgesteld. Betreft verzorgings-/verpleegtehuis. Bepaling resterende technische levensduur van afbouw en installaties na ingrijpende renovatie. Dient niet in hoofdzaak tot woning.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/1315
(gemachtigde: A. van den Dool),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage)
Procesverloop
Bij beschikking van 31 januari 2018 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaatsnaam] (de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 3.386.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2017 (de beschikking). Verweerder heeft met de beschikking in één geschrift verenigd en bekend gemaakt de aan eiseres voor het jaar 2018 ter zake van de onroerende zaak opgelegde aanslag in de van gebruikers geheven onroerendezaakbelasting (OZBG) van de gemeente [naam gemeente] . De heffingsmaatstaf waarnaar de aanslag is berekend, is gelijk aan de vastgestelde waarde van de onroerende zaak.
Bij uitspraak op bezwaar van 12 februari 2019 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres (deels) gegrond verklaard, de heffingsmaatstaf waarnaar de OZBG is geheven verlaagd naar € 296.000,- en de bij de beschikking vastgestelde waarde gehandhaafd. Verweerder heeft daarbij aan eiseres vergoeding toegekend voor de in bezwaar gemaakte kosten tot een bedrag van € 515,- voor het indienen van een bezwaarschrift, het horen in bezwaar en het overlegde kadastraal uittreksel.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en een taxatierapport overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2019. Eiseres heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [A] , taxateur. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [B] en [C] , beiden taxateur.
Vaststaande feiten
1. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is rond 1975 gebouwd en is in 2012 gerenoveerd, onder meer om de onroerende zaak geschikt te maken voor bewoners met een zwaardere zorgvraag vanaf zorgzwaartepakket 4.
2. De onroerende zaak bevat een hoofdgebouw, waarin het verzorgings-/verpleegtehuis is gevestigd. Dit hoofdgebouw bestaat uit een begane grond, twee verdiepingen en een kelder. De bewoners van het verzorgings-/verpleegtehuis hebben beschikking over een eigen zit-/slaapkamer. Deze kamers zijn gelegen op de begane grond en de twee verdiepingen. Daarnaast beschikt het verzorgings-/verpleegtehuis over een aantal huiskamers met keuken, die door de bewoners gezamenlijk worden gebruikt en ruimten die slechts door het personeel worden gebruikt, waaronder een kantoor en bergruimtes. Op de tweede verdieping bevindt zich een kapsalon.
3. De waarde van de onroerende zaak is door verweerder vastgesteld op € 3.386.000,-. Verweerder heeft deze waarde in beroep gehandhaafd. In de waardering is rekening gehouden met het feit dat een deel van de onroerende zaak deels tijdelijk als opslag wordt gebruikt en op termijn gesloopt wordt. Dat deel heeft verweerder bij de bepaling van de waarde van de onroerende zaak buiten aanmerking gelaten.
Geschil
4. In geschil is:
- of verweerder de gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak op waardepeildatum op een te hoog bedrag heeft vastgesteld;
- of de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient.
Op de zitting heeft eiseres haar beroepsgrond over de vergoeding van de kosten voor het ingediende taxatierapport ingetrokken, zodat de rechtbank deze onbesproken kan en zal laten.