Rechtbank Midden-Nederland, 12-06-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2149, UTR 18/3929
Rechtbank Midden-Nederland, 12-06-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2149, UTR 18/3929
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 juni 2020
- Datum publicatie
- 17 juni 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:2149
- Zaaknummer
- UTR 18/3929
Inhoudsindicatie
WOZ, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 18/3929
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (voorheen: de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking SWW-gemeenten), verweerder.
(gemachtigde: mr. A.J. van Griethuijsen)
Inleiding
Eiser is eigenaar van de woning aan de [adres 1] in [woonplaats] . De woning is een penthouse uit 1995 op de bovenste verdieping van één van de drie gebouwen van het appartementencomplex ‘ [appartementencomplex] ’ in [woonplaats] . Het penthouse heeft een inhoud van 650 m3 en een oppervlakte van 215 m2.
In de beschikking van 28 februari 2018 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van eisers penthouse voor het belastingjaar 2018 vastgesteld op € 765.000,--, naar de waardepeildatum 1 januari 2017. Daarbij heeft verweerder aan eiser ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. Eiser heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt, omdat hij vindt dat verweerder de waarde te hoog heeft vastgesteld. In de uitspraak op bezwaar van 27 september 2018 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is op 13 mei 2020 behandeld op een digitale zitting via Skype. Eiser is daarbij verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.