Home

Rechtbank Midden-Nederland, 24-02-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2447, 19/2888

Rechtbank Midden-Nederland, 24-02-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2447, 19/2888

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 februari 2020
Datum publicatie
21 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2020:2447
Zaaknummer
19/2888

Inhoudsindicatie

afwijzing verzoek PKV

Uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/2888

(gemachtigde: J.J.C. Gresnigt),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft op 26 november 2019 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 26 juni 2019 een beslissing op bezwaar genomen. Daarin heeft verweerder beslist dat verzoekster de gebruikster is van het adres [adres] te [woonplaats] en dat verzoekster daarom de gebruikersbelastingen voor het belasting jaar 2019 moet betalen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 26 november 2019 heeft verweerder een nieuw besluit genomen, waarmee hij terugkomt op het besluit van 26 juni 2019 en de aanslagen gebruikersbelasting voor het belastingjaar 2019 vernietigt. Verweerder heeft daarmee gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten, bestaande uit het griffierecht van € 47,-. Griffierecht valt niet onder de proceskosten.

2. Verweerder is verplicht het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41, zevende lid van de Awb). Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

3. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van L.J.N. van der Linden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?