Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2584, C/16/502992 / KG ZA 20-247
Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2584, C/16/502992 / KG ZA 20-247
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 juli 2020
- Datum publicatie
- 6 juli 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:2584
- Zaaknummer
- C/16/502992 / KG ZA 20-247
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbestedingszaak. Voeging toegestaan ook al heeft voegende partij contractuele vervaltermijn ongebruikt laten verstrijken. Deugt de beoordeling van de kwalitatieve subgunningscriteria?
Geoordeeld wordt van wel. Voorlopige gunningsbeslissing niet met inachtneming van 2.130 Aanbestedingswet 2012 gemotiveerd.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/502992 / KG ZA 20-247
Vonnis in kort geding van 3 juli 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUSSELDORP INFRA, SLOOP EN MILIEUTECHNIEK B.V.
gevestigd te Lichtenvoorde
eiseres
hierna te noemen: Dusseldorp
advocaat mr. F.R.H. Kuiper
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VLASMAN BETONWERKEN- EN SLOOPTECHNIEKEN B.V.
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Alphen aan den Rijnhierna te noemen: Vlasman
voegende partijadvocaat: mr. P.B.J. van den Oord
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HOOGHEEMRAADSCHAP DE STICHTSE RIJNLANDEN
gevestigd te Houten
gedaagde
hierna te noemen: Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
advocaten mrs. M.W. Speksnijder en E.L. Vos
met als tussenkomende partij
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
hierna te noemen: [bedrijf]advocaat mr. B. van der Zijpp
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding met producties 1 tot en met 4
- -
-
de akte wijziging eis met productie 5
- -
-
het schriftelijk verweer met producties 1 en 2 van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van [bedrijf]- het verweerschrift van [bedrijf]
- -
-
de incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van Dusseldorp van Vlasman
- -
-
de mondelinge behandeling van 30 juni 2020.
In verband met de coronacrisis en daardoor de beperkte zittingscapaciteit is aan partijen verzocht om voor de mondelinge behandeling een verweerschrift in te dienen, zodat tijdens de mondelinge mondelinge behandeling meteen tot de kern kan worden gekomen. Vlasman heeft zich 24 uur voor de mondelinge behandeling aangediend, zodat Vlasman geen verweerschrift voor de mondelinge behandeling heeft ingediend.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn eerst de incidenten besproken.
Iedereen kon zich erin vinden dat [bedrijf] in het kort geding tussenkomt. De voorzieningenrechter heeft dat toen ook bij wijze van mondeling vonnis toegestaan.
Tegen de door Vlasman gevorderde voeging bestond wel bezwaar aan de kant van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en [bedrijf] . Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en [bedrijf] hebben hun bezwaar toegelicht aan de hand van een pleitnota, waarna Dusseldorp en Vlasman daarop hebben mogen reageren. Dusseldorp verklaarde geen bezwaar tegen de voeging te hebben. De voorzieningenrechter heeft de beslissing over het wel of niet toestaan van de voeging aangehouden en heeft Vlasman voorwaardelijk toegestaan om mee te doen aan het kort geding.
Daarna is overgegaan tot de inhoudelijke bespreking van het kort geding. Alle partijen hebben hun standpunt (nogmaals) toegelicht, Dusseldorp, [bedrijf] en Vlasman hebben dit mede gedaan aan de hand van een pleitnota. Ook hebben partijen vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Verder heeft Dusseldorp haar eis nog gewijzigd (vermeerderd).
Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen verteld dat op 3 juli 2020 vonnis zal worden gewezen.
2 Waar gaat het kort geding over?
Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd om de rioolwaterzuiveringsinstallatie op haar terrein in Utrecht te laten slopen. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Daarbij wordt de score voor kwaliteit omgezet in een fictieve korting op de inschrijfsom. De inschrijving met de laagste fictieve inschrijfprijs wint de aanbesteding. Er zijn drie criteria met betrekking tot de kwaliteit, namelijk:1. robuustheid van de planning2. kwaliteit van het sloopplan3. kwaliteit van projectbesturing door de inschrijver.Een beoordelingsteam dat bestaat uit deskundige personen, is belast met de waardering van de meerwaarde van de inschrijvingen aan de hand van deze criteria. Het beoordelingsteam moet eerst individueel en daarna in consensus een cijfer (0, 1, 3, 7) toekennen aan de afzonderlijke criteria. Dit cijfer correspondeert dan weer met een fictieve korting. De maximale fictieve korting die voor deze drie criteria kan worden behaald is € 7.700.000.
Dusseldorp, Vlasman en [bedrijf] hebben met nog zes andere inschrijvers op de aanbesteding ingeschreven. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft bij brief van 8 mei 2020 aan alle inschrijvers laten weten dat [bedrijf] de winnaar is van de aanbesteding en dat zij daarom van plan is de opdracht aan [bedrijf] te gunnen. Dusseldorp en Vlasman zijn als derde en tweede geëindigd.
Dusseldorp is het niet eens met dit voorlopig gunningsvoornemen omdat:
- de beoordeling door het beoordelingsteam niet deugt- het voorlopig gunningsvoornemen niet met inachtneming van artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 is gemotiveerd. Dusseldorp vordert daarom in dit kort geding (na wijzigingen van eis):a. intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing van 8 mei 2020b. een verbod om de opdracht te gunnen aan [bedrijf] , althans een ander dan Dusseldorpc. primair herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuw beoordelingsteam en subsidiair staking en gestaakt houden van de aanbestedingsprocedure.
Vlasman is het met Dusseldorp eens en wil zich voegen aan haar kant.
[bedrijf] is het eens met de voorlopige gunningsbeslissing van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en vordert als tussenkomende partij dat:a. de vorderingen van Dusseldorp worden afgewezen
b. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden wordt geboden om verder te gaan met de opdrachtverstrekking aan [bedrijf] .
3. Voeging Vlasman
Voordat tot de inhoudelijke beoordeling wordt overgeaan, moet eerst nog worden beslist of Vlasman zich mag voegen aan de kant van Dusseldorp. Geoordeeld wordt dat dit is toegestaan. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en [bedrijf] worden, zoals hierna wordt uitgelegd, niet gevolgd in hun daartegen aangevoerde bezwaren.
Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en [bedrijf] voeren aan dat Vlasman zelf binnen de contractuele vervaltermijn (zoals vermeld in 2.12 van de inschrijvingsleidraad) een kort geding aanhangig had moet maken en dat zij nu zij deze contractuele vervaltermijn ongebruikt heeft laten verstrijken, niet alsnog mag meeliften op het tijdig door Dusseldorp aanhangig gemaakte kort geding.
Dit standpunt gaat niet op. De (contractuele) vervaltermijn heeft betrekking op het instellen van een eigen vordering. Wanneer die vervaltermijn ongebruikt is verstreken dan kan dit niet worden hersteld door mee te liften met een inschrijver die wel tijdig een kort geding aanhangig heeft gemaakt. Dit zou het geval zijn als Vlasman zou willen tussenkomen en daarbij een vordering zou willen instellen. Dat is hier echter niet aan de orde. Vlasman wil zich slechts voegen aan de kant van Dusseldorp. Dat houdt in dat zij Dusseldorp wil helpen (ondersteunen) in haar zaak tegen Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.
Dan voeren Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en [bedrijf] nog aan dat Vlasman geen rechtmatig belang bij voeging heeft. Ook in dit standpunt worden zij niet gevolgd. Vlasman heeft belang bij toewijzing van de vorderingen van Dusseldorp strekkende tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en een herbeoordeling van alle inschrijvingen. Wanneer deze vorderingen worden toegewezen, maakt zij immers weer een kans om de aanbesteding te winnen.