Home

Rechtbank Midden-Nederland, 20-05-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4066, C/16/500879 / KG ZA 20-174

Rechtbank Midden-Nederland, 20-05-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4066, C/16/500879 / KG ZA 20-174

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20 mei 2020
Datum publicatie
25 september 2020
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2020:4066
Zaaknummer
C/16/500879 / KG ZA 20-174

Inhoudsindicatie

Ernstige escalatie van een conflict tussen aandeelhouders/bestuurders van een vennootschap.

De voorzieningenrechter wijst gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van het geval een gevorderd gebod tot overdracht van aandelen toe.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/500879 / KG ZA 20-174

Vonnis in kort geding van 20 mei 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd te 's- [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseressen in conventie/verweersters in reconventie, hierna: [eiseressen c.s.] ,

advocaten mr. F.M.A. ’t Hart en mr. S.C.S. Rijpkema te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden in conventie/eisers in reconventie, hierna: [gedaagden c.s.] ,

advocaat mr. B.A. Boer te Den Haag.

1 De procedure

1.1.

[eiseressen c.s.] heeft op 10 april 2020 bij de rechtbank Gelderland een aanvraag ingediend voor de behandeling van dit kort geding. De rechtbank Gelderland heeft die aanvraag op grond van artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie ter verdere behandeling verwezen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.

1.2.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft partijen in verband met de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus een andere procedure dan gebruikelijk doen volgen.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft in dit kort geding de volgende stukken ontvangen:

-

een dagvaarding van 20 april 2020 met 30 producties,

-

op 27 april 2020: een e-mail van [eiseressen c.s.] met 25 producties,

-

op 28 april 2020: een schriftelijke reactie van [gedaagden c.s.] met 35 producties,

-

op 28 april 2020: een akte met vorderingen in reconventie van [gedaagden c.s.] ,

-

op 30 april 2020: een schriftelijke reactie in conventie en in reconventie van [eiseressen c.s.] ,

-

op 4 mei 2020: een schriftelijke reactie in conventie en in reconventie van [gedaagden c.s.] ,

-

op 7 mei 2020: een schriftelijke reactie in reconventie van [eiseressen c.s.]

1.4.

De voorzieningenrechter heeft tot slot bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[eiseres sub 1] is een vermogensbeheerder. [gedaagde sub 1] houdt 40,8% van de aandelen in [eiseres sub 1] , [eiseres sub 3] 32% en [eiseres sub 2] 27,2%. [gedaagde sub 1] , [eiseres sub 3] en [eiseres sub 2] vormen gezamenlijk het bestuur van [eiseres sub 1] . [gedaagde sub 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 1] , [A] ([A]) van [eiseres sub 3] en [B] ([B]) van [eiseres sub 2] . [A] en [B] hebben elk bij [eiseres sub 1] een portefeuille met cliënten van wie zij het vermogen beheren. [gedaagde sub 2] had tot in januari 2020 zo’n portefeuille bij [eiseres sub 1] .

2.2.

Vanaf 2017 bestaat tussen [gedaagde sub 2] enerzijds en [A] en [B] anderzijds een conflict. Het conflict is ontstaan door onenigheid over de wijze waarop [eiseres sub 1] moet groeien. [gedaagde sub 2] ziet niets in niet‐autonome groei, [A] en [B] daarentegen juist wel. In de loop van de jaren hebben veel gebeurtenissen plaatsgevonden waardoor de verhouding tussen [gedaagde sub 2] enerzijds en [A] en [B] anderzijds ernstig is verslechterd en uiteindelijk is geëscaleerd. De voorzieningenrechter somt hierna een aantal van die gebeurtenissen op:

 Op 3 januari 2018 is de Europese richtlijn MiFID II in de Wet op het financieel toezicht geïmplementeerd. [A] heeft met het oog hierop in 2017 een opleiding gevolgd. In het najaar van 2017 is hij gezakt voor het examen in de module vaardigheden. [gedaagde sub 2] heeft dit op 1 december 2017 als incident bij de AFM gemeld. [gedaagde sub 2] heeft tegelijkertijd ook andere meldingen over [A] gedaan. De AFM heeft geen gevolg gegeven aan de meldingen.

 [gedaagde sub 1] heeft op de algemene vergadering van aandeelhouders van [eiseres sub 1] (de ava) van 29 januari 2018 tegen goedkeuring van de begroting voor 2018 gestemd. [gedaagde sub 2] vond dat [A] niet deskundig was en daarom anders beloond moest worden dan in de begroting was opgenomen. [A] heeft op 23 januari 2018 het diploma in de module vaardigheden alsnog gehaald. [gedaagde sub 2] heeft vervolgens op de ava van 13 april 2018 alsnog ingestemd met goedkeuring van de begroting voor 2018.

 [gedaagde sub 1] heeft op 23 maart 2018 aan de Ondernemingskamer verzocht om een onderzoek te bevelen naar het beleid van [eiseres sub 1] en de gang van zaken bij [eiseres sub 1] . [A] en [B] hebben een advocaat ingeschakeld om verweer te voeren namens [eiseres sub 1] als verweerster en namens [eiseres sub 3] en [eiseres sub 2] als belanghebbenden. Dit is ook gebeurd. De Ondernemingskamer heeft het verzoek van [gedaagde sub 1] afgewezen.

 [A] en [B] hebben op een bestuursvergadering besloten de advocaatkosten van het verweer van [eiseres sub 1] ten laste van [eiseres sub 1] te brengen. [gedaagde sub 2] was het hier niet mee eens en heeft tegen [A] , [eiseres sub 3] , [B] en [eiseres sub 2] aangifte bij de politie gedaan van valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering. Het openbaar ministerie heeft besloten niet tot onderzoek of vervolging over te gaan. [gedaagde sub 2] heeft tegen het besluit van het openbaar ministerie bij het gerechtshof Den Haag tevergeefs een artikel 12 Sv‐procedure gevoerd.

 [gedaagde sub 1] heeft op de ava van 25 juni 2019 tegen goedkeuring van de jaarrekening over 2018 gestemd. [gedaagde sub 2] vond dat in die jaarrekening de hiervoor genoemde advocaatkosten ten onrechte ten laste van [eiseres sub 1] werden gebracht. Hierdoor is de jaarrekening over 2018 toen niet vastgesteld.

 [gedaagde sub 2] heeft vele bestuursvergaderingen niet bijgewoond. [A] en [B] hebben in een brief van 1 november 2019 aan [gedaagde sub 2] meegedeeld dat vanaf november 2019 de managementvergoeding, verschuldigd op grond van een tussen [eiseres sub 1] en [gedaagde sub 1] gesloten managementovereenkomst, nog maar voor de helft aan [gedaagde sub 1] zal worden uitgekeerd. [gedaagde sub 2] heeft in een brief van 2 december 2019 hiertegen geprotesteerd en zich op het standpunt gesteld dat hij bij de feitelijke uitoefening van zijn taken wordt gehinderd door [A] en [B] .

 [gedaagde sub 1] heeft in een brief van 13 december 2019 de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd.

 De jaarrekening over 2018 is nog steeds niet vastgesteld. [gedaagde sub 2] heeft voor de ava van 4 februari 2020 aan [A] en [B] bericht dat [gedaagde sub 1] tegen goedkeuring van die jaarrekening stemt. Als de jaarrekening over 2018 (zoals die er nu in conceptvorm is) wordt vastgesteld, dan heeft [gedaagde sub 1] recht op uitkering van € 204.000,- aan dividend, [eiseres sub 3] op € 160.000,- en [eiseres sub 2] op € 136.000,-.

 [gedaagde sub 2] heeft [gedaagde sub 3] opgericht. [gedaagde sub 3] heeft ook als activiteit het beheren van vermogens. [gedaagde sub 2] heeft in januari 2020 aan [A] en [B] bericht dat hij uiterlijk 27 januari 2020 met zijn werk als vermogensbeheerder bij [eiseres sub 1] stopt. [A] en [B] hebben vervolgens namens [eiseres sub 1] de relaties met de cliënten van wie [gedaagde sub 2] de vermogens beheerde opgezegd.

 [gedaagde sub 1] heeft op 13 maart 2020 bij de rechtbank Oost-Brabant een civiele procedure tegen [eiseres sub 3] en [eiseres sub 2] aanhangig gemaakt. In die procedure vordert [gedaagde sub 1] onder meer dat aandeelhouders [eiseres sub 3] en [eiseres sub 2] op grond van artikel 2:343 BW de aandelen van [gedaagde sub 1] in [eiseres sub 1] overnemen (de uittredingsprocedure).

2.3.

[eiseressen c.s.] stelt, kort weergegeven, het volgende. Er is een onhoudbare situatie ontstaan. Het voortbestaan en de reputatie van [eiseres sub 1] worden ernstig bedreigd door de handelwijze van [gedaagden c.s.] Toewijzing van de gevorderde voorzieningen (zie hierna onder 3.1) is daarom noodzakelijk. [gedaagde sub 3] concurreert op onrechtmatige wijze met [eiseres sub 1] . Alle cliënten die [gedaagde sub 2] bij [eiseres sub 1] onder zijn hoede had, zijn naar [gedaagde sub 3] overgestapt. [gedaagde sub 2] kan verder niet tegelijkertijd (indirect) aandeelhouder en bestuurder zijn van [eiseres sub 1] en van haar concurrent [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 1] oefent tot slot haar stemrecht als aandeelhouder uit op een wijze die [eiseres sub 1] , [eiseres sub 3] en [eiseres sub 2] onevenredig schaadt.

2.4.

[gedaagden c.s.] voert verweer en stelt tegenvorderingen in (zie hierna onder 3.2). De voorzieningenrechter zal op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling van de vorderingen van partijen, in hoofdstuk 4 (verder) ingaan. Eerst zullen die vorderingen in hoofdstuk 3 worden weergegeven.

3 De vorderingen

in conventie

3.1.

[eiseressen c.s.] vordert, samengevat, naar de rechtbank begrijpt:

A. primair [gedaagde sub 1] te gebieden om binnen zes uur na betekening van het te wijzen vonnis af te treden als statutair bestuurder van [eiseres sub 1] , op straffe van verbeurte van een dwangsom, subsidiair [gedaagde sub 1] te schorsen als statutair bestuurder van [eiseres sub 1] ,

B. primair [gedaagde sub 1] te gebieden om onmiddellijk haar aandelen in [eiseres sub 1] over te dragen aan [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] , onder de voorwaarde dat [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] de rechtens vast te stellen prijs voor die aandelen zullen betalen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, subsidiair het stemrecht van [gedaagde sub 1] als aandeelhouder te schorsen,

C. primair [gedaagden c.s.] te verbieden om voor de duur van twee jaar na het te wijzen vonnis met [eiseres sub 1] te concurreren, in het bijzonder door voormalige cliënten van [eiseres sub 1] te benaderen of te bedienen, subsidiair [gedaagden c.s.] te verbieden om met [eiseres sub 1] te concurreren zolang [gedaagde sub 1] bestuurder en/of aandeelhouder van [eiseres sub 1] is, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

D. [gedaagden c.s.] te gebieden om onmiddellijk alle aan [eiseres sub 1] toekomende informatie van welke aard dan ook te retourneren zonder achterhouding van een kopie of andere gegevensdrager waarop die informatie staat, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

E. [gedaagden c.s.] te gebieden om onmiddellijk aan [eiseres sub 1] schriftelijk te verklaren dat alle aan [eiseres sub 1] toekomende informatie van welke aard dan ook door haar is geretourneerd zonder achterhouding van een kopie of andere gegevensdrager waarop die informatie staat, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

F. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 3] hoofdelijk te veroordelen om aan [eiseres sub 1] € 100.000,- aan voorschot te betalen,

G. [gedaagden c.s.] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente, en nakosten.

in reconventie

3.2.

[gedaagden c.s.] vordert, samengevat, naar de rechtbank begrijpt:

1. voorwaardelijk, namelijk in het geval in conventie de primaire vordering onder B wordt toegewezen, [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] te veroordelen om gelijktijdig met de levering van de aandelen van [gedaagde sub 1] een bedrag van € 500.000,- aan [gedaagde sub 1] te betalen en een bankgarantie van € 250.000,- aan [gedaagde sub 1] te verstrekken,

2. [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] te veroordelen nader in de akte van 28 april 2020 omschreven informatie voor het bestuur van [eiseres sub 1] aan [gedaagde sub 1] te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

3. [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] te veroordelen op een bepaalde, nader in de akte van 28 april 2020 omschreven wijze het bestuur van [eiseres sub 1] te voeren, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

4. [eiseressen c.s.] te veroordelen tot betaling van de proceskosten en nakosten.

4 De beoordeling

5 De beslissing