Rechtbank Midden-Nederland, 28-07-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4242, UTR 19/3614
Rechtbank Midden-Nederland, 28-07-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4242, UTR 19/3614
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 28 juli 2020
- Datum publicatie
- 12 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4242
- Zaaknummer
- UTR 19/3614
Inhoudsindicatie
Woz.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3614
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels )
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).
Procesverloop
Verweerder heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (de Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2018 (de waardepeildatum) van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [plaatsnaam] (de onroerende zaak), voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 889.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres voor het jaar 2019 opgelegde aanslag in de van eigenaren geheven onroerende zaakbelasting van de gemeente [.] . De heffingsmaatstaf waarnaar de aanslag is opgelegd, is gelijk aan de bij de beschikking vastgestelde waarde.
Verweerder heeft bij besluit van 1 augustus 2019 het door eiseres tegen de beschikking en de aanslag gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (de uitspraak op bezwaar).
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft online plaatsgehad op 16 juni 2020. Verweerder is verschenen, bijgestaan door de heer [A] en de heer [B] , beiden taxateur. Eiseres heeft vooraf bericht niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. Het verzoek van eiseres om de mondelinge behandeling van de zaak uit te stellen, is door de rechtbank afgewezen.
Feiten
2. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een bedrijfspand met een bruto vloeroppervlakte (bvo) van 2.118 m2, dat is gebouwd in 1991 en is gelegen op het bedrijventerrein [naam bedrijventerrein] ( [....] ).
Geschil
In geschil is of de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag is vastgesteld.
Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de stukken van het geding.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de vastgestelde waarde/heffingsmaatstaf.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.