Rechtbank Midden-Nederland, 11-09-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4584, 20/2049
Rechtbank Midden-Nederland, 11-09-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4584, 20/2049
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 22 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4584
- Zaaknummer
- 20/2049
Inhoudsindicatie
Verzoek toekenning wegingsfactor 0,5; ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2049
(gemachtigde: G. Gieben ),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,
(gemachtigde: R. Janmaat) verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over de vergoeding van de proceskosten van verzoekster in bezwaar.
Verweerder heeft op 20 juli 2020 gereageerd op dit verzoek.
De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak te doen.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 20 april 2020 uitspraak gedaan op het bezwaar van verzoekster. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Met de uitspraak op bezwaar heeft verweerder medegedeeld dat de aanslag waar bezwaar tegen is gemaakt wordt vernietigd en dat verzoekster een proceskostenvergoeding wordt toegekend van 0,25 € 261,-. Verzoeker heeft hier beroep tegen aangetekend en een aanvullende vergoeding van haar proceskosten op tot de wegingsfactor 0,5 gevorderd.
2. Verzoekster onderbouwt haar standpunt met een verwijzing naar de uitspraak gepubliceerd onder ECLI:NL:GHSHE:2018:4638, waarin algemene richtlijnen voor de toekenning van proceskostenvergoedingen zijn opgenomen.
3. Verweerder verwijst naar de uitspraak ECLI:NLGHAMS:2008:LJN BF0084 en het daarin beschreven uitgangspunt dat de wegingsfactor altijd dient te worden bepaald met inachtneming van de bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting voor de rechtsbijstandverlener. Verweerder ziet ook in de toelichting van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) een bevestiging van zijn standpunt. Het bezwaarschrift ziet verweerder als een te laat doorgegeven verhuisbericht. Dan is volgens hem de wegingsfactor 0,25 aan de orde.
4. De rechtbank geeft verweerder gelijk en is van oordeel dat hij het gewicht van de zaak terecht als zeer licht heeft aangemerkt. Om vernietiging van de aanslag te bereiken diende verzoekster alleen maar door te geven aan verweerder dat zij op de peildatum geen gebruik meer maakte van het object waarvoor de aanslag is opgelegd. Hiertoe was een eenvoudige mededeling voldoende. Verzoekster heeft verder niet onderbouwd waarom in dit geval sprake zou zijn van specifieke omstandigheden die maken dat de wegingsfactor 0,5 dient te zijn. Daarom heeft verweerder in de uitspraak op bezwaar terecht een wegingsfactor 0,25 toegepast. Het beroep van verzoekster is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling in beroep bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. in ’t Veld, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 september 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: