Rechtbank Midden-Nederland, 17-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1180, UTR 20/3526
Rechtbank Midden-Nederland, 17-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1180, UTR 20/3526
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 maart 2021
- Datum publicatie
- 14 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1180
- Zaaknummer
- UTR 20/3526
Inhoudsindicatie
Eiser is leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag, ook als die wordt afgewezen. Het beroep is ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3526
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder,
(gemachtigde: R. Janmaat).
Inleiding
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om een extra verdieping op de woning aan de [adres] te [plaats] te bouwen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 16 januari 2020 omdat het bouwplan van eiser in strijd is met de beheersverordening ‘De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen (hierna: de beheersverordening)’ en een goede ruimtelijke ordening.
Bij factuur van 24 januari 2020 heeft verweerder aan eiser een bedrag van € 1.681,10 aan leges in rekening gebracht.
Bij besluit van 12 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard. Verweerder heeft de legesfactuur met € 406,80 verlaagd naar € 1.274,30.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft met de gemeente contact gehad over zijn aanvraag en heeft naar aanleiding daarvan zijn bouwplan gewijzigd. Pas daarna heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht hem meegedeeld dat er vanaf 2016 een bestemmingsplan (de rechtbank begrijpt: de beheersverordening) geldt op grond waarvan eiser helemaal geen extra verdieping op zijn huis kan plaatsen. Als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht dit tijdig had doorgegeven, had eiser geen omgevingsvergunning aangevraagd. Daarom is volledige restitutie van de legeskosten op zijn plaats, aldus eiser.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.