Rechtbank Midden-Nederland, 15-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:163, UTR 19/823
Rechtbank Midden-Nederland, 15-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:163, UTR 19/823
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 januari 2021
- Datum publicatie
- 1 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:163
- Zaaknummer
- UTR 19/823
Inhoudsindicatie
WOZ zwembad en fitnessaccomodatie. Verlengde levensduur. Restwaarde en functionele veroudering. Verweerder slaagt in zijn bewijslast. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/823
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: A. van den Dool),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht , verweerder
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).
Procesverloop
Bij beschikking van 31 januari 2018 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 1] (de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2018 vastgesteld op
€ 3.540.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2017. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als gebruiker van de onroerende zaak ook een aanslag onroerendezaakbelastingen gebruik opgelegd naar het tarief van niet-woningen. Bij deze aanslag is deze waarde als heffingsgrondslag gehanteerd.
Bij uitspraak op bezwaar van 23 januari 2019 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en een taxatierapport overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2019. Eiseres heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld van [A] , taxateur. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [B] en [C] , beiden taxateur.
Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend en partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:169. Daarbij heeft de rechtbank aan verweerder verzocht een nadere vraag van de rechtbank te beantwoorden.
Partijen hebben schriftelijk gereageerd.
Beide partijen hebben binnen de daarvoor gestelde termijn niet aangegeven dat zij op een nadere zitting gehoord willen worden. De rechtbank heeft daarom op 11 september 2020 het onderzoek opnieuw gesloten.
Vaststaande feiten
1. Eiseres is gebruiker van de aan de gemeente [plaats 2] in eigendom toebehorend onroerende zaak bestaande uit een zwembad met een overdekte glijbaan, een fitnessaccommodatie, stoomcabines, een sportcafé, en een openluchtbad met overdekte glijbaan, ligweide en een ruim speelterrein. De gebruiksoppervlakte van de onroerende zaak is 5.213 m2. Het binnenbad is gebouwd in 1981, het buitenbad in 1990.
Geschil
2. Eiseres stelt dat de waarde te hoog is. Zij bepleit een waarde van € 2.359.000,-. Na heropening van het onderzoek door de rechtbank heeft eiseres haar standpunt aangepast en een waarde van € 2.574.000,- bepleit.
Verweerder handhaaft in beroep de door hem vastgestelde waarde van € 3.540.000,- voor het belastingjaar 2018.