Home

Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1963, UTR 20/1597

Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1963, UTR 20/1597

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 maart 2021
Datum publicatie
20 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:1963
Zaaknummer
UTR 20/1597

Inhoudsindicatie

Wet WOZ. Beroep ongegrond.

Uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/1597

(gemachtigde: A. van den Dool),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: R. Janmaat).

Procesverloop

1. In de beschikking van 28 februari 2019 heeft verweerder op grond van de Wet

waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de

[adres 1] (niet-woning, [adres 1] voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op € 1.240.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van de onroerende zaak ook een aanslag onroerendezaakbelastingen en een aanslag watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

2. In de uitspraak op bezwaar van 10 maart 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiseres

ongegrond verklaard.

3. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een

verweerschrift ingediend met een taxatierapport. Eiseres heeft een taxatierapport en een

taxatiekaart ingediend.

4. De zaak is behandeld op een Skype-zitting van 6 januari 2021. Eiseres heeft zich laten

vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door de taxateurs [taxateur 1] en [taxateur 2] .

Vaststaande feiten

5. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak, een [adres 1] , is

rond 1978 gebouwd en bevat vier aula’s. Het grootste deel van de onroerende zaak met archetype U793000N (1.278 m2) is in 1978 gebouwd en daarna meerdere malen vernieuwd. Verder zijn er drie kleinere delen van de onroerende zaak: te weten aula’s/herdenkingsruimtes gebouwd in 2003: archetype U795000L (34 m2), in 2010: archetype 795000L (35 m22) en in 2017: archetype 795000L (21 m2), (hierna: het grootste gebouwde deel en drie kleinere gebouwde delen: de vier gebouwde delen). Verder omvat de onroerende zaak een verharding van 94 m2.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat de waarde van de onroerende zaken moet worden

bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde. De rechtbank sluit zich hierbij aan.

Geschil

7. In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum 1 januari 2018. Meer in het bijzonder is in geschil:

  1. of verweerder de leeftijd van de afbouw en de installaties ten aanzien van het grootste gebouwde deel uit 1978 (1.278 m2) ten onrechte op 2011 heeft gesteld;

  2. of verweerder ten onrechte geen correctie grootte in aanmerking heeft genomen ten aanzien van het grootste gebouwde deel uit 1978 (1.278 m2);

  3. of verweerder de restwaarden van de vier gebouwde delen te hoog heeft vastgesteld.

De grondwaarde is niet in geschil.

8. Eiseres staat een WOZ-waarde voor van primair € 862.000,- en subsidiair van

€ 1.074.000,-. De waarde van de onroerende zaak is door verweerder vastgesteld op € 1.240.000,-. Verweerder heeft deze waarde in beroep gehandhaafd.

Beoordeling

Beslissing

Rechtsmiddel