Rechtbank Midden-Nederland, 20-05-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2195, 21/1158
Rechtbank Midden-Nederland, 20-05-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2195, 21/1158
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 20 mei 2021
- Datum publicatie
- 7 juni 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2195
- Zaaknummer
- 21/1158
Inhoudsindicatie
Beroep te laat, geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1158
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 3 december 2020.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In een zaak die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 26c van de Awr). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 7 december 2020. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 18 januari 2021 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 11 maart 2021. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser heeft aangegeven dat hij zijn beroep te laat heeft ingediend vanwege een hinderlijke fout in de adressering. Eiser heeft het niet ontvangen van een reactie op zijn beroepschrift onterecht geweten aan de bekende drukte bij de rechtbanken. Daarnaast geeft eiser aan dat hij in december vanwege medische redenen mogelijk iets was afgeleid en dat hij daardoor de fout in de adressering niet heeft opgemerkt.
5. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiser. Dit is echter geen geldige reden voor het niet op tijd instellen van het beroep. Het is ook onder deze omstandigheden de verantwoordelijkheid van eiser om op tijd beroep in te dienen en om – bij uitblijven van een ontvangstbevestiging van het beroep – op tijd contact op te nemen met de rechtbank om na te vragen of het beroep ontvangen is. Eiser had ook – gelet op zijn medische situatie – iemand anders, bijvoorbeeld een (professioneel) gemachtigde, kunnen inschakelen om namens hem beroep in te stellen.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: