Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2380, UTR 20/2336
Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2380, UTR 20/2336
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 2 juni 2021
- Datum publicatie
- 16 juni 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2380
- Zaaknummer
- UTR 20/2336
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de bevoegdheid van de uitspraak op bezwaar, genomen door een medewerker van ParkeerService. De rechtbank komt tot de conclusie dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen. Het interne mandaatbesluit waar verweerder naar verwijst is niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, dus niet in werking is getreden. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om het geschil definitief te beslechten. Daarom krijgt verweerder de opdracht om opnieuw op het bezwaar te beslissen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2336
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
en
de heffingsambtenaar van gemeente Hilversum, verweerder
(gemachtigde: B. Westerik).
Inleiding
Eiseres heeft haar auto op 7 februari 2020 geparkeerd op een parkeerplaats aan het Dudokpark in de gemeente Hilversum zonder dat geheel of gedeeltelijk de parkeerbelasting was voldaan. De parkeercontroleur heeft vastgesteld dat de auto op die datum om 14:37 uur niet was aangemeld bij de applicatie ParkMobile voor betaald parkeren.
Daarom is aan eiseres op 24 februari 2020 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 67,10. Eiseres is het hier niet mee eens.
Bij uitspraak op bezwaar van 5 juni 2020 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2021. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [A] , werkzaam bij de Coöperatie ParkeerService U.A. (ParkeerService).