Rechtbank Midden-Nederland, 14-07-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3165, C/16/522126 / KG ZA 21-280
Rechtbank Midden-Nederland, 14-07-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3165, C/16/522126 / KG ZA 21-280
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 juli 2021
- Datum publicatie
- 16 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:3165
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2022:1150, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C/16/522126 / KG ZA 21-280
Inhoudsindicatie
Kort geding. Europese openbare aanbesteding veegwagens. Klachten tegen gunningssystematiek. Geen Grossmann, geen rechtsverwerking, gunningssystematiek is in strijd met het vereiste om op zoek te gaan naar economisch meest voordelige inschrijving. Aanbestedingsprocedure moet worden gestaakt.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/522126 / KG ZA 21-280
Vonnis in kort geding van 14 juli 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RAVO B.V.
hierna te noemen: Ravo
gevestigd te Alkmaar
eiseres
advocaten mrs. A.H. Klein Hofmeijer en J.H.J. Bax
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE UTRECHT
hierna te noemen: gemeente Utrecht
zetelend te Utrecht
gedaagde
advocaten mrs. C.W. Oudenaarden en J.S.C. Krijbolder
met als tussenkomende partij:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AEBI SCHMIDT NEDERLAND B.V.
hierna te noemen: Aebi Schmidt Nederland
gevestigd te Holtenadvocaat mr. G. Verberne
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de op 21 mei 2021 aan de gemeente Utrecht betekende dagvaarding met de producties 1 tot en met 7- het op 11 juni 2021 aan de gemeente Utrecht betekende herstelexploot - de op 15 juni 2021 op voorhand verstrekte akte vermeerdering van eis - de akte overlegging producties (1 tot en met 4) van de gemeente Utrecht- de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans tot voeging van Aebi Schmidt Nederland- de mondelinge behandeling van 21 juni 2021.1.2. Tijdens de mondeling is eerst het verzoek tot tussenkomst althans voeging behandeld. Nadat partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot tussenkomst bij mondeling vonnis toegewezen. De proceskosten in het incident zijn daarbij gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten in het incident draagt.1.3. Aebi Schmidt Nederland heeft daarna naar voren gebracht dat zij niet alle producties van Ravo heeft ontvangen. Ravo heeft daarop te kennen gegeven dat het om bedrijfsvertrouwelijke producties, waaronder haar inschrijving, gaat. Uiteindelijk heeft Ravo het volgende voorstel gedaan:- de producties worden alsnog voor de duur van de zitting aan Aebi Schmidt Nederland gegeven; na de zitting moeten deze producties dan weer aan haar worden teruggeven
- -
-
als er een hoger beroep komt dan zal Ravo de producties wederom aan Aebi Schmidt voor de duur van het hoger beroep verstrekken. 1.4. Aebi Schmidt Nederland is met dit voorstel van Ravo akkoord gegaan. Zij heeft echter wel bezwaar gemaakt tegen het late tijdstip waarop zij de producties ontvangt. Volgens haar wordt hierdoor het beginsel van goede procesorde geschonden en dienen de producties daarom toch buiten beschouwing te worden gelaten. 1.5. Vervolgens is afgesproken dat eerst met de inhoudelijke behandeling zal worden begonnen, en dat als de producties relevant blijken te zijn, zal worden bekeken of een leespauze volstaat of dat een andere maatregel (nadere aktewisseling) moet worden toegestaan.1.6. Daarna is begonnen met de inhoudelijke behandeling van de zaak. Partijen hebben daarbij in eerste termijn hun standpunten toegelicht aan de hand van de door hen voorgedragen pleitnota’s. Daarna hebben partijen in tweede termijn op elkaars standpunten kunnen reageren. Ravo heeft daarbij gebruik gemaakt van een tweede pleitnota. Aebi Schmidt Nederland heeft niet meer aan de bel getrokken over de producties die zij voor de duur van de zitting heeft gekregen.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen verteld dat op 14 juli 2021 vonnis wordt gewezen. De vonnistermijn is, vanwege de complexiteit en de veelheid aan beslispunten op een langere termijn gesteld dan de gebruikelijke termijn van
2 weken. Partijen hadden daartegen geen bezwaar.
2 Inleiding
In dit kort geding staat een door de gemeente Utrecht georganiseerde Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de levering van middelgrote (perceel 1) en grote veegwagens (perceel 2) centraal. Ravo en Aebi Schmidt Nederland hebben als enige twee inschrijvers op deze aanbesteding ingeschreven. Aebi Schmidt Nederland is daarbij voor beide percelen als winnaar uit de bus gekomen. Ravo is primair van mening dat de voorlopige gunningsbeslissingen moeten worden ingetrokken en dat de aanbestedingsprocedure moet worden gestaakt en gestaakt moet blijven, omdat aan de aanbestedingsprocedure ernstige fundamentele gebreken kleven. Die gebreken zitten hem in de toegepaste beoordelings- en gunningssystematiek.
Subsidiair stelt Ravo zich op het standpunt dat bij de beoordeling van de inschrijvingen evidente beoordelingsfouten zijn gemaakt en dat daarom de voorlopige gunningsbeslissingen moeten worden ingetrokken en een herbeoordeling van de inschrijvingen moet plaatsvinden.
Meer subsidiair is Ravo van mening dat de motivering van de voorlopige gunningsbeslissingen niet deugt en dat daarom nieuwe voorlopige gunningsbeslissingen moeten worden genomen die wel goed worden gemotiveerd.
3. De feiten en de vorderingen
Gemeente Utrecht heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de levering van middelgrote (perceel 1) en grote veegwagens (perceel 2) georganiseerd. Het onderhoud van de te leveren veegwagens valt niet onder de aan te besteden opdrachten.
Met de winnaar wordt een raamovereenkomst gesloten voor de duur van 4 jaar met een optie tot verlenging.
De voorwaarden en spelregels van deze aanbestedingsprocedure zijn neergelegd in de offerteaanvraag (productie 2 van Ravo) en de Nota’s van Inlichtingen. De offerteaanvraag ziet op beide percelen en bestaat uit 7 hoofdstukken. Voor dit kort geding zijn vooral relevant de hoofdstukken 4 (de beoordeling), hoofdstuk 6 (programma van eisen) en hoofdstuk 7 (gunningscriteria).
Hoofdstuk 6 betreft het programma van eisen met betrekking tot de te leveren veegwagens.
In dit programma van eisen worden geen eisen gesteld met betrekking tot de aandrijvingstechniek van de te leveren veegwagens. Er mag met elke aandrijvingstechniek worden ingeschreven. Er kan dus met een brandstofaandrijving worden ingeschreven, maar ook met een emissieloze aandrijving, zoals bijvoorbeeld een elektrische aandrijving of een aandrijving op basis van waterstof.
In het programma van eisen is verder opgenomen dat indien het gedurende de looptijd van de raamovereenkomst door technische vooruitgang mogelijk wordt om emissieloze veegwagens te leveren, deze onder de raamovereenkomst kunnen worden afgeroepen (eis 70).
In eis 23 wordt voor het geval dat er gedurende de raamovereenkomst wordt geswitcht van een veegwagen met een brandstofmotor naar een emissieloze veegwagen een eis gesteld met betrekking tot de kosten van die toekomstig te leveren emissieloze veegwagens. Deze eis luidt als volgt:
“ Kosten voor een toekomstig te leveren veegwagen waarbij sprake is van een duurzame/afwijkende aandrijftechniek mogen maximaal 200% betreffen van de opgegeven prijs in het prijsinvulformulier. Deze eis stelt de gemeente om technische innovaties ruimte te geven binnen raamovereenkomst en de prijzen daarvoor binnen bepaalde perken te houden.”
Hoofdstuk 4 van de offerteaanvraag gaat over de beoordeling. Dit hoofdstuk moet in samenhang worden bezien met hoofdstuk 7 van de offerteaanvraag dat over de gunningscriteria gaat. In deze hoofdstukken is, samengevat, het volgende vermeld. 3.4.1. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (emvi) op basis van de beste prijs kwaliteitsverhouding. Deze beste prijs kwaliteitsverhouding wordt bepaald aan de hand van de volgende vier gunningscriteria met bijbehorende weegfactor:1. gebruikstest, met weegfactor 25%2. duurzaamheid en innovatie, met weegfactor 20%3. efficiëntie dienstverlening, met weegfactor 20%, en4. prijs met weegfactor 35%.
Elk gunningscriterium wordt door het door de gemeente Utrecht aangewezen beoordelingsteam beoordeeld volgens de in de offerteaanvraag omschreven relatieve beoordelingsmethodiek met rank reversal.
3.4.2.1. Deze beoordeling gaat voor het gunningscriterium gebruikstest als volgt. De leden van het testpanel geven na de testrit individueel een voorlopige score aan op de beoordelingsaspecten. De aspecten tellen allemaal even zwaar mee en worden met een cijfer van 1 (zwaar onvoldoende) tot 10 (zeer goed) beoordeeld. Nadat alle testritten zijn gemaakt komt het testpanel bijeen om in consensus een definitieve score per onderdeel en op het eindresultaat vast te stellen. Voor dit criterium geldt dat een hogere waarde beter wordt beoordeeld dan een lagere waarde.
De inschrijving met de hoogst aangeboden waarde krijgt 100 punten. De overige inschrijvingen krijgen punten volgens de volgende formule:
Punten = 100 x (waarde inschrijving ÷ hoogst aangeboden waarde).
3.4.2.2. De beoordeling van de gunningscriteria duurzaamheid en innovatie en efficiëntie dienstverlening gaat als volgt.Het beoordelingsteam beoordeelt aan de hand van de door de inschrijver verstrekte plan van aanpak de mate waarin of de wijze waarop de inschrijvingen voldoen aan het gunningscriterium. Het beoordelingsteam bepaalt per gunningscriterium eerst welke inschrijving zij ten opzichte van de andere inschrijvingen als beste beoordeelt. Aan deze inschrijving worden 100 punten toegekend. Het beoordelingsteam kent vervolgens voor het gunningscriterium punten toe aan de overige inschrijvingen, op een schaal van 99 tot 0 punten. Het aantal punten voor de overige inschrijvingen hangt af van de mate waarin het beoordelingsteam de inschrijving als minder beoordeelt ten opzichte van de beste inschrijving voor dit gunningscriterium.
Er kan per gunningscriterium maar één inschrijver 100 punten behalen, maar het beoordelingsteam kan twee of meer van de overige inschrijvingen op een gunningscriterium dezelfde score toekennen.
3.4.2.3. De beoordeling van het gunningscriterium prijs gaat als volgt. De inschrijving met de laagst aangeboden waarde krijgt 100 punten. De overige inschrijvingen krijgen punten volgens de volgende formule:
Punten = 100 x (laagst aangeboden waarde ÷ waarde inschrijving) * Weegfactor (35%)
Na deze beoordeling wordt de totaalscore berekend. Dit wordt gedaan door het aantal punten dat het beoordelingsteam per gunningscriterium heeft toegekend om te rekenen in een score. Deze score komt tot stand door het toegekende aantal punten te vermenigvuldigen met de weegfactor van het gunningscriterium. De totaalscore per inschrijving is de optelsom van de scores van alle gunningscriteria. De inschrijving met de hoogste totaalscore is de economisch meest voordelige inschrijving.
Als uit de verificatie van de winnende inschrijving blijkt dat deze inschrijving ongeldig had moeten worden verklaard, dan wijst de gemeente Utrecht de inschrijving alsnog af. De beoordeling zoals hiervoor omschreven wordt dan opnieuw gedaan zonder de alsnog afgewezen inschrijver.
De gemeente Utrecht heeft op 30 april 2021 de voorlopige gunningsbeslissingen verstuurd. In deze beslissing is meegedeeld dat Aebi Schmidt Nederland als winnaar (van perceel 1 en perceel 2) uit de bus is gekomen.
Ravo vordert in de dagvaarding, kort gezegd,:1. een gebod om de voorlopige gunningsbeslissingen van 30 april 2021 in te trekken2. en daarnaast a. primair, een gebod om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden b. subsidiair, een gebod om een herbeoordeling uit te voeren c. meer subsidiair, een gebod om een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te verstrekken die voldoet aan het motiveringsvereiste zoals neergelegd in artikel 2.130 Aw 2012.Ravo vordert in de akte vermeerdering van eis ook nog voor het geval dat de primaire vordering wordt afgewezen,: 3. een verbod om gedurende de volle looptijd van de onderhavige (raam)overeenkomst bij Aebi Schmidt Nederland, al dan niet met gebruik van eis 23 van de offerteaanvraag, veegwagens in te kopen met een duurzamere en/of andere aandrijftechniek dan waarmee Aebi Schmidt Nederland inschreef in de onderhavige aanbestedingsprocedure zoals bedoeld in eis 23 offerteaanvraag, behoudens indien en voor zover gemeente Utrecht kan aantonen dat die inkoop een aanbestedingsrechtelijke rechtvaardiging vindt in een andere overheidsopdracht dan de onderhavige opdracht.