Home

Rechtbank Midden-Nederland, 06-07-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3222, 21/534

Rechtbank Midden-Nederland, 06-07-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3222, 21/534

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
6 juli 2021
Datum publicatie
13 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:3222
Zaaknummer
21/534

Inhoudsindicatie

pkv afgewezen; overeenstemming bereikt maar geen nieuw besluit

Uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/534

(gemachtigde: dhr. M. Bleijenberg),

en

(gemachtigde: mr. P.E.H.A. Ingenhou).

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2020 heeft verweerder aan verzoekster een gecombineerde belastingaanslag opgelegd. Verzoekster heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

Verweerder heeft op 3 december 2020 een uitspraak op dit bezwaar gedaan en beslist dat het bezwaar niet-ontvankelijk isVerzoekster is hiertegen bij de rechtbank in beroep gegaan.

Op 14 april 2021 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten en de kosten van het bouwtechnisch onderzoek. Verweerder heeft op 17 mei 2021 op het verzoek om proceskosten gereageerd.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift (dus van verzoeker) moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Van ‘tegemoetkomen’ is sprake als het bestuursorgaan (verweerder) het door de indiener van het beroepschrift (verzoekster) gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt. In dit geval heeft verzoekster haar beroep ingetrokken, omdat zij overeenstemming heeft bereikt met verweerder en niet omdat verweerder een nieuw besluit heeft genomen dat geheel of gedeeltelijk aan verzoekster tegemoet komt. Dat betekent dat de rechtbank verweerder niet kan veroordelen in de proceskosten. Het verzoek wordt afgewezen.

4. De rechtbank merkt op dat verweerder in zijn reactie van 17 mei 2020 heeft toegezegd het griffierecht te zullen vergoeden en de kosten van de bouwkundige inspectie ad. € 128,26. Het staat verzoekster vrij om aan verweerder te vragen deze bedragen aan haar te betalen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 6 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?