Home

Rechtbank Midden-Nederland, 28-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3387, UTR 20/3251

Rechtbank Midden-Nederland, 28-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3387, UTR 20/3251

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 april 2021
Datum publicatie
9 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:3387
Zaaknummer
UTR 20/3251

Inhoudsindicatie

Verzoek om inzage in de persoonsgegevens o.g.v. de AVG, verweerder heeft toegelicht dat alle gegevens zijn verstrekt aan eiser, niet gebleken dat er meer gegevens zijn, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3251

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. W.G. Fischer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Verkerk).

Inleiding

1. Eiser heeft op 11 juli 2019 een verzoek ingediend bij verweerder om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 12 en 15, eerste lid van de AVG1. Met dit inzageverzoek wil eiser voor de periode van 11 december 2018 tot en met 7 januari 2019 het volgende controleren:

-

Om welke gegevens het gaat;

-

Wat het doel is van het gebruik;

-

Aan wie verweerder de gegevens eventueel verstrekt heeft;

-

Welke passende waarborgen voor doorgifte zijn getroffen als verweerder gegevens van eiser heeft doorgegeven aan een ander land of aan een internationale organisatie;

-

Wat de herkomst is van de gegevens;

-

Hoe lang deze gegevens worden opgeslagen.

2. In het besluit van 27 januari 2020 heeft verweerder beslist op het verzoek om inzage en het verstrekken van persoonsgegevens van eiser. Verweerder heeft besloten om op grond van artikel 12 en 15, eerste lid van de AVG eiser inzage te geven in de persoonsgegevens die verweerder onder zich heeft van hem. Het gaat dan om enkele gegevens uit 2011 en 2018. Verweerder heeft ook antwoord gegeven op de door eiser gestelde vragen. Eisers verzoek om een afschrift van de verwerking van zijn persoonsgegevens is afgewezen.

3. In het besluit van 28 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder stelt dat het verstrekken van informatie over de verwerking van de persoonsgegevens zoals weergegeven in het besluit van 27 januari 2020 in lijn is met de AVG en dat hij niet verplicht is om aan eiser een afschrift te verstrekken. Ook heeft verweerder nogmaals onderzoek gedaan naar de verwerking van eisers persoonsgegevens. Daaruit is gebleken dat verweerder niet over meer documenten beschikt waarin de persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt, zoals eiser stelt in zijn bezwaarschrift.

4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2021 via Skype for Business. Eiser was niet bij de zitting aanwezig en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?