Home

Rechtbank Midden-Nederland, 03-08-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3739, C/16/21/7 S

Rechtbank Midden-Nederland, 03-08-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3739, C/16/21/7 S

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 augustus 2021
Datum publicatie
12 augustus 2021
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:3739
Zaaknummer
C/16/21/7 S

Inhoudsindicatie

Tussenbeslissing. Homologatie van een akkoord in surseance. Onvoldoende duidelijkheid over de waarde van het actief in faillissement. Als sprake is van een rangwisseling in een andere vennootschap, kan dit aanleiding zijn voor weigering van de homologatie.

Uitspraak

Afdeling Toezicht

Locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/21/7 S

Beschikking op grond van artikel 272 Fw (homologatie akkoord) en artikel 242 Fw (intrekking surseance) van 3 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap

[schuldenaar] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

schuldenaar,

advocaat: mr. J.G. Princen te Rotterdam,

hierna te noemen: [schuldenaar] ,

tegen

1. de heer

[schuldeiser sub 1] ,

woonachtig te [woonplaats] ,

2. de heer

[schuldeiser sub 2] ,

woonachtig te [woonplaats] ,

3. de heer

[schuldeiser sub 3] ,

woonachtig te [woonplaats] ,

4. de heer

[schuldeiser sub 4] ,

woonachtig te [woonplaats] ,

5. de heer

[schuldeiser sub 5] ,

woonachtig te [woonplaats] ,

schuldeisers,

advocaat: mr. I.C.J.C. van de Klundert te Eindhoven,

hierna te noemen: [schuldeisers c.s.]

1 De procedure

1.1.

Bij vonnis van deze rechtbank van 31 mei 2021 is aan [schuldenaar] surseance van betaling verleend. Bewindvoerder is mr. M.J. Guit. Rechter-commissaris is mr. C.P. Lunter.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

een verzoek tot verlening van surseance van betaling van 31 mei 2021,

-

een advies van de bewindvoerder van 7 juli 2021,

-

een verzoek tot intrekking van de surseance van 5 juli 2021,

-

een proces-verbaal van de schuldeisersvergadering van 12 juli 2021,

-

een brief van mr. Van de Klundert van 17 juli 2021,

-

een brief van de bewindvoerder van 19 juli 2021,

-

een bericht van mr. Princen van 19 juli 2021, met productie 1,

-

een advies van de rechter-commissaris.

1.3.

In de surseance is een akkoord aangeboden aan de schuldeisers. De homologatie van het akkoord is op 21 juli 2021 ter openbare terechtzitting behandeld. Ter zitting van 20 juli 2021 zijn verschenen:

-

mr. J.G. Princen, voornoemd,

-

de heer [A] , (middellijk) bestuurder van [schuldenaar] B.V.

-

mr. I.C.J.C. van de Klundert, voornoemd,

-

mr. [B] , kantoorgenoot van mr. Van de Klundert,

-

mr. M. de Wild, namens de bewindvoerder,

-

mevrouw [C] , medewerkster van de bewindvoerder (middels Skype-verbinding),

-

de heer [D] , gevolmachtigde namens schuldeisers,

-

de heer [schuldeiser sub 4] , schuldeiser,

-

de heer [E] , schuldeiser,

-

de heer [F] , gevolmachtigde namens schuldeiser,

-

de heer [schuldeiser sub 5] , schuldeiser (middels Skype-verbinding),

-

de heer [schuldeiser sub 1] , schuldeiser (middels Skype-verbinding),

-

de heer [G] , schuldeiser (middels Skype-verbinding).

1.4.

Gelet op de grotendeels gelijklopende argumenten heeft de rechtbank aanleiding gezien het intrekkingsverzoek gelijk te behandelen met de homologatieprocedure. De beslissing werd bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Bij het surseanceverzoek heeft [schuldenaar] een ontwerpakkoord gevoegd, dat onder meer inhoudt:

[...]

Art. 2. Concurrente schuldeisers

[schuldenaar] kent alleen maar concurrente schuldeisers. Deze concurrente schuldeisers hebben als leningverstrekkers (hierna te noemen “Leningverstrekkers”) vorderingen uit hoofde van tussen hen en [schuldenaar] gesloten overeenkomsten van geldlening (de hierna gedefinieerd de “Originele Leningovereenkomsten”). Het akkoord bestaat eruit dat de hieronder beschreven Originele Leningovereenkomsten alle worden beëindigd en integraal vervangen worden door de navolgende bepalingen, welke bepalingen worden voorafgegaan door de overwegingen die tot deze bepalingen hebben geleid. De bepalingen en overwegingen tezamen worden hierna ook “Akkoord” genoemd:

Overwegingen:

A. Leningverstrekkers hebben door middel van een of meer al dan niet converteerbare overeenkomst(en) van geldlening liquiditeit verschaft aan [schuldenaar] in de wetenschap en onder de voorwaarde dat deze liquiditeiten integraal doorgeleend zouden worden aan [vennootschap 1] B.V. (hierna te noemen “ [vennootschap 1] ”) ter financiering van haar onderzoeks- en bedrijfsactiviteiten dan wel als overbruggingsfinanciering. Alle overeenkomsten tussen Leningverstrekkers en [schuldenaar] worden hierna (zowel gezamenlijk als afzonderlijk) genoemd de “Originele Leningovereenkomsten”;

B. [schuldenaar] is als special purpose vehicle tussen Leningverstrekkers en [vennootschap 1] getreden en heeft de door Leningsverstrekker verstrekte lening uit hoofde van de Originele Leningovereenkomsten als leningnemer aanvaard;

C. [schuldenaar] heeft de door Leningverstrekker verstrekte lening(en) bij separate converteerbare geldlening(en) en/of bij overbruggings geldlening doorgeleend aan [vennootschap 1] ;

D. [vennootschap 1] en een aantal dochtervennootschappen van [vennootschap 1] , te weten [dochtervennootschap 1] B.V., [dochtervennootschap 2] B.V., [dochtervennootschap 3] B.V. en [dochtervennootschap 4] B.V. hebben als pandgevers, tot zekerheid voor de terugbetaling door [vennootschap 1] aan [schuldenaar] van de aan [vennootschap 1] verstrekte converteerbare geldleningen, overbruggings geldlening en al hetgeen [schuldenaar] als pandhouder uit welke hoofde dan ook te vorderen heeft (met een maximum van € 15.408.000), pandrechten in tweede rang gevestigd op huidige en toekomstige intellectuele eigendomsrechten alsmede alle (toekomstige) aanspraken, vorderingsrechten en afgeleide rechten, een en ander zoals verwoord in de notariële pandakte d.d. 12 februari 2019, partijen genoegzaam bekend (“Pandrechten”);

E. In de Originele Leningovereenkomsten tussen de Leningverstrekkers en [schuldenaar] zijn rentepercentages opgenomen van 15%, 20% en 25%. De converteerbare geldleningen kennen een Looptijd variërend van 2 tot 3 jaren. Voor de overbruggings/niet converteerbare geldlening werd geen looptijd overeengekomen. De met de Originele Leningovereenkomsten tussen Leningverstrekkers en [schuldenaar] geleende gelden werden met een gelijke rente en een gelijke looptijd doorgeleend aan [vennootschap 1] .

F. Aan [vennootschap 1] (en aan haar dochtervennootschappen [dochtervennootschap 5] B.V., [dochtervennootschap 6] B.V. en [bedrijf 1] B.V.) is op 1 april 2021 surseance van betaling verleend door de Rechtbank Midden-Nederland. Door dit evenement werden de bedragen die [vennootschap 1] aan [schuldenaar] verschuldigd is direct opeisbaar en dienden de Leningen door [vennootschap 1] aan [schuldenaar] te worden afgelost. Hetzelfde geldt voor de bedragen die de Leningverstrekkers onder de Originele Leningovereenkomsten van [schuldenaar] te vorderen hebben. Ook die werden als gevolg van de voorlopig verleende surseance van [vennootschap 1] direct opeisbaar.

G. [vennootschap 1] noch [schuldenaar] heeft de middelen om enig deel van de opeisbare vorderingen te betalen. Leninggevers zijn daarmee bekend. Veel Leninggevers zijn voorts ook aandeelhouder van [vennootschap 1] . De waarde dan wel de verwachte executie- of verkoopopbrengst van de Pandrechten - die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling door [vennootschap 1] van hetgeen zij aan [schuldenaar] verschuldigd is - is zeer waarschijnlijk onvoldoende om zelfs maar de eerste pandhouder, de Minister van Economische Zaken (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO) volledig te voldoen.

H. Vorenstaande impliceert dat [schuldenaar] geen middelen zal ontvangen op grond van haar Pandrechten om daaruit de Leningverstrekkers te voldoen.

[...]

M. Omdat de pandrechten als afhankelijk recht de intellectuele rechten waarop zij gevestigd zijn volgen en [vennootschap 2] het bestaan van de Pandrechten kent, blijven de Pandrechten ook na de overdracht van intellectuele eigendomsrechten, danwel overdracht van de aandelen in de vennootschappen waarin de intellectuele eigendomsrechten zijn ondergebracht, op de intellectuele eigendomsrechten rusten;

N. Nadat het surseance akkoord bij [schuldenaar] en het surseance akkoord bij [vennootschap 1] zal zijn aanvaard en [vennootschap 2] verdere investeringen in het onderzoek zal hebben gefinancierd, kan de situatie ontstaan dat voor het verkrijgen van verdere en benodigde financiering onder bepaalde omstandigheden de Pandrechten opgeheven moeten kunnen worden. Ook daarin voorziet dit Akkoord.

[...]

Bepalingen:

1 HOOFDSOM OMZETTING

1.1

De Leningverstrekkers verstrekken hierbij aan [schuldenaar] door omzetting van de eerder aan [schuldenaar] verstrekte lening(en) een vaste rentedragende geldlening (de Geldlening’) met een hoofdsom ter hoogte van het per 1 april 2021 openstaande, onder de Originele Leningovereenkomst(en) verstrekte, bedrag inclusief geaccumuleerde en opgekomen rente (de Hoofdsom), welke Geldlening [schuldenaar] hierbij in leen aanvaardt.

2 LOOPTIJD EN AFLOSSING

3 RENTE

6 PANDRECHTEN

3 De beoordeling

4 De beslissing