Home

Rechtbank Midden-Nederland, 18-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:461, UTR 20/2714

Rechtbank Midden-Nederland, 18-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:461, UTR 20/2714

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 januari 2021
Datum publicatie
19 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:461
Zaaknummer
UTR 20/2714

Inhoudsindicatie

NOBZ, bezwaar te laat.

Uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20 / 2714

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 17 juni 2020, waarin verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het te laat was ingediend.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 29 februari 2020. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 14 april 2020 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 15 april 2020. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

3. Eiser zegt dat hij te laat was omdat hij rector is van een school en tijdens de coronacrisis heel druk bezig is geweest om het onderwijs weer op gang te brengen en te houden. Ook geeft eiser aan dat de gemeente niet of nauwelijks bereikbaar was om burgers te begeleiden en vragen te beantwoorden.

4. De rechtbank oordeelt dat dit geen geldige reden is voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om binnen het termijn van zes weken bezwaar in te dienen, of dat voor hem te laten doen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma). Dat verweerder niet of nauwelijks bereikbaar was doet hier niets aan af, eiser had voor begeleiding en vragen hulp in kunnen schakelen van een deskundige.

5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?