Home

Rechtbank Midden-Nederland, 28-05-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6935, F.16/14/908

Rechtbank Midden-Nederland, 28-05-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6935, F.16/14/908

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 mei 2021
Datum publicatie
1 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:6935
Zaaknummer
F.16/14/908

Inhoudsindicatie

Beslissing op een verzoek van de banken op verzoek op grond van artikel 69Fw. Rechter-commissaris beveelt de curatoren de procedure voort te zetten.

Uitspraak

beschikking

Afdeling Civiel recht

Toezicht

locatie Utrecht

zaaknummer: F.16/14/908

Beschikking van de rechter-commissaris van 28 mei 2021

in het op 7 oktober 2014 uitgesproken faillissementen van:

de besloten vennootschap

[onderneming 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [onderneming 1] ,

tussen

1 de heer mr. H. DULACK,

kantoorhoudende te Utrecht,

2 de heer mr. R.G. ROEFFEN,

kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,

in hun hoedanigheid van curatoren van [onderneming 1] ,

advocaat: mr. R.J. van der Weijden te Amsterdam,

hierna te noemen: de Curatoren,

en

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. R. van Galen te Amsterdam,

hierna te noemen: ING Bank.

1 De procedure

1.1.

Bij vonnis van 7 oktober 2014 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, is [onderneming 1] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr P.J. Neijt tot rechter-commissaris en aanstelling van mr H. Dulack en mr R.G. Roeffen tot curatoren.

1.2.

Op 23 april 2021 heeft de rechter-commissaris het voornemen geuit om in te grijpen in de wijze waarop de Curatoren aan hun taak invulling geven. Daarbij werd aangegeven dat de rechter-commissaris voorshands van oordeel is dat de Curatoren de procedure tegen [onderneming 2] zullen moeten voortzetten. Vervolgens zijn de Curatoren en de Banken in de gelegenheid gesteld op dit voornemen te reageren. De Banken hebben bij deze reactie een verzoek gedaan op grond van artikel 69 Fw.

1.3.

Het verloop van de procedure volgt uit:

- de brief van de rechter-commissaris van 23 april 2021,

- de brief van mr. Van Galen van 6 mei 2021,

- de brief van mr. Van der Weijden van 7 mei 2021,

- de brief van mr. Van der Weijden van 21 mei 2021,

- de brief van mr. Van Galen van 21 mei 2021,

- de e-mail van mr. Van Andel van 26 mei 2021.

1.4.

Uit het onderwerp van de bij de e-mail van mr. Van Andel van 26 mei 2021 gevoegde brief, heeft de rechter-commissaris begrepen dat die namens [onderneming 2] werd ingediend.

2 De feiten

3 De standpunten

4 De beoordeling

5 De beslissing