Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2879, UTR 21/113, UTR 21/115 en UTR 21/118
Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2879, UTR 21/113, UTR 21/115 en UTR 21/118
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 2 juni 2022
- Datum publicatie
- 13 december 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2879
- Zaaknummer
- UTR 21/113, UTR 21/115 en UTR 21/118
Inhoudsindicatie
Opbrengstenlimiet legesverordening. De rechtbank oordeelt dat de opbrengstenlimiet van de Legesverordening 2019 niet wordt overschreden. De legesverordening is niet onverbindend.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 21/113, UTR 21/115 en UTR 21/118
[eiseres] , statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigden: mr. E.M. van Bommel en mr. K.L. Markerink),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder.
Inleiding
1. Eiseres bouwt in Muiden mee aan het nieuwbouwproject [locatie 1] , dat bestaat uit 1.300 woningen en 28.380 m2 aan voorzieningen. Het project wordt over een periode van zes jaar gebouwd. Voor de verschillende deelprojecten vraagt eiseres omgevingsvergunningen aan bij de gemeente.
2. In deze zaak gaat het om drie legesaanslagen voor activiteiten die in 2019 zijn aangevraagd. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres drie legesaanslagen opgelegd. Dit zijn de volgende legesaanslagen:
- d.d. 13 april 2019, ter hoogte van € 2.337,50 (zaaknummer UTR 21/113);
- d.d. 11 januari 2020, ter hoogte van € 1.177,- (zaaknummer UTR 21/115);
- d.d. 7 maart 2020, ter hoogte van € 138.109,68 (zaaknummer UTR 21/118).
Bij deze aanslagen is een legespercentage van 2,75% van de bouwkosten en de aanlegkosten gehanteerd. Dit percentage is gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van de grond.
3. Eiseres heeft tegen de drie legesaanslagen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres in de afzonderlijke uitspraken op bezwaar van 30 november 2020 ongegrond verklaard. Eiseres is tegen die beslissingen in beroep gegaan bij de rechtbank en heeft de beroepsgronden aangevuld op 24 februari 2021 en 4 oktober 2021. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift van 9 september 2021 en aanvullend verweerschrift van 12 oktober 2021 ingediend.
4. De beroepen zijn gevoegd behandeld door de meervoudige kamer op de zitting van 15 oktober 2021. De gemachtigden van eiseres waren aanwezig, samen met [A] en [B] . Namens de heffingsambtenaar waren aanwezig [C] , drs. H.F. Pannekoek, mr. R.P.M.M. Mols en [D] .
5. De rechtbank heeft de zaak vervolgens aangehouden om op twee punten een nadere toelichting van de heffingsambtenaar te vragen en om eiseres in de gelegenheid te stellen om een schriftelijke reactie op het aanvullend verweerschrift te geven. De heffingsambtenaar heeft met de brief van 23 november 2021 een nadere toelichting gegeven. Eiseres heeft op 21 december 2021 gereageerd op het aanvullend verweerschrift en de nadere toelichting van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft vervolgens op 7 februari 2022 een schriftelijke reactie gegeven. Tot slot heeft eiseres op 8 maart 2022 nog een laatste keer schriftelijk gereageerd.
6. De rechtbank heeft partijen voorgesteld om geen tweede zitting te houden. Daarop heeft de rechtbank geen tegenbericht ontvangen. De rechtbank heeft het onderzoek daarom op 24 maart 2022 gesloten.