Home

Rechtbank Midden-Nederland, 04-05-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2901, C/16/517283 / HL ZA 21-46

Rechtbank Midden-Nederland, 04-05-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2901, C/16/517283 / HL ZA 21-46

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 mei 2022
Datum publicatie
27 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:2901
Zaaknummer
C/16/517283 / HL ZA 21-46

Inhoudsindicatie

Bestuurders en betrokkene als feitelijk beleidsbepaler zijn door curator aansprakelijk gesteld voor de boedeltekorten in vennootschappen. Verstekvonnis tegen bestuurders. Onvoldoende onderbouwd dat betrokkene bestuurder is, want niet gebleken van een bestuursbesluit. Geen feitelijk beleidsbepaler.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/517283 / HL ZA 21-46

Vonnis van 4 mei 2022

in de zaak van

NILS SEBASTIAN REERINK Q.Q.

handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van [.] [onderneming 1] B.V., [.] [onderneming 2] B.V., [.] [onderneming 3] B.V. en [.] [onderneming 4] B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiser,

advocaten mrs. L.E. van Leeuwen en R.T. Mets te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

zonder bekende woon-of verblijfplaats in Nederland,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats 1] ,

gedaagde,

advocaten mrs. R.J. Dekkers, B. Stevens en K.H.M. de Roo te Amsterdam,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

niet verschenen,

Eiser zal hierna de Curator worden genoemd. Gedaagde sub 1 zal hierna [gedaagde sub 1] worden genoemd, gedaagde sub 2 hierna [gedaagde sub 2] , gedaagde sub 3 hierna [gedaagde sub 3] en gedaagde sub 4 hierna [gedaagde sub 4] . De gedaagden sub 1 t/m 4 tezamen zullen hierna gedaagden worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

­ de dagvaarding met producties 1 t/m 80;

­ de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] met producties 1 t/m 7;

­ de akte overlegging producties 81 t/m 85n van de Curator;

­ de akte overlegging producties 8 t/m 15 van [gedaagde sub 3] ;

­ de mondelinge behandeling van 7 februari 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;

­ de ter zitting overgelegde spreekaantekeningen van de Curator;

­ de ter zitting overgelegde spreekaantekeningen van [gedaagde sub 3] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1.

In deze zaak spelen de volgende vennootschappen een rol: [.] [onderneming 1] BV (hierna: [onderneming 1] ), haar 100% dochter [.] [onderneming 2] B.V. (hierna: [onderneming 2] ) en vervolgens de 100% dochters van [onderneming 2] , te weten [.] [onderneming 4] B.V. (hierna: [onderneming 4] ) en [.] [onderneming 3] B.V. (hierna: [onderneming 3] ). De vennootschappen [onderneming 2] , [onderneming 3] en [onderneming 4] zullen hierna tezamen de dochtervennootschappen worden genoemd. [onderneming 1] en de dochtervennootschappen zullen hierna tezamen de [.] -groep worden genoemd. Hierbij merkt de rechtbank op dat [onderneming 1] ook (100%) aandeelhouder was van een aantal andere vennootschappen die in deze zaak geen rol spelen. De term [.] -groep ziet voor deze procedure uitsluitend op de hiervoor genoemde vennootschappen.

2.2.

Het gaat in deze zaak om het volgende. De [.] -groep hield zich bezig met [...] . De vennootschappen van de [.] -groep zijn in mei 2018 failliet verklaard, waarbij de Curator is benoemd tot curator in de faillissementen. De Curator meent dat het faillissement van de [.] -groep is veroorzaakt doordat de (middellijk) bestuurders van de [.] -groep hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld. Volgens de Curator heeft het (middellijk) bestuur:

a) bewerkstelligd dan wel toegelaten dat de [.] -groep haar informatie- en betalingsverplichtingen tegenover haar financiers niet is nagekomen en geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan optredende schade;

b) de betrokken financiers misleid;

c) onnodige en niet te rechtvaardigen risico’s genomen door bewust een verlieslatend contract met een Engelse partij af te sluiten;

d) verzaakt om aan de boekhoudplicht te voldoen, en

e) een onverantwoord financieel beleid gevoerd en gehandeld in strijd met de statutaire bepalingen.

2.3.

In deze procedure staat niet ter discussie dat het bestuur van:

- [onderneming 3] bestond uit [onderneming 2] ;

­ [onderneming 4] bestond uit [onderneming 2] en [gedaagde sub 1] ( [gedaagde sub 1] tot 2 januari 2018);

­ [onderneming 2] bestond uit [onderneming 1] en [gedaagde sub 1] ;

­ [onderneming 1] bestond uit [gedaagde sub 4] en [.] [onderneming 5] B.V.;

­ [.] [onderneming 5] B.V. bestond uit [gedaagde sub 2] ;

­ [gedaagde sub 2] bestond uit [gedaagde sub 1] .

2.4.

De rol van [gedaagde sub 3] staat wel ter discussie in deze procedure. Volgens de Curator was [gedaagde sub 3] vanaf 1 januari 2017 tot aan datum van het faillissement bestuurder van [onderneming 2] , en daarmee middellijk bestuurder van [onderneming 4] en [onderneming 3] dan wel feitelijk beleidsbepaler (vanaf 2016) bij deze dochtervennootschappen. Volgens [gedaagde sub 3] zijn die stellingen onjuist.

2.5.

In deze procedure vordert de Curator samengevat:

primair

-

een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk aansprakelijk zijn tegenover de faillissementsboedel van de dochtervennootschappen voor het boedeltekort, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding, en een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] tot betaling van de (nader vast te stellen) boedeltekorten van de gefailleerde dochtervennootschappen, althans een bedrag nader op te maken bij staat, en een hoofdelijke veroordeling van hen tot betaling van een voorschot op het totale boedeltekort van de gefailleerde dochtervennootschappen van € 11.950.000,--, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

-

een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk aansprakelijk zijn tegenover de faillissementsboedel van [onderneming 1] voor het boedeltekort, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding en een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] tot betaling van het (nader vast te stellen) boedeltekort in de gefailleerde [onderneming 1] , althans een bedrag nader op te maken bij staat, en een hoofdelijke veroordeling van hen tot betaling van een voorschot op het boedeltekort van de gefailleerde [onderneming 1] van € 3.000.000,--, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

subsidiair

-

een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat aan de Curator ten behoeve van de boedel als gevolg van de schade die de dochtervennootschappen en/of schuldeisers hebben geleden als gevolg van aan de bestuurders toe te rekenen tekortkomingen en/of onrechtmatig handelen of nalaten, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

-

een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat aan de Curator ten behoeve van de boedel van de schade die [onderneming 1] en/of schuldeisers hebben geleden als gevolg van aan de bestuurders toe te rekenen tekortkomingen en/of onrechtmatig handelen of nalaten, te vermeerderen met rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

zowel primair als subsidiair

- een hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] in de proceskosten, waaronder de beslagkosten voor het ten aanzien van [gedaagde sub 4] gelegde conservatoire beslag, en de nakosten, te vermeerderen met rente.

Op de datum van de dagvaarding bedraagt volgens de Curator het boedeltekort in de faillissementen tezamen ruim € 54.000.000,--.

2.6.

[gedaagde sub 3] voert verweer tegen de vorderingen waarvoor zij is gedagvaard. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 3] is dat zij betwist dat zij (middellijk) bestuurder dan wel feitelijk beleidsbepaler is (geweest) van de dochtervennootschappen. Om die reden kan volgens [gedaagde sub 3] haar niet worden verweten dat zij in die hoedanigheid kennelijk onbehoorlijk haar taak heeft vervuld, waardoor zij ook niet hoofdelijk aansprakelijk kan zijn tegenover de boedel van de gefailleerde dochtervennootschappen voor de boedeltekorten of anderszins schadeplichtig aan de Curator ten behoeve van de boedel van de gefailleerde dochtervennootschappen.

2.7.

De partijen [gedaagde sub 2] , waarvan [gedaagde sub 1] enig bestuurder en aandeelhouder is, en [gedaagde sub 1] (hierna tezamen: [gedaagde sub 1] c.s.) zijn niet in het geding verschenen. [gedaagde sub 4] is evenmin in het geding verschenen. Daarnaast is [gedaagde sub 4] , nadat hij is gedagvaard in deze procedure, op 20 april 2021 failliet verklaard.

2.8.

De rechtbank zal [gedaagde sub 1] c.s. bij verstek veroordelen en de vorderingen tegen [gedaagde sub 1] c.s. toewijzen zoals in het dictum is vermeld. De rechtbank heeft de procedure tegen [gedaagde sub 4] op 12 mei 2021 geschorst en verwezen naar de parkeerrol in verband met zijn faillissement. De vorderingen tegen [gedaagde sub 3] wijst de rechtbank af. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze oordelen is gekomen.

3 De beoordeling

4 De beslissing