Rechtbank Midden-Nederland, 06-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3098, C/16/526818 / HA ZA 21-585
Rechtbank Midden-Nederland, 06-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3098, C/16/526818 / HA ZA 21-585
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 juli 2022
- Datum publicatie
- 1 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3098
- Zaaknummer
- C/16/526818 / HA ZA 21-585
Inhoudsindicatie
Met hun handelwijze hebben gedaagden bewerkstelligd dat de gestaakte onderneming waarvan zij bestuurder waren haar verplichting jegens eiseres niet is nagekomen en ook geen verhaal biedt. Gedaagden hebben aldus onrechtmatig gehandeld en dienen de daardoor aan eiseres veroorzaakte schade te vergoeden.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/526818 / HA ZA 21-585
Vonnis van 6 juli 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap
EMS AGRO INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
hierna te noemen: EMS,
eiseres,
advocaat: mr. B.M. König,
tegen
1 [gedaagde sub 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
3. [gedaagde sub 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 4] ,
gezamenlijk gedaagden,
advocaat: mr. M.K. Tiemensma
1 Procesverloop
Eiseres heeft gedaagden op 26 juli 2021 gedagvaard.
Gedaagden hebben bij conclusie van antwoord op de dagvaarding gereageerd.
De rechtbank heeft een mondelinge behandeling bepaald op 25 mei 2022.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden via Teams. Daarbij zijn verschenen [A] (bestuurder) namens EMS, bijgestaan mr. König en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] , bijgestaan door mr. Tiemensma. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben beide partijen een pleitnota overgelegd.
Hierna is vonnis bepaald.
2 Wat is er aan de hand?
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] waren de bestuurders van [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ). [gedaagde sub 2] is bestuurder van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] is bestuurder van [gedaagde sub 3] .
[onderneming] ontwierp en verkocht kleding en heeft Bizniz Confectie B.V. (hierna: Bizniz) daarvoor kledingstukken laten maken. Begin 2019 stond een bedrag van € 92.052,87 aan facturen van Bizniz aan [onderneming] open.
EMS heeft bij geregistreerde onderhandse akte van 10 januari 2019 een pandrecht
verkregen op de vordering van Bizniz op [onderneming] . Bizniz is op 5 maart 2019 door de Rechtbank Gelderland in staat van faillissement verklaard.
EMS heeft per brief van 15 maart 2019 haar pandrecht openbaar gemaakt. [onderneming] heeft de vordering betwist; zij was niet tevreden over de producten van Bizniz.
EMS heeft [onderneming] op 23 april 2019 gedagvaard en betaling van de facturen gevorderd.
Op 1 juli 2019 hebben gedaagden alle bedrijfsactiviteiten van [onderneming] gestaakt en het bedrijf verkocht.
De rechtbank Midden-Nederland heeft na tussenvonnissen van 27 december 2019 en van 10 maart 2020 [onderneming] bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 2 februari 2021 veroordeeld tot betaling aan EMS van € 85.202,62, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente, beslag-, proces- en nakosten. Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan.
Per e-mail van 3 februari 2021 heeft EMS [onderneming] verzocht om de betaling van het toegewezen bedrag. [onderneming] heeft op 4 februari 2021 geantwoord dat zij niet kan overgaan tot betaling omdat [onderneming] haar bedrijfsactiviteiten had gestaakt en was opgehouden met betalen.
Gedaagden hebben op 26 februari 2021 namens [onderneming] aan EMS onder meer bericht dat de verkoopopbrengst is gebruikt ‘om bestaande en niet betwiste vorderingen deels te kunnen voldoen’.
EMS heeft gedaagden op 26 maart 2021 persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
Waar gaat het om?
EMS vordert dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
-voor recht wordt verklaard dat:
- gedaagden, door te bewerkstelligen, dan wel toe te laten, dat [onderneming] de vordering van EMS onbetaald heeft gelaten en thans geen verhaal biedt, onrechtmatig jegens EMS hebben gehandeld;
- gedaagden ten aanzien hiervan een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken;
- gedaagden aldus jegens EMS (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de schade die
EMS hierdoor lijdt;
- gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld aan EMS te betalen € 99.999,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling in de proces- en nakosten, alsmede de eventueel nog te maken beslagkosten, vermeerderd met de wettelijke rente, te berekenen vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
Gedaagden zijn het hier niet mee eens.