Rechtbank Midden-Nederland, 12-08-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3472, FT RK 22/577
Rechtbank Midden-Nederland, 12-08-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3472, FT RK 22/577
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2022
- Datum publicatie
- 28 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3472
- Zaaknummer
- FT RK 22/577
Inhoudsindicatie
WHOA. Homologatie van aangeboden akkoord.
Uitspraak
vonnis
Afdeling Toezicht
Locatie Utrecht
Vonnis op het verzoek tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 Faillissementswet (Fw)
Rekestnummer : FT RK 22/577uitspraakdatum : 12 augustus 2022
vonnis op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 Fw, in de zaak van:
de besloten vennootschap
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
kantoorhoudende te [plaats]
verzoekster,
advocaat: mr. J. van den Dolder,
- hierna te noemen: [verzoekster] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure volgt uit:
- -
-
beschikking van 17 december 2021
- -
-
de beschikking van 18 januari 2022,
- -
-
de beschikking van 16 februari 2022,
- -
-
de beschikking van 31 maart 2022,
- -
-
de beschikking van 17 mei 2022,
- -
-
het stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw, ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd op 26 juli 2022,
- -
-
het verzoek tot homologatie van een door [verzoekster] aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw van 27 juli 2022,
- -
-
de beschikking van 28 juli 2022.
Het homologatieverzoek is op 4 augustus 2022 – via een videoverbinding – behandeld. De volgende personen zijn ter zitting verschenen:
Namens [verzoekster]
- -
-
mr. J. van den Dolder, advocaat
- -
-
mevrouw [A] , bestuurder,
- -
-
mevrouw [B] , namens [onderneming 1] B.V., (indirect) aandeelhouder en bestuurder,
- -
-
mevrouw [C] , financieel adviseur bij [onderneming 2]
- -
-
de heer [D] namens [onderneming 3] B.V., (indirect) aandeelhouder
Namens UWV
- mr. [E] , [functie] .
De Rechtbank heeft de vonnisdatum bepaald op vandaag.
2 De feiten
[verzoekster] vormt, tezamen met [onderneming 4] B.V. (hierna: [onderneming 4] ) en [onderneming 5] B.V. (hierna: [onderneming 5] ) een groep in de zin van artikel 2:24 BW, die zich – kort gezegd – bezighoudt met de [.] . [onderneming 4] houdt alle aandelen in het kapitaal van [onderneming 5] en [verzoekster] . [onderneming 5] beheert de voorraden en heeft overeenkomsten gesloten met klanten en kunstenaars. De omzet wordt door [onderneming 5] ontvangen. De bedrijfskosten, waaronder de personeelskosten, worden voldaan vanuit [verzoekster] .
[verzoekster] , [onderneming 4] en [onderneming 5] hebben op 15 juli 2022 elk een akkoord aan (een deel van) hun schuldeisers aangeboden. In de aan de schuldeisers van [onderneming 4] en [onderneming 5] aangeboden akkoorden hebben alle schuldeisers vóór aanneming van het akkoord gestemd. In het aan de schuldeisers van [verzoekster] aangeboden akkoord heeft UWV tegen aanneming van het akkoord gestemd. Alle overige schuldeisers hebben voorgestemd.
De drie akkoorden zijn aangeboden onder de voorwaarde dat deze alle drie tot stand komen.
3 Het verzoek
[verzoekster] verkeert in de in artikel 370 lid 1 Fw bedoelde toestand van dreigende insolventie. In de kern is [verzoekster] levensvatbaar, maar zij is niet in staat de aan haar schuldenlast verbonden rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen. Teneinde een gezonde toekomst te realiseren heeft [verzoekster] haar schuldeisers een akkoord tegen finale kwijting aangeboden. De voor nakoming van het akkoord benodigde gelden zijn deels beschikbaar gesteld door aandeelhouders [onderneming 1] B.V. en [onderneming 3] B.V. en gestort op de derdengeldenrekening van notariskantoor [notariskantoor] . Verder zal Rabobank een voor nakoming van het akkoord bestemde financiering verstrekken zodra het akkoord is gehomologeerd.
Uitgaande van de fixatiedatum – te weten de datum van neerlegging van de startverklaring – is een tweetal schuldeisers buiten het akkoord gehouden. De Lage Landen Vendor Lease B.V. heeft een vordering die ná de fixatiedatum is ontstaan zodat deze voldaan dient te worden. Het UWV is ten aanzien van de NOW 6 en 7 vordering buiten het akkoord gehouden. Het voorschot op de NOW 7 subsidie is na de fixatiedatum toegekend terwijl het voorschot op de NOW 6 subsidie voor de fixatiedatum is voldaan. Op basis van de door [verzoekster] gemaakte berekeningen zijn deze voorschotten niet onverschuldigd betaald zodat ter zake geen schuld bestaat of zal ontstaan.
[verzoekster] heeft haar schuldeisers in vijf klassen ingedeeld:
Klasse 1 (8%) de Belastingdienst € 738.246,29
Klasse 2 (100%) Rabobank € 112.184,-
Klasse 3 (84%) De Lage Landen € 4.572,-
Klasse 4 (20%) [onderneming 6] B.V. € 115.910,-
Klasse 5 (0,01%) UWV € 161.281,-
[onderneming 5] € 519.685,-
Rabobank € 3.050.277,-
Alle klassen hebben met de vereiste meerderheid met het aanbod ingestemd. In klasse 5 heeft alleen UWV tegen aanneming van het akkoord gestemd. Rabobank is in klasse 2 ingedeeld met de vorderingen waarvoor zij pandrechten op activa van [verzoekster] heeft gevestigd. Voor het ongesecureerde deel van haar vordering is zij, als concurrent schuldeiser, ingedeeld in klasse 5. De Lage Landen heeft een eigendomsvoorbehoud op door haar aan [verzoekster] geleasede activa. [onderneming 6] B.V. is als verhuurder ingedeeld in de MKB-klasse 4.
In haar beschikking van 31 maart 2022 op het verzoek uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het akkoord (hierna: het aspectenverzoek) heeft de rechtbank onder meer bepaald dat de vordering van Rabobank, op grond van de bedongen hoofdelijkheid, voor het volledige bedrag moet worden meegenomen in alle drie de akkoorden van de [naam verzoekster] -groep. Daardoor is de schuldenlast – op papier – in elk van de drie akkoorden aanzienlijk gestegen. Dezelfde redenering gaat, als gevolg van de fiscale eenheid die de drie vennootschappen vormen, eveneens op voor de vordering van de Belastingdienst. De aangeboden percentages zijn als gevolg van een en ander gedaald ten opzichte van het ten tijde van de indiening van het aspectenverzoek voorgenomen akkoord.
Onder het akkoord zal [verzoekster] een bedrag van € 198.639,31 aan haar schuldeisers uitdelen. Dit is meer dan de getaxeerde reorganisatiewaarde van € 194.000,- en de getaxeerde vereffeningswaarde van € 170.000,-. De schuldeisers, waaronder UWV, zijn onder het akkoord dan ook alle beter af dan in faillissement.
[verzoekster] heeft de rechtbank verzocht de homologatie van het door [verzoekster] aan haar schuldeisers aangeboden akkoord uit te spreken.