Home

Rechtbank Midden-Nederland, 13-01-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:392, FT RK 21/1015, 1016, 1017 en 1018

Rechtbank Midden-Nederland, 13-01-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:392, FT RK 21/1015, 1016, 1017 en 1018

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13 januari 2022
Datum publicatie
15 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:392
Zaaknummer
FT RK 21/1015, 1016, 1017 en 1018

Inhoudsindicatie

WHOA-zaak. Toewijzing afkoelingsperiode, toewijzing herstructureringsdeskundige en opheffing van beslag.

Uitspraak

beschikking

Afdeling Toezicht

locatie Utrecht

zaaknummer: FT RK 21/1015, 1016, 1017 en 1018

Uitspraakdatum: 13 januari 2022

Beschikking op grond van artikel 376 Fw (afkoelingsperiode) en artikel 371 Fw (benoeming herstructureringsdeskundige)

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

[verzoekster sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster sub 1] ”,

advocaat: mr. V. van Dijken te Harderwijk,

en

2. de besloten vennootschap

[verzoekster sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster sub 2] ,

advocaat: mr. V. van Dijken te Harderwijk.

Partijen zullen hierna gezamenlijk [verzoekster sub 2] c.s. worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de startverklaringen van 16 december 2021;

-

het verzoekschrift van 16 december 2021,

-

een liquiditeitsoverzicht van 6 januari 2022.

1.2.

De verzoeken zijn op 7 januari 2022 in raadkamer via een videoverbinding behandeld in aanwezigheid van:

- de heer [A] , bestuurder van [verzoekster sub 2] c.s.,- de heer mr. V. van Dijken, voornoemd.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster sub 1] houdt alle aandelen in het kapitaal van [verzoekster sub 2] . De aandelen in het kapitaal van [verzoekster sub 1] worden gehouden door de besloten vennootschappen [onderneming 1] B.V., [onderneming 2] B.V., [onderneming 3] B.V., [onderneming 4] B.V. en [onderneming 5] B.V. Bestuurder van [verzoekster sub 2] c.s. is de heer [A] .

2.2.

De onderneming van [verzoekster sub 2] c.s. richt zich op de productie en aanneming van staalbouwconstructies voor bedrijfshallen.

2.3.

[verzoekster sub 2] c.s. heeft in 2020 en 2021 te maken gekregen met de gevolgen van de Coronacrisis en de stijgende staalprijs. Veel projecten zijn als gevolg van de stijgende prijzen gestopt of uitgesteld. De winstgevendheid van lopende projecten is onder druk komen te staan. [verzoekster sub 2] heeft daarnaast een geschil gekregen met een van haar grootste opdrachtgevers, de besloten vennootschap [onderneming 6] B.V. (hierna te noemen “ [onderneming 6] ”). [onderneming 6] heeft [verzoekster sub 2] aansprakelijk gesteld voor een bedrag van ongeveer € 2,4 miljoen. [onderneming 6] heeft betaling van openstaande aanneemsommen voor een bedrag van € 719.070,- opgeschort. [onderneming 6] heeft verlof gekregen voor het leggen van de volgende beslagen:

-

derdenbeslag op alle bedragen, gelden en/of geldwaarden onder: a. de besloten vennootschap [onderneming 7] B.V. (hierna te noemen “ [onderneming 7] ”), gevestigd te ( [postcode 1] ) [plaatsnaam 1] aan de [adres 1] , b. de heer [B] , gevestigd te ( [postcode 2] ) [plaatsnaam 2] aan de [adres 2] en c. de maatschap [onderneming 8] en [C] , gevestigd te ( [postcode 2] ) [plaatsnaam 2] aan de [adres 2] .

-

derdenbeslag op alle bedragen, gelden en/of geldwaarden onder ING Bank N.V., gevestigd te ( [postcode 3] ) [plaatsnaam 3] aan het [adres 3] .

2.4.

Alleen het beslag onder [onderneming 7] heeft doel getroffen. Per 6 januari 2022 was [onderneming 7] aan [verzoekster sub 2] c.s. een bedrag verschuldigd van € 269.584,-. ING Bank heeft haar pandrecht op deze vordering jegens [onderneming 7] openbaar gemaakt.

2.5.

[verzoekster sub 2] c.s. heeft naar aanleiding van de liquiditeitsnood overleg gevoerd met haar financier, ING Bank. Bij brief van 19 november 2021 heeft ING Bank aan [verzoekster sub 2] c.s. bericht op dit moment geen uitstel te willen geven voor het doen van aflossingen op de door haar verstrekte financiering. ING Bank heeft in haar brief onder meer het volgende geschreven:

Tijdens het gesprek hebben wij van u een liquiditeitsprognose, incl. aannames, over de periode tot einde jaar ontvangen. Op 10 november 2021 hebben wij van u een forecast 2022 en 2023 ontvangen. Eind oktober had u een crediteurpositie van € 2.293.493,- met een overschrijding van ruim € 1.000.000,- op de individuele betaaltermijnen van uw crediteuren. Uw doel is o.a. om bij de twee grootste crediteuren het saldo van ruim € 675.000 om te zetten in een tweejarige lening. Op basis van de resterende opdrachten voor 2021 wilt u de overige overstand op crediteuren inlossen. Wij hebben tijdens het gesprek aangegeven dat wij de liquiditeitsprognose taakstellend en ambitieus vinden.

[...]

Om een besluit te kunnen nemen, willen wij de navolgende afspraken met u maken:

• Een externe adviseur die ING convenieert en die (i) de continuïteit van de onderneming aan de hand van uw prognoses valideert, (ii) valideert welke liquiditeitsbehoefte de onderneming wanneer heeft, (iii) welke waarde de onderneming going concern heeft en (iv) die een eventuele (deel) verkoop van het bedrijf kan initiëren;

• Crediteuren akkoord, met in bijzonder de credituren [onderneming 9] en [onderneming 10] :

• Terugstorten van de niet toegestane uitgekeerde rente ad. € 42.636,- over de leningen die ten opzichte van de ING financiering zijn achtergesteld;

• Het opschorten van rente betalingen over de leningen die ten opzichte van de ING financiering zijn achtergesteld; en

• Maandelijkse update van de actuele hoogte en planning van nog op te storten projecten, de onderhanden projecten, nog te factureren bedragen en uitstaande offertes.

• Maandelijkse update van de winst en verliesrekening alsmede de balans en bijgewerkte liquiditeitsprognose.

• Wij worden door u pro actief op de hoogte gehouden van alle relevante ontwikkelingen.

2.6.

[verzoekster sub 2] c.s. heeft een totale schuldenlast van ongeveer € 4,1 miljoen. Deze schuldenlast bestaat uit gezamenlijke schulden van [verzoekster sub 1] en [verzoekster sub 2] aan ING Bank (€ 1 miljoen) en de Belastingdienst (€ 56.335,-). [verzoekster sub 1] heeft daarnaast een schuld aan haar aandeelhouders ten bedrage van € 775.000,-. Deze schulden zijn achtergesteld ten opzichte van de vordering van ING Bank. [verzoekster sub 2] heeft eigen schulden aan de Belastingdienst (€ 354.778,-) en handelscrediteuren (€ 1,9 miljoen).

2.7.

De boekwaarde van het actief van [verzoekster sub 2] c.s. beloopt een bedrag van ongeveer € 1,6 miljoen en bestaat uit vorderingen op debiteuren (€ 1,4 miljoen), inventaris (€ 130.000) en voorraden (€ 100.000). Daarnaast heeft [verzoekster sub 2] c.s. opdrachten in portefeuille met een waarde (omzet) van ongeveer € 4,4 miljoen. [verzoekster sub 2] c.s. verwacht het onderhandenwerk in het komende half jaar te kunnen realiseren.

2.8.

[verzoekster sub 2] c.s. heeft een liquiditeitsbegroting overgelegd, waaruit blijkt dat de komende drie maanden inkomsten kunnen worden gerealiseerd voor een totaalbedrag van ongeveer € 2,7 miljoen. Hiervoor zullen kosten gemaakt moeten worden voor een totaalbedrag van ongeveer € 2,6 miljoen. Voorwaarde hiervoor is dat de betalingen van debiteuren, waaronder [onderneming 7] , kunnen worden aangewend voor de betaling van lopende kosten. Een externe financiering voor de kosten is niet beschikbaar, behoudens een kredietruimte van ongeveer € 260.000,- op de bestaande rekening-courantrekening bij ING Bank.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster sub 2] c.s. heeft het volgende verzocht:

  1. benoeming van één van de in haar verzoek genoemde herstructureringsdeskundigen;

  2. afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden te gelasten;

  3. te bepalen dat alle door de besloten vennootschap [onderneming 6] B.V. ingevolge het bij het verzoekschrift gevoegde beslagverlof gelegde conservatoire beslagen worden opgeheven.

4 De beoordeling

5 De beslissing