Home

Rechtbank Midden-Nederland, 14-11-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4537, UTR 22/1171

Rechtbank Midden-Nederland, 14-11-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4537, UTR 22/1171

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 november 2022
Datum publicatie
28 november 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:4537
Zaaknummer
UTR 22/1171

Inhoudsindicatie

AVG, beroep vanwege niet tijdig beslissen en buitenbehandelingstelling van een aanvraag. Voor een verzoek om terug te komen van een eerder besluit waarbij op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is beslist over de verwerking van persoonsgegevens geldt de beslistermijn van een maand die volgt uit de AVG. Voor de behandeling van het verzoek was naar analogie van art. 4:6 lid 1 Awb vereist dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden werden vermeld. Uit de informatie bij het verzoek moet worden afgeleid dat in feite geen wijziging in de verstrekking van persoonsgegevens werd beoogd, maar een wijziging van de documenten met de verstrekte persoonsgegevens zelf. Daarmee ontbraken de noodzakelijke gegevens bij de aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/1171

[eiser] uit [woonplaats] , eiser

en

[college]

(gemachtigde: mr. F. Heijne).

Inleiding

Op 6 november 2015 heeft het college aan eiser een overzicht verstrekt van alle persoonsgegevens die op hem betrekking hebben.

Op 27 december 2021 heeft eiser verzocht om het besluit van het college van 6 november 2015 in te trekken en een herstelbesluit te nemen.

Op 27 januari 2022 heeft eiser het college in gebreke gesteld.

Op 7 februari 2022 heeft het college eiser in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag aan te vullen, tot 2 mei 2022.

Op 17 februari 2022 heeft eiser beroep ingesteld omdat het college niet tijdig op zijn verzoek zou hebben beslist.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Met het besluit van 6 mei 2022 heeft het college het verzoek van eiser buiten behandeling gesteld.

Met een brief van 4 augustus 2022 heeft het college aan eiser laten weten dat zijn bezwaar tegen het besluit van 6 mei 2022 niet-ontvankelijk is.

De zaak is behandeld op de zitting van 3 november 2022. Eiser was aanwezig. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door mr. [A] en [B] .

Overwegingen

Beslissing

Informatie over hoger beroep