Home

Rechtbank Midden-Nederland, 30-11-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4992, C/16/546155 / KL ZA 22-237

Rechtbank Midden-Nederland, 30-11-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4992, C/16/546155 / KL ZA 22-237

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30 november 2022
Datum publicatie
30 november 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:4992
Zaaknummer
C/16/546155 / KL ZA 22-237

Inhoudsindicatie

Kort geding. Beroep op Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021:1778) bij verkoop grond door een gemeente aan een kinderdagverblijf. Vordering afgewezen. Gelijke kansen geboden bij de verkoop van de Percelen.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/546155 / KL ZA 22-237

Vonnis in kort geding van 30 november 2022

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de stichting

[eiseres sub 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers,

advocaat mr. [A] te Amstelveen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ALMERE,

zetelend te Almere,

gedaagde,

advocaat mr. L.J. Vermeulen te Enschede.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] c.s. en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 18- de producties 1 tot en met 5 van de Gemeente

-

de mondelinge behandeling op 16 november 2022

-

de pleitnota van [eiser sub 1] c.s.

-

de pleitnota van de Gemeente.

1.2.

Daarna is bepaald dat op 30 november 2022 vonnis wordt gewezen.

2 Waar gaat dit kort geding over?

2.1.

De Gemeente is eigenaar van een strook grond, kadastraal bekend gemeente [.] , sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 1] (hierna: het Perceel). Grenzend aan het Perceel ligt het perceel, kadastraal bekend gemeente [.] , sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 2] , dat in eigendom is van [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ). Op dit perceel zit het kinderdagverblijf [kinderdagverblijf] . Grenzend aan het Perceel en het perceel van het kinderdagverblijf ligt het perceel, kadastraal bekend gemeente [.] , sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 3] , dat eigendom is van [eiser sub 1] . De kadastrale tekening ziet er als volgt uit:

2.2.

Op 14 januari 2021 is een koopovereenkomst gesloten tussen de Gemeente en [onderneming] waarbij de percelen, kadastraal bekend gemeente [.] , sectie [letter] , nummers [nummeraanduiding 4] , [nummeraanduiding 5] en het Perceel (hierna worden alle percelen samen aangeduid als: de Percelen) zijn verkocht aan [onderneming] ten behoeve van de uitbreiding van het kinderdagverblijf. In de koopovereenkomst staat dat het notarieel transport van het Perceel zal plaatsvinden zodra de Gemeente haar geschil “met de eigenaar van het buurperceel (kadastraal bekend [letter] [nummeraanduiding 3] ) heeft afgerond, doch uiterlijk op 1 september 2023. (...). Indien het juridische geschil niet voor 1 september 2023 is afgerond, wordt de onderhavige koopovereenkomst ten aanzien van Perceel [..] (voorzieningenrechter: het Perceel) ontbonden.” (artikel 2.14.).

2.3.

De verkochte Percelen, met uitzondering van het Perceel, zijn op 29 januari 2021 aan [onderneming] geleverd. Hierop is inmiddels de uitbreiding van het kinderdagverblijf gerealiseerd. Het Perceel is nog niet aan [onderneming] geleverd vanwege een geschil over de erfgrens van het Perceel. Over dat geschil is een procedure aanhangig tussen de Gemeente en de heer [eiser sub 1] (eiser sub 1) en [stichting 2] .

2.4.

[eiser sub 1] c.s. wenst het Perceel te verwerven (in plaats van [onderneming] ). Volgens [eiser sub 1] c.s. is hij door de Gemeente niet in de gelegenheid gesteld om onder dezelfde voorwaarden als [onderneming] het Perceel te verwerven. Bovendien is hem niet voldoende ruimte geboden om mee te dingen bij de verwerving van het Perceel. Daarmee handelt de Gemeente in strijd met artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW), het gelijkheidsbeginsel en de in het Didam-arrest (HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) geformuleerde criteria. [eiser sub 1] c.s. vordert samengevat - een verbod om uitvoering te geven aan de met [onderneming] gesloten koopovereenkomst voor wat betreft het Perceel en hem in de gelegenheid te stellen mee te dingen bij de verkoop van het Perceel.

2.5.

De Gemeente voert verweer. Volgens de Gemeente heeft [eiser sub 1] c.s. zijn rechten verwerkt om te klagen over het feit dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om onder dezelfde voorwaarden als [onderneming] het Perceel te verwerven. Ten tweede is [eiser sub 1] c.s. wel degelijk in de gelegenheid gesteld om op gelijke wijze als [onderneming] het Perceel te verwerven. Ten derde komt [eiser sub 1] c.s. geen beroep toe op het Didam-arrest, omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Gemeente door een hekwerk en opstallen op het Perceel te plaatsen en deze niet te verwijderen. Als gevolg van dit onrechtmatige handelen is de Gemeente genoodzaakt geweest om het Perceel af te splitsen van de percelen [nummeraanduiding 5] en [nummeraanduiding 4] . Door de afsplitsing van het Perceel kon de Gemeente de percelen [nummeraanduiding 5] en [nummeraanduiding 4] aan [onderneming] zonder belemmeringen leveren. Het is volgens de Gemeente naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als [eiser sub 1] c.s. zou worden beloond voor dit onrechtmatige handelen.

2.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 Wat oordeelt de voorzieningenrechter?

4 De beslissing