Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6321, UTR 21/4915
Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6321, UTR 21/4915
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 december 2022
- Datum publicatie
- 30 maart 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:6321
- Zaaknummer
- UTR 21/4915
Inhoudsindicatie
WOZ Waarde, beroep gegrond
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4915
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: A. Oosters),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: B.A. Schras).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van [eiser] (eiser) tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan [adres] in [gemeente] (het object).
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 28 februari 2021 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde vastgesteld op € 1.221.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van het object ook een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 25 november 2021 de waarde van het object en de daarop gebaseerde aanslag OZB gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen uitspraak op bezwaar.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Het beroep is behandeld op de online zitting van 31 oktober 2022. Eiser heeft zich op de zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de heffingsambtenaar zijn [Taxateur 1] en taxateur [Taxateur 2] verschenen.