Home

Rechtbank Midden-Nederland, 29-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6463, UTR 20/3752

Rechtbank Midden-Nederland, 29-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6463, UTR 20/3752

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29 juli 2022
Datum publicatie
22 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:6463
Formele relaties
Zaaknummer
UTR 20/3752

Inhoudsindicatie

Einduitspraak planschade (WRO). Uit de herstelpoging van verweerder blijkt dat hij het niet eens is met het oordeel van de rechtbank in de tussenuitspraak. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3752

uitspraak van de meervoudige kamer van 29 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser 1] , [eiseres] en [eiser 2], uit [woonplaats] , en

V.O.F. Aannemersbedrijf [bedrijf], gevestigd in [plaats] ,

gezamenlijk eisers,

(gemachtigde: mr. M.J.H. van Baalen)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (het college), verweerder,

(gemachtigde: drs. M.R. Sybrandy).

Inleiding

1. Deze zaak gaat over het verzoek van eisers aan het college om tegemoetkoming in planschade als gevolg van een nieuw bestemmingsplan. De rechtbank heeft hierover op 23 december 2021 een tussenuitspraak (de tussenuitspraak) gedaan en het college in de gelegenheid gesteld om de geconstateerde gebreken te herstellen.

Procesverloop

2. Voor het procesverloop, het overzicht van de feiten en een beschrijving van de zaak verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

3. In een tweede tussenuitspraak van 8 maart 2022 (de verlengingsuitspraak) heeft de rechtbank de termijn die zij het college heeft gegeven om de gebreken te herstellen, verlengd tot vier weken na verzending van de verlengingsuitspraak.

4. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering in de vorm van een nieuwe beslissing op bezwaar ingediend, gedateerd 29 maart 2022 (de nieuwe beslissing op bezwaar). De oorspronkelijke beslissing op bezwaar van 15 september 2020 is daarbij ingetrokken. Eisers hebben hier schriftelijk op gereageerd. De rechtbank heeft daarna bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. In deze einduitspraak beoordeelt de rechtbank of het college de gebreken heeft hersteld.

Beoordeling door de rechtbank

De tussenuitspraak

5. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.1

6. Hierna volgt een korte samenvatting van de kern van de tussenuitspraak. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat de oorspronkelijke beslissing op bezwaar van 15 september 2020 niet zorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. De afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in planschade is namelijk gebaseerd op een onjuiste planvergelijking. Het college had er in de eerste plaats rekening mee moeten houden dat de bouwmogelijkheden op de strook zijn beperkt door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Daarnaast had er een uitzondering moeten worden gemaakt op het uitgangspunt dat bij de planvergelijking wordt gekeken naar de maximale planologische mogelijkheden onder het oude bestemmingsplan. Het college had er bij de planvergelijking van uit moeten gaan dat de hoogspanningsverbinding vóór de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan niet gerealiseerd kon worden. De rechtbank oordeelt in de tussenuitspraak dat de hoogspanningsverbinding die op/boven het plangebied aanwezig is, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet gerealiseerd kon worden onder het oude planologische regime. De rechtbank heeft het college vervolgens in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen door een nieuwe planvergelijking te maken met inachtneming van de tussenuitspraak.

De nieuwe beslissing op bezwaar van het college

7. Na de tussenuitspraak heeft het college een nieuwe beslissing op bezwaar genomen en daarin nogmaals gemotiveerd waarom het vindt dat de afwijzing van het verzoek wél gebaseerd was op een juiste planvergelijking. Het college heeft het bezwaar van eisers opnieuw ongegrond verklaard.

8. Volgens het college is er geen reden om af te zien van planmaximalisatie. De hoogspanningsverbinding kon ook onder het oude planologische regime aangelegd en in gebruik zijn. Dat voor een deel van het plangebied (de strook) gold dat daar geen hoogspanningsmasten mochten komen, staat niet aan de hoogspanningsverbinding in de weg. Het college stelt zich verder op het standpunt dat aan vergoeding van eventuele schade niet toegekomen kan worden, omdat de planologische wijziging – de vaststelling en inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan – voorzienbaar was.

Het oordeel van de rechtbank

9. De rechtbank oordeelt dat de nieuwe beslissing op bezwaar ook onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank legt dit hierna uit.

10. De rechtbank stelt vast dat het college de gebreken in het bestreden besluit niet heeft hersteld op de wijze zoals aangegeven in de tussenuitspraak. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het college de gebreken kan herstellen door een nieuwe planvergelijking te maken en er daarbij onder andere van uit te gaan dat de hoogspanningsverbinding eerst niet, maar nu – na inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan – wel gerealiseerd konden worden. In plaats daarvan heeft het college in de nieuwe beslissing gemotiveerd waarom hij vindt dat de hoogspanningsverbinding ook onder het oude planologische regime al gerealiseerd konden worden. De rechtbank kan hieruit niet anders concluderen dan dat het college het schijnbaar niet eens is met het oordeel van de rechtbank in de tussenuitspraak. De rechtbank ziet in het nieuwe besluit met de aanvullende motivering van het college echter geen aanleiding om op haar oordeel in de tussenuitspraak terug te komen.

11. Gelet op het voorgaande moet het college (nog steeds) een nieuwe planvergelijking maken. Daarbij moet worden uitgegaan van een situatie waarbij de hoogspanningsverbinding aanvankelijk niet konden worden gerealiseerd en nu wel. Ter voorlichting aan partijen merkt de rechtbank op dat het college geen rechtmatig besluit kan nemen als hij het oordeel van de rechtbank in de tussenuitspraak over de planvergelijking niet erkent. Als het college het niet eens is met het oordeel van de rechtbank staat de mogelijkheid tot hoger beroep open.

12. De rechtbank gaat in deze einduitspraak niet in op het standpunt van het college over de voorzienbaarheid van de planschade. Het college heeft dit standpunt in eerdere besluitvorming niet ingenomen. De rechtbank blijft, zoals hiervoor overwogen, bij haar oordeel in de tussenuitspraak dat de planvergelijking onjuist is en vindt dat het college eerst een juiste planvergelijking moet maken om vast te stellen of er schade is en hoe groot die schade is, voordat er aan de discussie over de voorzienbaarheid van die schade toegekomen kan worden.

Verzoek om een deskundige te benoemen

13. Eisers hebben de rechtbank op 10 februari 2022 een brief gestuurd, waarin zij de rechtbank verzoeken om een deskundige te benoemen. De rechtbank vindt het om proceseconomische redenen op dit moment niet opportuun om daartoe over te gaan. Uit de nieuwe beslissing op bezwaar leidt de rechtbank namelijk af dat het college het niet eens is met het oordeel van de rechtbank over de planvergelijking en het valt niet uit te sluiten dat het college dit oordeel in hoger beroep zal aanvechten.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?