Rechtbank Midden-Nederland, 27-01-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:685, UTR 21/1502
Rechtbank Midden-Nederland, 27-01-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:685, UTR 21/1502
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 januari 2022
- Datum publicatie
- 21 oktober 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:685
- Zaaknummer
- UTR 21/1502
Inhoudsindicatie
WOZ waarde bedrijfspand. Eigen verkoopcijfer, correctie. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 21/1502
(gemachtigde: C. Zeddeman),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: R. Janmaat).
Procesverloop
Bij beschikking van 29 februari 2020 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op € 11.036.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019 (de beschikking). Verweerder heeft met dezelfde dagtekening een aanslag in de van eigenaren geheven onroerende zaakbelasting van de gemeente Utrecht opgelegd (de aanslag). De heffingsmaatstaf van de aanslag is ook
€ 11.036.000,-.
Bij uitspraak op bezwaar van 11 februari 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2021, waar één rechter via een skypeverbinding heeft deelgenomen. Namens eiseres is verschenen N. Dreierink, kantoorgenoot van de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam] , taxateur.
Vaststaande feiten
1. Eiseres heeft de onroerende zaak op 1 november 2018 gekocht voor € 12.775.000,-.
De onroerende zaak is een in 2008 gebouwd bedrijfspand met een kantoor van 4.116 m2 en opslag van 11.012 m2. De totale oppervlakte is 15.128 m2. De kadastrale oppervlakte is 14.587 m2. De onroerende zaak is gelegen op een A1 locatie.
Geschil
2. Eiseres stelt dat de waarde te hoog is. Zij bepleit een waarde van € 10.625.000,-. In haar aanvullend beroepschrift van 10 december 2021 bepleit zij een waarde van € 10.500.000,-.
Verweerder neemt het standpunt in dat de door hem vastgestelde waarde niet te hoog is.