Home

Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:890, C/16/526773 / KG ZA 21-494

Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:890, C/16/526773 / KG ZA 21-494

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 maart 2022
Datum publicatie
10 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:890
Zaaknummer
C/16/526773 / KG ZA 21-494

Inhoudsindicatie

Geen gevolgen weigering ongecensureerde dagvaarding te geven aan tussenkomende partij. Geen gevolgen weigering tussenkomende partij om toestemming ex 22 lid 6 Rv te geven. Geen ondeugdelijke beoordeling en gebrekkige motivering gunningsbeslissing.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/526773 / KG ZA 21-494

Vonnis in kort geding van 10 maart 2022

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[procesdeelnemer I] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

hierna te noemen: [procesdeelnemer I] ,

eiseres

advocaten mrs. G. Verberne en L.A.W.M. Heinsman,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ALMERE,

zetelend te Almere,

hierna te noemen: Gemeente Almere,

gedaagde,

advocaten mrs. T. van Wijk en L. Bras,

met als tussenkomende partij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[procesdeelnemer III] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

hierna te noemen: [procesdeelnemer III] ,

advocaat mr. S.C. Brackmann.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 februari 2022

- de mondelinge behandeling van 24 februari 2022, ter gelegenheid waarvan partijen

in eerste termijn aan de hand van een pleitnota hun standpunten hebben toegelicht

en in tweede termijn op elkaars standpunten hebben kunnen reageren.

1.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat er op 10 maart 2022 een vonnis zal komen.

2 Beoordeling op grond van de processtukken waarover iedere procespartij beschikt

2.1.

De beoordeling van dit kort geding wordt, zoals in het tussenvonnis van

21 februari 2022 is geoordeeld, gedaan op grond van de processtukken waarover iedere procespartij beschikt.

2.2.

Aan het begin van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bij partijen gecheckt om welke processtukken het gaat. Partijen hebben daarbij beaamd dat het daarbij gaat om de volgende processtukken:

- de gecensureerde dagvaarding zoals die bij de brief van [procesdeelnemer I] van

4 januari 2022 is gevoegd,

- de ongecensureerde producties 1a, 1b, 2, 4c en 6 tot en met 9 van [procesdeelnemer I]

- de gecensureerde producties 4a en 4b van [procesdeelnemer I] .

De voorzieningenrechter heeft aan partijen laten weten dat hij geen kennis heeft genomen van andere processtukken dan de hiervoor in 2.2. genoemde processtukken. Hij heeft geen kennis genomen van:- de aan Gemeente Almere betekende dagvaarding

- van de producties 3 en 5 die door de eerdere voorzieningenrechter mr. H.M.M. Steenberghe als bedrijfsvertrouwelijk zijn aangemerkt, en

- de ongecensureerde producties 4a en 4b.

3 Gevolgen weigering [procesdeelnemer I]

3. Vaststaat dat [procesdeelnemer I] geen gehoor heeft gegeven aan het bevel van de eerdere voorzieningenrechter om de ongecensureerde dagvaarding en de ongecensureerde versie van productie 4a en 4b aan [procesdeelnemer III] te geven.

[procesdeelnemer III] heeft de voorzieningenrechter in haar brief van 22 januari 2022 verzocht om aan deze weigering de gevolgen te verbinden die de voorzieningenrechter geraden voorkomen.

De voorzieningenrechter ziet daartoe geen aanleiding. De beoordeling van de zaak gebeurt aan de hand van de processtukken waarover iedere procespartij, dus ook [procesdeelnemer III] , beschikt. [procesdeelnemer III] is daardoor niet benadeeld in haar procespositie.

4 Gevolgen weigering [procesdeelnemer III]

5 Waar gaat dit kort geding over?

6 De beoordeling

7 De beslissing