Rechtbank Midden-Nederland, 08-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1034, UTR 22/2595
Rechtbank Midden-Nederland, 08-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1034, UTR 22/2595
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 8 maart 2023
- Datum publicatie
- 27 maart 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1034
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2024:5092, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- UTR 22/2595
Inhoudsindicatie
Avg verzoek in verband met Pro Justitia rapportage, feedbackformulier en naam feedbackgever - niet wjsg maar avg is op feedbackformulier van toepassing - feedbackformulier bevat geen persoonsgegevens in de zin van de avg
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2595
[eiser] , eiser, en [moeder] ,
en
De Minister voor Rechtsbescherming (de minister)
(gemachtigde: mr. C. Zwinkels).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om informatie in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg).
2. Er loopt een strafprocedure tegen eiser. In deze procedure zijn verschillende rapporten opgemaakt over zijn persoonlijkheid. Volgens eiser bevatten die rapporten niet de juiste informatie.
3. Eiser heeft op 16 oktober 2021 een verzoek om gegevens bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) ingediend. Hierin heeft hij onder meer verzocht om de rapportage van 30 augustus 2020 van [A] en de feedback op deze rapportage. Daarnaast heeft hij verzocht om ‘gegevens uit de administratie uitdraai omvang alles, recht op rectificatie gegevens onjuist’.
De minister heeft op 31 januari 2022 (primaire besluit) op dit verzoek beslist. Het verzoek is door de minister aangemerkt als een verzoek op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Bij dit besluit is:
(i) inzage toegezegd in het penitentiaire dossier (pen-dossier)
(ii) eiser voor zijn verzoek om inzage in het Pro Justitia rapport verwezen naar de Justitiële informatiedienst (Justid),
(iii) inzage in het bij dat rapport behorende feedbackformulier afgewezen omdat dit een document is dat bestemd is voor intern beraad.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Uit dit bezwaar volgt onder meer dat eiser ook de naam van de feedbackgever wil hebben.
Op 13 juni 2022 heeft eiser beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig op zijn bezwaar zou hebben beslist.
Op 12 juli 2022 heeft een hoorzitting in bezwaar plaatsgevonden. In het verslag van de hoorzitting staat dat het bezwaar alleen ziet op:
(i) de naam van de feedbackgever,
(ii) inzage in het feedbackformulier en
(iii) het pen-dossier,
en niet op andere lopende beroepen over Avg-verzoeken .
Met het bestreden besluit van 31 augustus 2022 naar aanleiding van het bezwaar van eiser is de minister bij de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag gebleven. De naam van de feedbackgever is niet vrij gegeven op grond van artikel 21, tweede lid, onder d, van de Wjsg (privacy).
Op 20 september 2022 heeft eiser aangegeven het niet met dit besluit eens te zijn.
4. De rechtbank heeft het beroep op 3 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens eiser deelgenomen eiser en [moeder] en namens verweerder gemachtigde en mr. [B ] .
Op zitting heeft de rechtbank aan de minister verzocht nader te onderbouwen welke minister bevoegd is te beslissen over de stukken/gegevens waar eiser om verzoekt.
De minister heeft op 17 november 2022 hierover een nadere schriftelijke toelichting ingediend.
Eiser heeft op 12 december 2022 op deze toelichting gereageerd.
De rechtbank heeft eiser en de minister op 15 december 2022 gevraagd het binnen twee weken aan te geven als zij nog een nadere zitting wensten. Beide partijen hebben hier niet op gereageerd.
De rechtbank heeft het onderzoek op 5 januari 2023 gesloten.