Home

Rechtbank Midden-Nederland, 14-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1199, UTR 21/4892

Rechtbank Midden-Nederland, 14-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1199, UTR 21/4892

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 maart 2023
Datum publicatie
31 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:1199
Zaaknummer
UTR 21/4892

Inhoudsindicatie

WOZ (woning). Huurder. Geen procesbelang. Niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4892

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: Y. el Mathari),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar

(gemachtigde: M. Heek).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [gemeente] (de woning).

De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 30 april 2021 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde vastgesteld op € 285.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 16 november 2022 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde gehandhaafd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatierapport.

De rechtbank heeft het beroep op 30 november 2022 op een digitale zitting behandeld. Eiser en de heffingsambtenaar hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?