Rechtbank Midden-Nederland, 20-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1242, UTR 22/4284
Rechtbank Midden-Nederland, 20-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1242, UTR 22/4284
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 20 maart 2023
- Datum publicatie
- 3 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1242
- Zaaknummer
- UTR 22/4284
Inhoudsindicatie
Beroep tegen legesaanslag ongegrond. Zolang de Afdeling op het hoger beroep tegen de geweigerde omgevingsvergunning niet anders oordeelt gaat belastingrechter uit van vergunningplicht. Als blijkt geen vergunningplicht dan wordt aanslag ingetrokken
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4284
[eiser] , uit [woonplaats] (Israël), eiser
(gemachtigde: mr. H.A. Samuels Brusse-van der Linden),
en
de heffingsambtenaar gemeentelijke belastingen van de Gemeente De Ronde Venen (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: mr. T. Bolk).
Inleiding
1. Aan de [adres 1] in [plaats] ligt een jachthaven. Eiser heeft een deel van die jachthaven gekocht. Op dat deel ( [adres 2] ) wil hij een tweede jachthaven realiseren. Eiser wil graag duidelijkheid van het college over de mogelijkheid om een bestemmingsvlak met de bestemming jachthaven door meerdere bedrijven te laten gebruiken. Hij heeft op 3 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van zijn deel van het bestemmingsvlak door een tweede bedrijf.
2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (het college) heeft bij besluit van 13 augustus 2021 de aanvraag geweigerd, omdat de aanvraag niet past binnen het bestemmingsplan en niet is voldaan aan de vereisten om een buitenplanse afwijking toe te passen.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
3. Bij uitspraak van 1 juni 20221 heeft de bestuursrechter van deze rechtbank het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft daartegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Die procedure is nog gaande.
4. Op 31 december 2021 heeft de heffingsambtenaar voor de aanvraag omgevingsvergunning aan eiser een bedrag van € 3.189,05 aan leges in rekening gebracht.
De heffingsambtenaar heeft eisers bezwaar tegen de legesaanslag bij de uitspraak op bezwaar van 26 juli 2022 ongegrond verklaard.
5. Eiser is in beroep gegaan tegen de uitspraak op bezwaar.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
6. De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van de heffingsambtenaar is verschenen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.
Overwegingen
Het juridisch kader
7. In de Gemeentewet2 is bepaald dat rechten kunnen worden geheven voor door het gemeentebestuur verstrekte diensten.
De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen heeft in de Verordening op de heffing en de invordering van Leges 2020 (de Legesverordening) geregeld voor welke diensten van de gemeente leges worden geheven. De tarieven van de leges staan in bijbehorende Tarieventabel.
8. In de Legesverordening3 is bepaald dat de aanvrager van de dienst belastingplichtig is.
In de tarieventabel is het tarief opgenomen voor ‘het in behandeling nemen (verlenen, weigeren, buiten behandeling laten of intrekken) van een aanvraag om een omgevingsvergunning’. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag buitenplanse afwijking omgevingsvergunning bedraagt € 3.189,05.4
Waar gaat het om?
9. De heffingsambtenaar vindt dat hij bevoegd is op grond van de Legesverordening en de bijbehorende Tarieventabel leges te heffen van eiser, omdat sprake is geweest van een belastbaar feit. Eisers aanvraag om een omgevingsvergunning heeft het college in behandeling genomen en daarom zijn leges verschuldigd.
10. Eiser vindt dat voor het gebruik van het perceel als jachthaven geen vergunning vereist is en dat hij daardoor ook geen leges is verschuldigd. Hij heeft daarom hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en beroep tegen de legesaanslag om te voorkomen dat die aanslag onherroepelijk wordt.
Wat vindt de belastingrechter?
11. Vaststaat dat eiser een omgevingsvergunning heeft aangevraagd en dat het college die aanvraag in behandeling heeft genomen.
12. De bestuursrechter van deze rechtbank heeft geoordeeld dat het college eisers aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft mogen weigeren. Voor wat eiser wil realiseren, is een vergunning nodig. De belastingrechter ziet geen reden om af te wijken van die uitspraak. Zolang de Afdeling nog niet anders heeft geoordeeld op het hoger beroep van eiser, gaat de belastingrechter daarom ervan uit dat sprake is van een vergunningplicht voor het gebruik van het perceel als jachthaven.
13. Voor het in behandeling nemen van eisers aanvraag voor een vergunning is gelet op de bepalingen in de Legesverordening en de Tarieventabel dus leges verschuldigd. Naar het oordeel van de belastingrechter heeft de heffingsambtenaar de legesaanslag terecht opgelegd.
14. De rechtbank merkt daar nog wel bij op dat de Hoge Raad (HR) heeft bepaald dat indien geen sprake is van vergunningplicht de heffing van leges achterwege moet blijven.5 De rechter heeft het arrest van de HR daarom aan de heffingsambtenaar voorgehouden. Op de zitting is namens de heffingsambtenaar toegezegd dat als de Afdeling in het hoger beroep oordeelt dat toch geen sprake is van een vergunningplicht de legesaanslag wordt ingetrokken. Tot dat moment moeten partijen er echter van uitgaan dat sprake is van een vergunningplicht en dat eiser dus belastingplichtig is.