Rechtbank Midden-Nederland, 17-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1243, UTR 22/1861
Rechtbank Midden-Nederland, 17-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1243, UTR 22/1861
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 maart 2023
- Datum publicatie
- 3 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1243
- Zaaknummer
- UTR 22/1861
Inhoudsindicatie
Wet WOZ, gecorrigeerde vervangingswaarde schoolgebouw voor voortgezet speciaal beroepsonderwijs, waardepeildatum, ESBL-memo coronamaatregelen. Heffingsambtenaar is terecht uitgegaan van waardepeildatum 1 januari 2020 en heeft terecht geen aanleiding gezien een correctie toe te passen. De coronamaatregelen waren niet structureel en zouden niet langer duren dan strikt noodzakelijk, waardoor de onroerende zaak als gevolg daarvan geen verandering in de vervangingswaarde heeft ondergaan. Gehanteerde archetype gemotiveerd.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1861
(gemachtigde: G. Gieben)
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente] , de heffingsambtenaar
(gemachtigde: R. Janmaat)
Procesverloop
Bij beschikking van 28 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [vestigingsplaats 2] voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 6.041.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als gebruiker van de onroerende zaak ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd naar het tarief voor gebruik van niet-woningen. Daarbij is de waarde als heffingsgrondslag gehanteerd.
Bij uitspraak op bezwaar van 4 maart 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een taxatierapport overgelegd.
Het beroep is behandeld op de zitting van 28 februari 2023. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van den Dool, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Namens de heffingsambtenaar is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door [A] , taxateur.
Vaststaande feiten
1. Eiseres is gebruiker van de onroerende zaak. De gemeente [gemeente] is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een schoolgebouw bestemd voor het geven van voortgezet speciaal beroepsonderwijs. De leerlingen hebben een taalontwikkelingsstoornis of zijn slechthorend of doof. In de school zijn daarvoor extra voorzieningen getroffen, zoals een visueel waarschuwingssysteem en geluidverbeterende voorzieningen. De school is gebouwd in 2015 en uitgebreid in 2019. Het bruto vloeroppervlak is circa 3.308 m2. De oppervlakte van het perceel bedraagt 4.380 m2. Op het perceel staat de school met schoolplein, voetbalkooi, fietsenstalling, kas en een hekwerk om het terrein af te sluiten.
Geschil
2. In geschil is de waarde van de onroerende zaak. De heffingsambtenaar handhaaft de vastgestelde waarde van € 6.041.000,-. Eiseres bepleit primair een waarde van € 5.062.000,- en subsidiair een waarde van € 5.189.000,-, waarbij zij uitgaat van de restwaarden uit de Taxatiewijzer Onderwijs die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd.