Rechtbank Midden-Nederland, 23-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1266, UTR 22/3663
Rechtbank Midden-Nederland, 23-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1266, UTR 22/3663
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 23 maart 2023
- Datum publicatie
- 3 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1266
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:590, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- UTR 22/3663
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Redelijke termijn. Standaard.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3663
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: F. Darar).
Inleiding
1. Eiser heeft zijn auto met kenteken [kenteken] op 21 mei 2022 geparkeerd aan de Spoorstraat in Hilversum. Een parkeercontroleur heeft om 21:02 uur vastgesteld dat de auto daar stond geparkeerd zonder dat de parkeerbelasting was voldaan. Daarom is aan eiser op 29 mei 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 69,40 (€ 2,90 kosten parkeerbelasting en € 66,50 naheffingskosten). Eiser is het hier niet mee eens.
In de uitspraak op bezwaar van 9 augustus 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Voor de zitting van 8 februari 2023 bleek dat de heffingsambtenaar voor deze zaak geen uitnodiging voor die dag had ontvangen. Daarna is de behandeling van de zaak verplaatst naar 20 februari 2023. De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.